Bron: Algemeen Dagblad
14 November 2003
Door: Inge Loog
'Ikke, ikke, ikke'
Mensen met hechtingsstoornis houden altijd afstand


Geen emotionele banden kunnen aangaan. Geen inlevingsvermogen hebben. Erg beïnvloedbaar zijn. Dat zijn nog maar een paar kenmerken van kinderen met een hechtingsstoornis. De vereniging De Knoop, voor patiënten en hun ouders, hield deze week een bijeenkomst in Zwolle om de stoornis onder de aandacht te brengen. Door Inge Loog

,,Mijn manier is de beste manier. Mensen kunnen mij niets wijs maken. Daarom vind ik leren ook niets. Ik wil geen dingen leren die andere mensen mij moeten vertellen. Hulp accepteer ik niet, ik kan het zelf het beste.''
Aan het woord is Gabriela (14). Het meisje weet niet of ze van haar ouders houdt. Maar zelf lijkt ze daar niet mee te zitten: ,,Ik weet niet wat dat is, houden van.'' Gabriela heeft een hechtingsstoornis. Daardoor kan ze geen intieme band aangaan met anderen. Zelfs niet met haar ouders, broer en zus.
Drie jaar lang woonde het geadopteerde en van origine Braziliaanse meisje in verschillende opvangtehuizen, internaten en justitiële jeugdinrichtingen door heel Nederland. Het is onmogelijk om thuis te wonen. Want dat betekent verantwoording afleggen; rekening houden met anderen. En dat kan ze niet.
,,Sociale contacten van hechtingsgestoorden mislukken vaak, omdat ze altijd op zoek zijn naar een manier om de controle te houden'', vertelt psycholoog Jan-Willem Solinger. Hij is werkzaam bij de particuliere justitiële jeugdinrichting Rentray in Apeldoorn. ,,Mensen tegen elkaar uitspelen is hun kracht. Ze zijn bang om te worden overrompeld en de controle te verliezen, dus houden ze afstand. Ook hebben ze de neiging tot schijngedrag; tegen hun moeder kunnen ze vreselijk agressief zijn, terwijl een hulpverlener een poeslief kind tegenover zich ziet.''
Hechtingsstoornissen zijn het gevolg van een traumatische ervaring in de vroegste kindertijd; de (tijdelijke) afwezigheid van de ouders bijvoorbeeld of een problematische zwangerschap van de moeder door ziekte of drugsverslaving heeft het natuurlijke vermogen van het kind om zich te hechten ernstig beschadigd.
Lange tijd werd gedacht dat hechtingsstoornissen vooral bij geadopteerde kinderen voorkwamen, maar dat is niet zo. Soms is er geen duidelijke oorzaak te vinden. Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol.
Soms gaat het om heel passieve kinderen, die ogenschijnlijk alles accepteren, eenzaam worden en neigen tot depressie. Soms zijn ze juist heel agressief, komen daardoor snel in aanraking met de politie, belanden in een internaat voor moeilijk opvoedbare kinderen of in een justitiële jeugdinrichting.
Gabriela is ook zo'n kind. Ze maakte haar ouders wanhopig en moedeloos. ,,Ik kan mensen heel goed manipuleren, draai alles om in mijn voordeel'', vertelt ze zonder blikken of blozen. ,,Ik heb leraren in internaten wel eens aangevallen. Ik sloeg ze, gooide met stoelen.''
Psycholoog Solinger sprak deze week tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van De Knoop, de landelijke vereniging voor mensen met een hechtingsstoornis en hun ouders en partners, in Zwolle. Solinger pleit voor een behandeling van de jongeren waarbij zij vooral leren omgaan met hun probleem. Revalideren noemt hij het. ,,We leren ze omgaan met hun probleem door het geven van structuur. Als ze een gevaar voor zichzelf zijn, komen ze in een gesloten opvang. Daar wordt samen met de jongere een behandelplan samengesteld. Wat zijn je probemen, wat kunnen we daar aan doen en wat zijn je positieve punten? Het is heel belangrijk dat de nadruk wordt gelegd op wat de jongere wel kan. We zorgen voor een nuttige dagbesteding. Ze kunnen naar school en we regelen werk voor ze.''
Revalideren betekent dus uithuisplaatsing en dat is geen stap die een gezin makkelijk neemt. Het duurde tien jaar voordat Marianne en Jan, de ouders van Gabriela, professionele hulp zochten. ,,Als baby wilde Gabriela al alles in de gaten houden'', vertelt Marianne. ,,Ze sliep met haar ogen wagenwijd open. En als kleuter begon ze zich tegen ons af te zetten. Hulp accepteerde ze niet. Ze heeft zichzelf bijvoorbeeld leren fietsen. Toen vonden we dat heel schattig, maar het werd steeds erger.''
De situatie werd onhoudbaar toen Gabriela in de puberteit kwam. ,,Ze wilde niet langer bij ons wonen. Vooral tegen mij was ze erg agressief'', vertelt moeder Marianne. ,,Gabriela kent geen remmingen, ze zoekt het gevaar op. Ze wil elke situatie controleren. Als dat niet lukt, kan ze erg agressief worden. Ze heeft meerdere malen dreigend tegenover me gestaan, wetende dat ze me fysiek aan kon. Ze reageerde zich af door haar kamer kort en klein te slaan.''
Toen Gabriela elf was, besloten haar ouders tot uithuisplaatsing. Ze had geld uit haar moeders portemonnee gestolen. Toen haar vader haar daarop aansprak, barstte de bom. ,,Ze vernielde haar hele kamer en stond zelfs in het raam te krijsen dat ze naar beneden zou springen.''
Via de huisarts kwam het gezin in contact met de Therapeutische Gezinsverpleging, gespecialiseerd in hulpverlening na adoptie, in Vught. Gabriela voerde gesprekken met een kinderpsycholoog en een kinderpsychiater. Uithuisplaatsing was volgens hen de beste oplossing.
Gabriela werd naar een internaat voor moeilijk opvoedbare kinderen gestuurd. ,,Daar liep ze voor het eerst weg. Ook kwam ze in contact met drugs. Ze was pas elf jaar en experimenteerde met cocaïne. Haar begeleiders had ze totaal ingepalmd en ondertussen maakte ze plannen met een pooier om naar Frankrijk te gaan. Dat heeft de toenmalige gezinsvoogd nog net op tijd weten te voorkomen.''
Omdat Gabriela een gevaar voor zichzelf was, werd ze opgenomen in een gesloten jeugdinrichting, waar altijd begeleiding aanwezig was en waar ze niet alleen naar buiten mocht. Tijdens Gabriela's laatste behandeling liep ze weg en was ze 14 weken spoorloos. Pas nadat haar ouders een oproep hadden gedaan bij het tv-programma Vermist, besloot Gabriela naar huis te gaan. Ze had zich niet gerealiseerd dat haar ouders ongerust waren. In afwachting van een plaats in justitiële jeugdinrichting Rentray woont ze nu thuis.
Maar het liefst zou ze op zichzelf gaan wonen. Op kamers met begeleiding, maar daarvoor is ze te jong. Daarvoor zou ze 16 moeten zijn. Twee jaar thuis wonen wil ze niet. ,,Het is bij mij vaak ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken'', geeft Gabriela toe. Marianne ziet haar dochter het liefst begeleid wonen. ,,Zodat ze wordt voorbereid om op haar eigen benen te staan. Dat ze iets van haar leven leert maken. Thuis wonen kan gewoon niet meer.'' Met tranen in haar ogen: ,,Als je een kindje krijgt, wil je natuurlijk het liefst dat het allemaal goed gaat, en dat je het samen fijn hebt. Met Gabriela is het anders gelopen. Maar toch: ze blijft mijn kind.''