Een pagina voor grootouders die zorgen voor hun kleinkind.
De zorgoma's en opa's
Heeft u informatie die hier bij zou kunnen staan of wilt u u verhaal delen, dan hoor ik dat graag
http://www.denvp.nl De Nederlandse Vereniging van Pleegzorg http://grootpleegouders.punt.nl
Het is de bedoeling dat pleeggrootouders hier een steun puntje vinden. Wij kunnen aan elkaar informatie geven.
Verslag over de pleeggrootouderdag
Op 20 december2006 werd in het zalencentrum Majella te Utrecht de 2e landelijke grootouderdag gehouden.
Dit is een verslag van deze 2de landelijke bijeenkomst van de Belangen vakbond voor pleeggrootouders.
Er waren vele opa's en oma's die gehoor hadden gegeven aan de oproep om te komen.
Vanuit Groningen, Friesland, Overijsel, Brabant,Noord-Holland en Zuid-Holland tot Zeeland en vele andere delen van Nederland
waren de opa's en oma's naar Utrecht gekomen. Tussen de 70 en 80 mensen waren gekomen.............meer lezen.....
klik dan hier
Bron: http://www.ad.nl
Je kleinkind grootbrengen
Door:Helga Kormos
...oma's en opa's die hun kleinkinderen wel grootbrengen. 'Omdat het moet.' Waar lopen deze mensen tegenaan? En hoe houden zij het vol?
Het is van alle tijden: grootouders die hun kleinkinderen in huis nemen, omdat het bij de ouders spaak loopt. Toch weet de omgeving daar niet altijd even goed raad mee. Wil Paul (50), die samen met haar man Hans (56) hun driejarige kleinzoon Dylan grootbrengt, weet er alles van.
,,Sommigen ontlopen je, omdat je toch dat mens bent met die geschifte dochter die niet voor haar kind kan zorgen. Anderen zeggen: ‘Laat je dochter het toch zelf uitzoeken met haar kind.' Of: ‘Oh leuk, ik pas ook twee dagen op mijn kleindochter.'
Sommigen worden moe van de situatie en willen er niets over horen. In het begin was dat ook logisch omdat we nergens anders over konden praten. Ons leven en dat van onze jongste, nog thuiswonende dochter Patricia (17) was immers totaal overhoop gegooid.
Hoe we het hebben aangepakt? In eerste instantie heeft Hans een half jaar zorgverlof opgenomen. Want waar laat je ineens een baby? Omdat wij al gauw merkten dat dit geen tijdelijke zaak was, ben ik minder gaan werken. Dat was inleveren, want ik was juist enige jaren geleden met mijn oudste dochter een eigen bedrijf gestart. Gelukkig kreeg Dylan op sociaal-medische indicatie een gesubsidieerde plaats in de kinderopvang, voor drie dagen in de week. Wat ik overigens in het begin verschrikkelijk vond.''
Als grootouders voor kleinkinderen zorgen, is er meestal iets ernstigs aan de hand met de ouders. Dat is ook bij de Pauls zo. Hun middelste dochter, Dylans moeder, was kort voor de bevalling wegens allerlei toestanden weer bij hen ingetrokken. Na de geboorte van het kind liep het helemaal uit de hand. Om de baby te beschermen en uit zelfbehoud moesten de grootouders ‘de moeilijkste stap van hun leven' nemen. ,,Wij hebben onze dochter verzocht te vertrekken en Dylan bij ons achter te laten.''
Bij de jonge vrouw, altijd al een zorgenkind maar door de hulpverlening nooit als zodanig onderkend, werden uiteindelijk een ontwikkelingsstoornis en psychiatrische problemen vastgesteld. Inmiddels is de rust weergekeerd en zijn de grootouders officieel pleegouders van hun kleinzoon geworden. Hun toekomstplannen liggen in de ijskast.
Wil Paul: ,,Het moeilijkste vind ik toch dat dubbele. Je wilt in de eerste plaats dat Dylan opgroeit in een warm, veilig nest met normen en waarden. Maar je wilt ook dat je dochter gelukkig is. In het begin streefden we beide doelen na, maar dat is onmogelijk gebleken. Daarom hebben wij heel bewust voor Dylan gekozen. In het belang van het kind gelden er nu ook duidelijke afspraken met de moeder.
Toch doet het mij veel pijn als ik zie dat zij verdriet heeft, omdat zij niet voor hem kan zorgen. Ik betrek haar wel in alles. We kopen bijvoorbeeld samen kleding, gaan samen naar het consultatiebureau. Ze weet wel dat ze het echt niet kan. Ook zo heeft ze al moeite genoeg zich staande te houden. En dan regelen wij nog alle financiële dingen voor haar.
Waarom ik niet de voogdij over Dylan aanvraag? Dat wil ik mijn dochter niet aandoen. Zij heeft het gevoel dat ze dan haar kind kwijt is. Terwijl dat eigenlijk nu ook al zo is. Maar het gaat verder in goede harmonie dus ik laat het maar zo.''
Wat heb je als grootouders nodig om het allemaal vol te houden? ,,Veel energie, optimisme en steun van anderen,'' meent Wil Paul. Zij telt wat dit laatste betreft haar zegeningen. ,,Ik ben blij met de hulp en adviezen van Patrick, onze pleegzorgbegeleider. Met de extra aandacht die Dylan in de dagopvang krijgt en met de steun van mijn jongste zusje.''
De Pauls storen zich aan onhandige opmerkingen van anderen en hebben het gevoel tussen wal en schip te vallen. ,,Je hoort niet bij de jonge ouders met kinderen en je hoort niet bij je leeftijdsgenoten want die zijn uit de kleine kinderen.''
Ze willen graag in contact komen met lotgenoten. Het paar meldde zich daarom aan bij de belangenvereniging van pleeggrootouders die in oprichting is. ,,We willen graag horen hoe anderen. die in hetzelfde schuitje zitten, bepaalde dingen oplossen.'' Maar ze staan nog altijd vierkant achter hun beslissing om Dylan op te voeden. ,,Mentaal vinden we het zwaar en wat meer begrip van de omgeving zou welkom zijn. Maar als we naar Dylan kijken, weten we wel waarvoor we het doen. Hij is opgebloeid tot een lief en aanhankelijk kereltje en hij vertrouwt ons. Wel vind ik het lastig dat hij ons sinds een paar maanden hardnekkig pappa en mamma noemt. Volgens Patrick is dat heel normaal. Toch weet Dylan precies hoe de vork in de steel zit: als zijn moeder er is, schakelt hij meteen over op mamma en oma.' ' Hellendoorn, november '06
Beste familieleden, vrienden en kennissen
Zoals jullie afgelopen jaar waarschijnlijk hebben vernomen uit de media , o.a. in landelijke dag / weekbladen, diversen publicaties in bladen betreffende pleeg en jeugdzorg en op TV + Radio, is er volop beweging gaande binnen het pleegouderschap van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen.
Wij nemen aan dat e.e.a. jullie niet ontgaan is.
De onvrede van deze grootouders met pleegkleinkinderen is er een die natuurlijk niet uit de lucht komt vallen.
Al jaren zijn wij, zoals misschien bij jullie bekend is, bezig binnen de pleeg en jeugdzorginstanties aandacht te krijgen voor deze specifieke vorm van pleegzorg. Echter zonder, bij het merendeel van deze instellingen ( uitzonderingen daargelaten natuurlijk ), het beoogde effect te genereren. ondanks alle onderzoeken, adviezen en publicaties van onafhankele organisaties , met name gedaan in het kader van het Trillium betreffende verdieping en ontwikkeling van netwerkpleegzorg ( zie o.a. de publicaties met analyses en aanbevelingen van Riet Portenge, Mirte Loeffen en Lex Janssen “Investeren in mensen” en “Werkdocument grootouder en opvoeder te gelijk” ).
Dit heeft geresulteerd, op initiatief van enkele pleeggrootouders georganiseerd, in een grootouderdag verleden jaar december in Bunnik. Waarschijnlijk hebben jullie dit toen wel vernomen.
Deze dag was een ongekend succes en had het uiteindelijke resultaat dat er besloten is een “Belangenvereniging Landelijke Pleeggrootoudergroep” op te richten hetgeen al jaren een ultieme wens was van een grote groep pleeggrootouders.
Met dit gegeven zijn wij als “werkgroep”, gesteund door een 170tal pleeggrootouders die nu in ons bestand staan, aan de slag gegaan.
Te uwer informatie de werkgroep bestaat uit:
Mirte Loeffen , Collegio kennispraktijk voor de pleegzorg
Daisy Middelburg , pleeggrootouder, POR-lid en werkzaam voor de Landelijke Stichting Ouders en Verwanten van Drugsgebruikers
Rijk Huisman , oud POR-lid, ex pleegouder en freelance journalist voor div. kranten en pleeg/jeugdzorg uitgaven
Joop Houtzager , oud POR-lid, oprichter van div. grootoudergespreksgroepen in verschillende regio's en pleeggrootvader.
Om de “Belangenvereniging” een officiële status te kunnen geven, daar deze voorlopig nog geheel uit een club vrijwilligers bestaat en alles doen op basis van een idealisme, hebben wij met het NVP ( Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen ) onderzocht of er een mogelijkheid bestaat met hun een convenant te sluiten met dien verstande dat wij toch onze eigen identiteit behouden en een specifieke doelgroep, gericht op de pleeggrootouders, kunnen blijven binnen hun organisatie d.m.v. een pilot.
De besprekingen hierover zijn reeds in een vergevorderd stadium en wij hopen deze medio december af te ronden.
N.a.v. een definitief besluit hierover houden wij op 20 december a.s., exact een jaar na onze bijeenkomst verleden jaar, weer een z.g. “Grootouderdag”, waarvoor zich inmiddels zo'n 85 grootouders aangemeld hebben ( incl. kleinkinderen) , waarbij uiteraard de belangrijkste gesprekstof zal zijn of de aanwezige pleeggrootouders zich kunnen vinden in de dan door ons als werkgroep voorgestelde pilot en het convenant met het NVP.
Voor jullie informatie, er staan deze dag ook andere sprekers en workshops op het programma, het geheel onder dagvoorzitterschap van Rene de Bot ( directeur Flexus Pleegzorg R'dam en tevens Vz. Pleegzorg Nederland ).
Nu kunnen jullie zich vanzelfsprekend wel voorstellen dat deze dag voor onze grootouders een zeer belangrijke dag is, echter zoals jullie wel zullen begrijpen uit het feit dat onze “Belangenvereniging Landelijke Grootoudergroep i.o.” spontaan en zonder enige financiële reserve of sponsering c.q. donaties is ontstaan en opgericht, wij voor een groot financieel dilemma staan.
Om e.e.a. te kunnen realiseren zijn wij vanzelfsprekend afhankelijk van sponsering of donaties om deze dag te kunnen organiseren voor onze “Pleeggrootouders”.
Vandaar dat wij als werkgroep jullie willen vragen om, indien het tenminste tot jullie mogelijkheden behoort, een financiële bijdrage te leveren, in de vorm van een donatie of sponsering.
Eventuele donaties of sponsering kunnen overgemaakt worden op rekeningnummer:
Giro, 8029936, t.n.v. Stichting Happy View
Postbus 5095
3502 JB Utrecht
Onder vermelding van “Landelijke Pleeggrootouderdag 20-12-'06”.
Wij hopen op een positieve reactie van jullie en bij voorbaat alvast onze hartelijke dank ook mede namens de “Pleeggrootouders”.
Met vriendelijke groeten,
Namens de “Belangenvereniging Landelijke Pleeggrootoudergroep”,
Kamerstuk,
16-10-2006
De Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
DJB/JZ-2722100
Op 12 september 2006 heb
ik mede namens de Minister van Justitie toegezegd u uiterlijk 15 oktober te
informeren over de stand van zaken ten aanzien van de oplossing voor de
problemen met de vergoeding van de aanvullende ziektekosten voor pleegkinderen
die via het gedwongen kader uit huis zijn geplaatst.
Mede namens de Minister
van Justitie doe ik deze toezegging graag gestand.
De toezegging op 12
september 2006 betekent dat voor kinderen die via het gedwongen kader
(ondertoezichtstellingen en voogdij kinderen) uit huis zijn geplaatst een
vergelijkbaar vergoedingenpakket voor de ziektekosten moet komen als vóór 1
januari 2006. De partijen verwachten dat de belangrijkste knelpunten ten
aanzien van de aanvullende ziektekosten hierdoor worden opgelost. De stand van
zaken is verder als volgt.
Er heeft van de zijde van
VWS en Justitie een aantal overleggen plaatsgevonden met het IPO, de MOgroep en
de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP). De MOgroep heeft bij een
aantal zorgverzekeraars een offerte opgevraagd voor een aanvullend
ziektekostenpakket. Alleen zorgverzekeraar VGZ bleek op korte termijn in staat,
gezien de eerdere contracten van VGZ terzake, met een offerte te kunnen komen.
Op dit moment wordt de offerte van VGZ met betrokken partijen besproken (o.a. VGZ, MOgroep en NVP). De besprekingen bevinden zich in een
afrondende fase. Bespreekpunten zijn met name de vorm
van het contract en de kosten hiervan. De uitkomst is wat ons betreft dat er
met ingang van 1 januari 2007 een regeling bestaat met dekking van een met vóór
1 januari 2006 vergelijkbaar pakket. VGZ heeft aangegeven uit
zorgvuldigheidsoverwegingen geen mogelijkheid te zien de ingangsdatum te
vervroegen.
Daarnaast wordt op dit
moment in overleg met de MOgroep en de NVP gewerkt aan een oplossing voor de
vergoeding van kosten die pleegouders noodgedwongen gedurende het jaar 2006
hebben moeten maken. Mijn streven is er op gericht uiterlijk in november
pleegouders te kunnen informeren over de terugwerkende kracht en de nieuwe
situatie per 1 januari 2007.
In het spoeddebat is
daarnaast aandacht gevraagd voor de positie van illegale kinderen en kinderen
van 18 jaar en ouder.
Ingevolge de geldende wet- en regelgeving
behoren kinderen zonder rechtmatig verblijf in Nederland niet tot de kring van
verzekerden van de Zorgverzekeringswet. Wel kunnen deze kinderen aanspraak
maken op jeugdzorg (ingevolge artikel 7 van het
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg). Daarnaast hebben zij recht op medisch
noodzakelijke zorg. Tot
1 januari 2006 vielen illegale kinderen die onder toezicht zijn gesteld of
onder voogdij staan onder de oude vergoedingsregeling. Wij streven er naar deze
kinderen met ingang van
1 januari 2007 weer in aanmerking te laten komen voor vergoeding van
ziektekosten. Deze specifieke doelgroep wordt meegenomen in de huidige
besprekingen met VGZ alsmede in de besprekingen met de
MOgroep en de NVP over de vergoeding van ziektekosten die pleegouders
noodgedwongen in 2006 hebben moeten maken.
Uw Kamer heeft aandacht
gevraagd voor mogelijke problemen ten aanzien van pleegkinderen van 18 jaar en
ouder. De situatie is voor hen niet anders dan vóór de invoering van de
Zorgverzekeringswet. Als de leeftijd van 18 jaar bereikt wordt moeten zij voor
hun zorgverzekering premie gaan betalen. Dit geldt overigens voor alle jongeren
in Nederland. Uit de inventarisaties van de MOgroep en de NVP blijkt niet dat
dit een groot generiek probleem oplevert. Ik zal u, voor het einde van het
jaar, samen met de overige knelpunten met de pleegvergoeding, hierover nader
berichten.
Ik heb er alle vertrouwen
in dat op korte termijn, gezien de reeds ingezette
acties, de belangrijkste knelpunten ten aanzien van de vergoeding van
aanvullende ziektekosten opgelost zijn.
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
drs. Clémence Ross-van
Dorp 'Vakbond' voor opa's en oma's
Duizenden kinderen worden verzorgd door opa en oma. Een groot deel van de grootouders staat echter niet officieel geregistreerd als pleegouder. Hierdoor lopen ze een pleegvergoeding mis, die ze maar al te goed kunnen gebruiken.
Rompslomp?
Er zijn verschillende redenen waarom grootouders zich niet inschrijven via een Voorziening voor Pleegzorg. Ten eerste willen ze niet dat allerlei instanties zich met de situatie bemoeien. Maar vaak wéten ze niet eens dat ze aanspraak kunnen maken op pleegzorgvoorzieningen.
Misschien wel het grootste bezwaar tegen een officiële inschrijving is de ellenlange procedure die aan de pleegzorg vooraf gaat. Als men niet van de pleegzorgvoorzieningen weet, lijkt zo'n procedure nutteloze rompslomp. Een groep grootouders, ondersteund door Collegio (kennispraktijk voor de jeugdzorg), wil hier iets aan doen. Zij willen de zorgende grootouders wijzen op hun mogelijkheden.
Vakbond
Mirte Loeffen (Collegio) wil samen met de actieve opa's en oma's een grootoudernetwerk oprichten, als onderdeel van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP). Naast de voorlichting over mogelijke pleegzorgvoorzieningen, streven zij naar 'emancipatie' van de zorgende grootouder. Men zou 'het pedagogisch en maatschappelijk belang' van de grootouders meer moeten erkennen.
Momenteel is het zo dat een kind eerst in tehuizen en pleeggezinnen terecht komt, vóór opa en oma als optie gezien worden. Grootouders zouden volgens Loeffen meer het beeld van 'mogelijke opvoeder' moeten krijgen.
Uitzending kijken: http://portal.omroep.nl
( bron: http://www.omroepmax.nl) artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2004 thema: Grootouders als pleegouders Grootouders die hun kleinkinderen opvoeden, een (on)zichtbare groep?!?
Mirte Loeffen
We staan er niet altijd bij stil dat een derde deel van de kinderen die bij familie of vrienden woont, een plek bij hun grootouders heeft gevonden. Een indicatie: in 1998 waren er bij de Nederlandse Voorzieningen voor Pleegzorg 979 kinderen bekend die bij hun opa en oma woonden (Loeffen en Portengen, 1998). Er zijn geen actuele gegevens over het aantal grootouders in de pleegzorg. Waarschijnlijk is het aantal kinderen dat bij hun grootouders woont groter dan wij denken, omdat veel opa's en oma's niet van het bestaan van een Voorziening voor Pleegzorg weten. Mirte Loeffen licht in dit artikel de opvallendste resultaten van haar onderzoek onder grootouders toe.
Grootouders voeden zonder hulp van buitenaf de kleinkinderen op. Ook als zij wel met hulpverlening te maken hebben, komen ze niet altijd bij de Voorziening voor Pleegzorg terecht. Pleegzorg en thuiszorg zijn bijvoorbeeld gescheiden circuits.
Zo kan het voorkomen dat een oma die al twee jaar voor haar kleinkinderen zorgt en daarbij gebruik maakt van thuiszorg, per toeval ontdekt dat ze bij de Voorziening voor Pleegzorg terecht kan. Want bij de supermarkt komt ze een oma tegen, die ook voor haar kleinkinderen zorgt. Soms weten zelfs (gezins)voogden niet dat zulke opa's en oma's bij de Voorziening voor Pleegzorg terechtkunnen. Pas door de komst van een nieuwe gezinsvoogd ontdekte zo'n grootouderstel na drie jaar dat de Voorziening voor Pleegzorg iets voor hen zou kunnen betekenen.
Onzichtbaar maar onmisbaar
Grootouders zijn een onzichtbare, maar onmisbare groep opvoeders. Ze beseffen vaak zelf niet dat ze een bijzondere groep pleegouders zijn. Ik sprak eens een opa die op zijn werk aangaf dat het soms moeilijk was het gezin draaiende te houden met het ouder worden. Z'n collega riep uit: “Maar jij doet aan pleegzorg!” “Nee hoor”, antwoordde de opa in kwestie, “ik voed mijn kleinkind op.” “Ja maar dat ís pleegzorg en je kunt begeleiding en financiële ondersteuning krijgen van de Voorziening voor Pleegzorg!” En zo kwam deze opa bij de pleegzorg terecht. In de jaren die volgden heb ik meer van dergelijke verhalen gehoord.
Sommige grootouders kregen van de buren te horen: “Ik zou maar zorgen dat ze er niks van weten, want ze komen je kleinkind zo bij je vandaan halen, zulke oude mensen!”
Een Surinaamse oma slaakte een zucht toen ze in een groep van tien (blanke) collega-grootouders zat: “Ik dacht dat alleen wij, Surinaamse oma's, onze kleinkinderen opvoeden, maar er zijn kennelijk veel Nederlandse oma's met dezelfde ervaringen als ik.”
Naarmate ik meer grootouders sprak, werd ik me beter bewust van de rol die deze mensen in het leven van kinderen spelen. Natuurlijk zijn er kinderen die vreselijke grootouders hebben. Voor hen is er gelukkig de uitweg van een bestandsgezin. Al die kinderen met een heel lieve opa en oma die niet bij hun ouders kunnen wonen, gun ik de kans om het samen te proberen.
De Nederlandse Gezinsraad (NGR) denkt daar anders over, zo blijkt uit het rapport ‘Thuisplaatsing van pleegkinderen'. “De NGR wijst op het belang dat men zich, voordat wordt besloten tot een plaatsing bij de grootouders die de indicatie ‘langdurig' draagt, terdege bewust is van de risico's die zijn verbonden aan een hoge leeftijd van de pleegouders. Het onderzoek laat zien dat de opvoeding op enig moment te zwaar kan worden voor de grootouders, waarna als noodoplossing alsnog moet worden besloten tot een terugplaatsing of een overplaatsing.” (NGR, 2000) (Zie artikel op pagina 15 over NGR in dit thema, red.).
De NGR vergeet de groep grootouders die jong en dynamisch zijn, een baan hebben, sporten en spelen. Maar ook de minder mobiele grootouders, die wel degelijk een steun en toeverlaat zijn van de kinderen en hen een warm nest bieden. De link tussen pleegzorg en grootouderschap is niet snel gelegd. Dat maakt dat we niet weten over hoeveel grootouders we praten, laat staan dat we ze adequaat ondersteunen.
Wereldbreed
Overigens geldt dat niet alleen op nationaal, maar ook op mondiaal niveau. Alleen in Scandinavische landen worden grootouders net zo serieus genomen als andere pleegouders. Er is zowel begeleiding als een financiële toelage in die zin dat alle pleegouders (dus ook grootouders) een salaris krijgen voor het opvoeden van de (klein)kinderen. In welk land grootouders ook wonen, er zijn een aantal thema's die hen bezig houdt. Ik pik er hier drie uit:
Verlatingsangst van kleinkinderen
Het sociale netwerk
Zich niet gehoord voelen door de hulpverlening bij het uitspreken van zorgen over de kleinkinderen
Verlatingsangst van kleinkinderen
Alle grootouders geven aan dat de kinderen het liefst in de buurt blijven van hun opa en oma. “Jullie komen toch wel terug?” is een veel gestelde vraag. Die vraag komt meestal niet uit de lucht vallen, zo blijkt uit het verhaal van een oma die voor haar twee kleinkinderen van acht en elf zorgt.|
“Onze kleinkinderen zijn van hun gezin naar een pleeggezin verhuisd. Daar ging het niet goed, dus naar een kindertehuis. Daarna zijn ze bij hun moeder gaan wonen. Dat mislukte, toen bij hun vader. Ook dat pakte niet goed uit. Nu wonen ze bij ons. Ze hebben in hun korte leven geen eigen plek gekend. Wij zijn nu langzaam het hele traject terug aan het lopen. De kinderen vroegen erom. Ze wilden graag de plekken terug zien waar ze een tijd zijn geweest. We zijn de geschiedenis aan het verkennen. We hebben het huis van de pleegouders bekeken en ook het kindertehuis hebben we bezocht. We zijn nu zelfs nog verder teruggegaan. De kinderen wilden ook graag weten waar hun ouders zijn geboren en waar wij vandaan komen. Langzaam maken ze voor hun gevoel weer deel uit van een geheel.”
Uit dit verhaal blijkt dat grootouders soms in staat zijn om het gevoel van verloren zijn op te heffen, omdat het levensverhaal van de kinderen opeens weer in een context komt te staan
. Het sociale netwerk
Voor alle grootouders betekent de komst van de kleinkinderen een grote ommezwaai. Grootouders die vrij waren in hun dagschema moeten met de komst van de kleinkinderen opeens weer op de klok leven. De kinderen moeten op tijd naar bed. 's Avonds kunnen grootouders niet meer weg, want oppas is niet gemakkelijk te regelen. Het netwerk van grootouders bestaat immers uit mensen die ongeveer zestig jaar oud zijn. Vrienden staan niet te springen om gezelschap van jonge kinderen. Hun huis is niet op kinderen ingericht, dus ook een kopje koffie drinken bij vrienden komt er minder snel van.
Een grootvader: “Je vrienden zijn uit de kinderen en vinden het vaak te vermoeiend. Langzaam vallen de mensen van je eigen leeftijd af.”
Ook al is steun vragen moeilijk, tegelijkertijd zien grootouders er wel de noodzaak van in. Veel grootouders zijn bezig met het creëren van een vangnet, mocht hen iets overkomen. Eén grootouderstel verhuisde zelfs met het oog op de toekomst: “Wij wonen in een flat met voornamelijk oudere mensen. Mijn dochter van 36 heeft drie kinderen van dezelfde leeftijd als het kleinkind waar ik voor zorg. Ze zijn echt een team samen.
Wij gaan nu bij haar in de wijk wonen. Ik vind het een rustig idee dat, als er iets met ons zou gebeuren, ons kleinkind zo bij hen terecht kan.”
Zich niet gehoord voelen door de hulpverlening
Grootouders ervaren dat ze veel waarschuwingen geven aan hulpverleners voordat het escaleert en kinderen alsnog uit huis gaan. De meeste grootouders betreuren dat er niet eerder is ingegrepen. De kinderen lopen nu veel meer trauma's op dan nodig is, waar grootouders vervolgens mee aan het werk moeten. Een grootvader: “Ik wilde dat mijn kleinkind eerder bij me was komen wonen en niet pas na drieëneenhalf jaar. Hij had dan een nare voorgeschiedenis van verwaarlozing niet mee hoeven maken.”
Wat willen grootouders?
Het signaleren van belangrijke thema's die je als grootouder tegenkomt is één, maar wat vervolgens aan actie te ondernemen?
Er zijn door grootouders vijf speerpunten geformuleerd. Het gaat om:
Emancipatie van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen. Dat wil zeggen erkenning van het pedagogisch en maatschappelijk belang van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen.
Informatie voor grootouders zowel aan de voordeur van de Voorziening voor Pleegzorg als ver daarvoor. Om activiteiten breed te initiëren willen grootouders graag een landelijk bestand van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen. Dit bestand kan dan gebruikt worden als mailinglist.
Bijeenkomsten over thema's zoals het sociale netwerk, verlatingsangst van de kinderen en de omgang met hulpverleners.
Een grootouder-ontmoetingscentrum waar praatgroepen plaatsvinden en kinderopvang aanwezig is. Eventueel met de mogelijkheid om eens in de maand samen te koken.
Praktische ondersteuning in de vorm van een oppas, maar ook een belangenvereniging voor grootouders. Bijvoorbeeld een juridische grootoudergroep die grootouders kan adviseren bij rechtszaken rondom het kleinkind.
Deze speerpunten vormen de basis van een plan van aanpak dat tot in detail is uitgewerkt. Het zou me niet verbazen als met de implementatie van dit plan grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen steeds meer in beeld komen.
>(1) Projectleider en bedenker van het grootouderproject is Riet Portengen van adviesbureau Topic. Mirte Loeffen is redactielid van Mobiel en als adviseur verbonden aan Collegio, kennispraktijk voor de jeugdzorg.
(bron: http://www.mobiel-pleegzorg.nl/ Reportage Volkskrant 29 april 2006
"GEEN GROOUOUDER KIEST ERVOOR OM EENS LEKKER AAN DE TWEEDE LICHTING TE BEGINNEN"
Heb je geen acrobat reader dan kun je deze gratis downloaden op: