| 20 april 2006 Bron: Linda Door: Patricia van Deelen | ||
|

| 25 maart 2006 Bron: Eindhovens dagblad Door: Mariëtte van Wissen |
| ’Als ik Mallisha zie
lachen, moet ik zelf huilen’ Soms vergeet Maria (16) dat ze moeder is DOOR MARIËTTE VAN WISSEN Hoeveel seksuele voorlichting ook gegeven wordt, en hoe vroeg ouders en scholen ook aan voorlichting beginnen, tienerzwangerschappen zijn van alle tijden en zullen altijd blijven voorkomen. Jonge moeders kunnen van allerlei instanties zorg en begeleiding krijgen, maar liefde, acceptatie en intensieve begeleiding door de eigen ouders van de tienermoeders blijken toch het allerbelangrijkste. Een echtpaar vertelt over de zorg voor hun 16-jarige dochter en hun kleindochter van vier maanden. Een aangrijpend verhaal. In Eindhoven woont het echtpaar Jan en Marianne Dijkstra (46 en 41). Hun 16-jarige dochter Maria beviel vier maanden geleden van dochter Mallisha. Maria was vijftien toen ze in verwachting raakte. Binnenkort krijgen Jan en Marianne de voogdij over Mallisha, omdat Maria de zorg niet aankan. Maria is geadopteerd en heeft een ernstige hechtingsstoornis. Marianne: „Wij hebben altijd gezegd dat we voor onze dochter en kleindochter zullen zorgen. Maar als ik Mallisha zie lachen, moet ik zelf eigenlijk huilen. Omdat een moeder voor haar kind hoort te zorgen.” Dat dochter Maria op haar vijftiende in verwachting raakte, kwam voor haar ouders niet totaal onverwachts. Maria woonde al vanaf haar elfde niet meer thuis omdat ze al jaren, simpel gezegd, compleet losgeslagen was. Oók in haar seksuele omgang met jongens. Maria werd op haar elfde onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Ze woonde in tig tehuizen en op tig opvangadressen omdat ze nergens kon aarden. Wel hield ze altijd contact met haar ouders. Marianne: „Maria ging al heel jong met jongens om. Er zat geen enkele rem op, op geen enkel gebied. En wij weten dat ze nooit voorbehoedsmiddelen wil gebruiken. Daar is ze erg op tegen vanwege alle hormonen. Wij kunnen niet tot haar doordringen en haar op andere gedachten brengen. Niemand heeft vat op haar.” Marianne: „Natuurlijk hebben we ons al die jaren grote zorgen gemaakt, en niet alleen over een eventuele zwangerschap. Maar ik dacht wel altijd: ’als ik maar niet voor m’n veertigste oma word’. Dat is gelukt, maar daar is ook alles mee gezegd.” Maria belde vorig jaar vanuit een opvangtehuis haar ouders op om te vertellen dat ze zwanger was. Marianne: „Maria huilde aan de telefoon en ze bleef huilen. Iedere avond belde ze op. Ze wist niet wat ze ermee aan moest.” Maria zelf: „De eerste twee maanden wist ik helemaal niet wat ik moest denken of voelen. Ik huilde iedere dag. Later werd ik wat rustiger.” „Ik leefde ook alsof ik niet zwanger was. Tot het laatste moment was ik me er eigenlijk niet bewust van dat er een baby in mijn buik groeide en dat ik moeder zou worden. Ik kwam niet verder met denken over de situatie.” Abortus heeft ze heel even overwogen, maar niet serieus. „Ik dacht: misschien verandert een kindje mijn leven wel in positieve zin.” De vader van Mallisha, de ex-vriend van Maria, zit in de gevangenis. Hij mocht verlof om bij de bevalling te zijn, maar liet niets meer van zich horen. Jan en Marianne hebben indertijd niet aangedrongen op een abortus. „Wij hebben meteen gezegd dat de baby welkom was en dat we Maria en de baby zouden opvangen”, vertelt vader Jan. „Je kunt voor ons gevoel iemand eigenlijk niet dwingen tot een abortus.” Maar Maria gebruikt, na de geboorte van Mallisha, nog steeds geen voorbehoedsmiddelen en leeft inmiddels weer alsof ze geen kindje heeft. Beseft ze, zo luidt de vraag, dat ze zonder voorbehoedsmiddelen al snel een tweede baby kan krijgen voor wie ze ook niet zelf zal kunnen zorgen? Maria haalt haar schouders op. „Dat zien we dan wel weer.” Haar ouders kijken elkaar aan. Jan: „Als Maria weer in verwachting raakt, zullen we misschien toch wél op een abortus gaan aansturen, hoe erg we dat ook vinden. Maar wij zijn geen crèche natuurlijk, onze opvangmogelijkheden houden ook een keer op.” Binnenkort krijgen Jan en Marianne de voogdij over Mallisha, terwijl ze ook nog een zoon van 15 en een dochter van 12 thuis hebben. „We zullen Mallisha opvoeden zoals we onze eigen kinderen opvoeden”, zegt Jan. „En we willen Maria er natuurlijk bij blijven betrekken. Mallisha moet ook goed weten dat zij haar moeder is, en dat wij haar opa en oma zijn.” Jan en Marianne zouden willen dat dochter Maria haar verantwoordelijkheden als moeder neemt, maar dat lukt niet. „Ze laat Mallisha heel makkelijk bij ons achter en gaat dan de hort op. Ze trekt zich nergens iets van aan.” „Ach, ik weet dat Mallisha bij jullie veilig is”, zegt Maria schouderophalend. „Ik wíl wel voor Mallisha zorgen, maar dat is niet zo makkelijk. Een kindje heb je de hele dag.” Structuur Maria woont de laatste maanden in een begeleidingstehuis voor jonge moeders in Utrecht. Daar wordt de jonge moeders ze geleerd structuur aan te brengen in de dagindeling, hun baby’s te verzorgen, met geld om te gaan en gezond te koken. De laatste weken woont Maria er zonder haar baby. Want Jan en Marianne zijn erachter gekomen dat Maria weer drugs gebruikt en durven Mallisha niet meer mee te geven. Een ander probleem is dat Maria haar dochter vaak vergeet. Of beter gezegd: dan wil ze even niet weten dat ze moeder is. „Soms denk ik gewoon even niet aan Mallisha”, zegt Maria. Het is de vraag hoelang Maria nog in het tehuis kan blijven wonen zonder baby. Waar ze daarna naartoe moet, weet niemand. Thuis wonen bij haar ouders kan niet meer, dat is een gepasseerd station. Marianne: „Jan en ik krijgen er met Mallisha een hele zorg bij. Maar we proberen er het beste van te maken en luchtig te blijven denken over de toekomst, ondanks het verdriet en de grote zorgen.” Jan en Marianne hebben vaak nagedacht over wat de oorzaken kunnen zijn van het gedrag van Maria. Vaststaat dat Maria zelf een ernstige hechtingsstoornis heeft. Maria is door Jan en Marianne uit Brazilë geadopteerd toen ze twee weken oud was. Daarna kreeg het echtpaar nog twee eigen kinderen. Bij veel adoptiekinderen beginnen de problemen in de pubertijd. Bij Maria waren er eigenlijk vanaf het begin al problemen. Marianne: „Ze kent al zestien jaar lang geen enkele grens om te krijgen en te bereiken wat ze in haar hoofd heeft. Dat probleem zie je vaak bij geadopteerde kinderen.” „Wij denken zelf dat haar eigen moeder tijdens de zwangerschap al veel strijd heeft moeten leveren. Ze heeft misschien moeten overleven, heeft zwaar onder spanning gestaan. Het is niet ondenkbaar dat zoiets op je ongeboren kind overslaat. Maria levert ook altijd strijd, is symbolisch gezien ook altijd aan het vechten.” Maria zelf weet het niet. „Ik weet dat ik vaak moeilijk en lastig ben”, zegt ze. „En ik denk vaak dat ik gelijk heb.” Marianne: „Met een kind als Maria hebben we geleerd om met de dag te leven. Iedere dag is anders, iedere dag gebeuren er dingen waar je weer op in moet springen. We hebben ook geleerd om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Het komt zoals het komt.” Maar ja, met Mallisha beginnen we wel helemaal opnieuw.” Marianne haalt een zin aan die ze onlangs ergens las: ’Loslaten is omkijken zonder spijt, vooruitkijken zonder verwachting en ervaren in het hier en nu’. |

| 3 Januari 2006 Bron: De Trompetter Door: Sophie Fleur |
| Maria Gabriela: van opstandige puber naar tienermoeder ‘Het moedergevoel komt met het kindje mee’ Eindhoven – Maria Gabriela is zestien jaar. Haar vier weken oude baby ligt op haar schoot. Ze is de schok nog maar amper te boven, maar voelt zich wel een echte moeder. Gemakkelijk heeft geen enkele tienermoeder het, maar voor Maria Gabriela was het nog iets zwaarder. Het geadopteerde meisje heeft een hechtingsstoornis en woont al vanaf haar elfde niet meer thuis. Ze kan niet tegen het gezinsleven en dat terwijl ze nu haar eigen gezinnetje vormt. Maria Gabriela is nu even thuis bij haar ouders. Normaal woont ze doordeweeks in Helmond in een opvangtehuis. Eigenlijk ging het heel goed met haar. Ze vertelt: ‘Ik woonde in Arnhem waar ik kamertraining kreeg van het Leger des Heils. Dan leer je zelfstandig te wonen. Daar was ik best trots op, die zelfstandigheid. Aan de andere kant had ik ook wel het gevoel dat er, nu ik eindelijk op mezelf woonde, wel weer iets zou gebeuren wat het zou verpesten.’ Vanaf haar elfde woonde Maria Gabriela al niet meer thuis. ‘Ik heb veel in internaten en in gesloten inrichtingen gezeten. Daar ben ik ook een paar keer van weggelopen. In 2004 ben ik bij mijn vriend gaan wonen, totdat ik in oktober weer werd opgepakt. Ik had een overdosis genomen. Het liep allemaal uit de hand en daardoor kwam ik in een jeugdinrichting terecht, waar ik in januari 2005 weer uit kwam. Ze hadden daar ook mijn persoonlijkheid onderzocht. Na dat onderzoek bleek dat ik te zelfstandig was om bij een gezin om leefgroep te wonen en kreeg ik kamertraining.’ Ze vervolgt: ‘Ik ben geadopteerd en daardoor heb ik veel problemen gehad. Zo lukt het me niet om het gezag van mijn ouders te accepteren. Ik wilde toen ook al gewoon uit huis. Het leek me veel fijner om op een internaat te zitten. Daarom ging ik vaak ook zo ver dat ik wel uit huis geplaatst móest worden. Het is erg vaak uit de hand gelopen. Ik was echt niet te handhaven.’ Maria Gabriela raakte zwanger van haar vriendje. ‘Dat was niet de bedoeling. Ik had wel al zo’n gevoel dat er iets was. Ik was een keer bij de dokter geweest en die zei toen tegen mij dat het door het veelvuldig gebruiken van drugs het mogelijk was dat mijn baarmoeder was aangetast. De kans was ook groot dat ik onvruchtbaar zou zijn. In tijden dat ik veel drugs gebruikte, werd ik namelijk niet meer ongesteld.’ Toch voelde ze dat er iets was veranderd. ‘Ik voelde me zwanger, maar mijn verstand zei me dat dit me niet zou gebeuren. Ik deed een oude test en bleek zwanger te zijn. Maar bij een tweede test was het weer niet zo. De derde test was echter weer positief.’ Overstuur belde ze haar moeder, Marianne Dijkstra (41), op. Die zegt gelaten: ‘We hadden het al aan zien komen. Ik schrok er niet zo van. Achteraf waren we blij dat het nog niet eerder was gebeurd. Maria Gabriela is wel erg positief veranderd door haar zwangerschap. Eerst hadden we bijvoorbeeld geen contact, maar nu wel.’ Samen eten Maria Gabriela was zes weken in verwachting, toen ze het ontdekte. ‘Ik had in de eerste periode van mijn zwangerschap veel drugs gebruikt. Daarom moest ik meteen naar de gynaecoloog en werd ik in daarna in de gaten gehouden of het wel goed ging.’ Met drugs stopte ze meteen. Wel was haar huisvesting ineens een probleem. ‘Ik had in Arnhem een eigen flat. Ieder had zijn eigen kamer, badkamer en keuken. Omdat het de bedoeling was om zo zelfstandig mogelijk te leven, stoorde de groepsleiding ons alleen als we hulp nodig hadden. Ik mocht voor mezelf koken en deed andere dingen ook zelfstandig. Het was er heel vrij. Zo vrij als je zelf wilde. De leiding was er voor je, als je vragen had, maar voor de rest was je vrij.’ Nadat Maria Gabriela wist dat ze zwanger was, ging ze uitkijken naar een andere woning. ‘Ik had eindelijk mijn eigen huisje, dus daar baalde ik wel van. Ik probeerde bij de tienermoederopvang terecht te komen, maar dat duurde allemaal erg lang. Ik moest bij de kamerbegeleiding weg, omdat ik nog maar in de eerste fase zat. Pas in de derde fase mocht je helemaal zelfstandig wonen en ik mocht dat dus niet.’ Haar moeder vertelt: ‘Ze wilde ook richting Eindhoven komen. Dus hebben we hier bij de tienermoederbegeleiding aangeklopt.’ Haar dochter vervolgt: ‘Er stond een oproep in de krant voor tienermoeders. Er kwam een project waarbij zij zelfstandig konden wonen. Achteraf was dat een groot misverstand. Ik heb geprobeerd me in te schrijven, maar dat ging niet. Ik liep echt overal tegen een muur aan. Ze noemden het in Eindhoven namelijk wel een tienermoederproject, maar daar namen ze bijvoorbeeld alleen maar meiden van boven de achttien aan. Ja, noem het dan geen tíenermoederproject!’ Het kwam er eigenlijk op neer dat ze nog onder de verantwoordelijkheid van haar ouders viel. ‘In Arnhem werd ik er uit gezet, ik was toch al ieder weekend in Eindhoven. Het was hier gezellig en ik kreeg steun. In de zomer ging ik zelfs mee op vakantie.’ Ze vervolgt: ‘De leiding wilde dat ik ging werken en naar school ging, maar omdat ik zwanger was, werd ik natuurlijk nergens aangenomen. En ik ben wel een tijdje naar school gegaan, maar ik kwam daar twee maanden voor het einde van het schooljaar, dus had ik niks te doen.’ Toen Maria Gabriela na de zomervakantie thuiskwam, ging ze weer bij haar ouders wonen. ‘Na vijf jaar kwam ik ineens weer terug. Het was wel moeilijk. Ik was gewend zelfstandig te koken en hier moest ik weer samen eten. En dat háát ik!’ Moeder Marianne vult aan: ‘Dus liep het fout. Gabriela werd met spoed opgevangen in Helmond half september.’ In het weekend komt ze terug naar huis. ‘Dan gaat het wel goed. Als ik maar weer weg kan.’ Ruggenprik Maria Gabriela bereidde zich niet echt voor op haar zwangerschap. ‘Nee, het was eerst belangrijk om een plaats te vinden om te wonen. Ik viel wat dat betreft echt in een zwart gat. Nu kan ik waarschijnlijk binnenkort terecht in Utrecht, waar wél een project is voor jonge tienermoeders. Dat hoorde ik in augustus, en toen waren er eigenlijk maar twee maanden wachttijd. Ja, ondertussen wacht ik natuurlijk al veel langer. Op het moment dat ik dat had geregeld, kon ik me eindelijk richten op het zoeken van kraamzorg.’ Haar moeder vertelt: ‘We hebben veel spullen gekregen van mensen, zoals kleertjes en zwangerschapskleren en een bedje.’ Voor Maria Gabriela was het toch wel wennen. ‘In het begin van de zwangerschap wist ik dat er iets niets aan me klopte. Ik ging ineens roze kleren kopen, ik werd een meisje! En dat terwijl ik eerder echt een jongensmeisje was. Ik werd veel zachter en liever.’ Ze vervolgt: ‘Ik weet niet of ik er echt aan toe was. Ik had een droombeeld van een eigen huis, een eigen gezin, maar ik wist wel dat mijn vriend er niet aan toe was. Nu is hij dus ook mijn ex-vriend. Ik was er misschien wel aan toe, maar de buitenwereld niet, dus was ik erg beperkt in de dingen die ik kon. Op papier ben ik toch nog steeds zestien.’ Toch was een paar jaar wachten achteraf wel beter geweest, denkt ze. ‘Ik wist wel dat het moeilijk zou worden, maar het is nog veel moeilijker dan ik dacht. Ik heb altijd vrij willen zijn. Ik had veel vrijheid in de opvang, maar nu ben ik de hele week met mijn dochtertje alleen en mis ik die vrijheid enorm. Als ik in het weekend bij mijn ouders ben en ik even de kans heb om iets voor mezelf te doen, bijvoorbeeld voor de computer zitten, dan doe ik dat ook. Zaterdag ging ik voor het eerst uit, maar ik was daarna twee dagen helemaal kapot. Ik wil altijd alles veel te snel.’ De bevalling was ook een schok voor haar. ‘Ik had me er niet zo druk over gemaakt omdat er meisjes waren die zeiden dat het best wel meeviel. Ik had ondertussen wat vriendinnen gemaakt bij JEM & Kids in Eindhoven, waar er een inloop is voor jonge moeders. Dat was ook wel vreemd om vriendinnen te hebben. Voorheen had ik er ook wel, maar die begrepen mij niet. Ze vonden mij maar raar. Bij JEM & Kids kwam ik veel meiden tegen, die ook problemen hadden, dus begrepen we elkaar.’ Ze vervolgt: ‘De bevalling viel uiteindelijk helemaal niet mee. Ik heb zo moeten huilen. Ik raakte er helemaal van overstuur, ik trok het niet meer. Mijn ogen draaiden helemaal weg. Het was zo heftig dat ik het niet meer bij kon houden, dus kreeg ik een ruggenprik.’ Nu is de bevalling vier weken geleden. ‘Ik kon me niet voorstellen hoe het zou zijn om moeder te zijn, maar dat moedergevoel komt met het kindje mee naar buiten. Daar was het en het was zo breekbaar. Ik durfde mijn dochter amper aan te raken. Gelukkig leerde ik snel hoe ik voor mijn dochter moest zorgen.’ Het is zwaar, maar aan de andere kant is ze zelf ook nooit gemakkelijk geweest. ‘Ik ben wel veranderd. Ik ben vriendelijker geworden, ook op de manier waarop ik met mensen praat. Beleefder. Ik ben uiteindelijk toch meer een meisje geworden en eigenlijk ben ik daar best trots op.’ |


| 9 Mei 2004 Bron: De Bosche omroep Door: Anke Bardie |
| De keerzijde van
een adoptie ‘Je hebt je best gedaan, maar je best was niet goed genoeg’ Jaarlijks adopteren vele honderden Nederlanders een kindje uit het buitenland. Voor veel mensen is adoptie het antwoord op hun geluk, de kinderwens wordt vervuld en ze krijgen de kans hun kind een warm en liefdevol thuis te bieden. Toch loopt het in de praktijk ook wel eens anders. Een kind met problemen, afwijzende instanties, ouders die zich geen raad meer weten: de keerzijde van een adoptie. Anke Bardie De familie Dijkstra besloot in 1987 een kind te adopteren uit Brazilië. Zeer bewust van het feit dat adoptie een lange weg betekent, schreven ze zich in bij het ministerie van justitie, volgden cursussen en werden uiteindelijk op een wachtlijst geplaatst. Het zou naar verwachting 5 jaar gaan duren voordat ze hun kindje in hun armen konden sluiten, maar dit vooruitzicht werd nog eens ontmoedigd door een wachtlijststop. Op dat moment besloten ze het zelf te gaan regelen. Ze kwamen via vrienden in contact met een advocaat in Brazilië die beloofde ze te helpen. Na veel problemen, administratieve rompslomp en een bezoek aan Brazilië konden zij zichzelf al na 2 jaar de gelukkige ouders noemen van een prachtige dochter. “De voorbereiding is intensief, de hoeveelheid papierwerk gigantisch en het wachten slopend. Maar alle emoties komen pas echt los bij de eerste aanblik van een kind, jouw kind”, aldus Marianne Dijkstra. Hechtingsstoornis Na een aantal jaren begonnen er echter problemen te ontstaan binnen het gezin. Het kindje bleek niet te kunnen wennen aan de gezinssituatie. Later bleken de problemen ook een naam te hebben: hun dochter lijdt aan een zogenaamde hechtingsstoornis. Wanneer adoptiekinderen uit hun land van herkomst worden gehaald, worden ze geconfronteerd met een verandering van klimaat, van sfeer en van personen. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de manier waarop een kind zich hecht aan de adoptieouders. Kinderen, die hier aan lijden, voelen zich vaak afgedankt, kunnen niet geloven dat andere mensen van ze houden en zijn zelf niet in staat om te beantwoorden in die liefde. Emotioneel voelen ze weinig en gaan op de verkeerde manieren op zoek naar aandacht. Voorbeelden hiervan bij jonge kinderen zijn het afwijzen en uitdagen van de meest verzorgende ouder, ouders tegen elkaar uitspelen en negatieve aandacht opeisen binnen het gezin. Op latere leeftijd kan dit zelfs leiden tot weglopen of het dreigen ermee, spijbelen, diefstal, sexuele ontsporingen en depressies. Ook de dochter van de familie Dijkstra kreeg dergelijke problemen en werd onhandelbaar. Het was op een gegeven moment zelfs zo erg dat de rest van het gezin er onder begon te leiden. Ze besloten op zoek te gaan naar hulp, maar hun kreten om hulp bij verschillende instanties werden niet gehoord. Uiteindelijk zat er, zo dachten ze, niets anders op dan hun dochter naar een internaat te sturen. “Het inzicht krijgen dat het thuis niet meer gaat is heel moeilijk”, aldus Marianne. “Maar als er iets is waar we spijt van hebben dan is het deze stap geweest. Onze dochter heeft daar dingen gezien en gehoord die haar alleen nog maar meer negatief hebben beïnvloed. Ze is daar voor het eerst ook echt weggelopen naar aanleiding van een emotioneel gesprek met de psycholoog. Na een avond vol wanhoop is ze toen gelukkig teruggevonden, maar toen ze weer thuis terugkwam was ze opstandiger dan ooit en vastbesloten om uit huis te gaan.” De omgeving “Bij verdriet laat de omgeving je vaak in de steek, ze zien je roep om hulp wel maar weten niet hoe te helpen. Als mensen vragen hoe het gaat en ik geef een eerlijk antwoord is dit vaak heel confronterend. Tot mijn verbazing moet ik rekening houden met het feit dat mensen eigenlijk niet willen weten hoe het met me gaat, het is vaak een vraag uit beleefdheid. Hierdoor merk je wel wie je echte vrienden zijn, de mensen die je jarenlang onvoorwaardelijk steunen. Ook binnen je gezin moet je oppassen voor verdriet. Je partner kan in een andere fase van verwerking zijn en dit moet je kunnen accepteren en ook voor je andere kinderen is de druk erg groot. We proberen daarom alles openlijk te bespreken, ze ruimte te geven om hun gevoelens kwijt te kunnen. Wij zijn nu aangesloten bij LOGA, waar ik zelf ook bestuurslid van ben. Hier kun je als ouder je verhaal kwijt bij mensen die in hetzelfde schuitje zitten. Mensen die je begrijpen en van wiens ervaringen je kunt leren. Hier hebben wij als gezin heel veel steun aan.” LOGA LOGA is een landelijke oudervereniging voor gezinnen met geadopteerde kinderen die problemen ondervinden. Zij organiseren themadagen en contactavonden waar ouders met probleemkinderen terecht kunnen voor informatie en steun. Het is een vereniging opgezet door ouders voor ouders. “Naast de steun die we bij LOGA ontvingen hebben we ook veel geleerd over hoe om te gaan met onze problemen en gevoelens. Het leren als ouders dat hoeveel je ook van je kind houdt, je toch moet accepteren dat het binnen het gezin nooit gelukkig zal kunnen zijn. Het leren samen een weg te vinden om door te gaan, op een andere manier dan het traditionele gezin. Omgaan met die schuldgevoelens en accepteren dat je je best hebt gedaan, maar dat je best niet goed genoeg was.” LOGA organiseert op woensdagavond 12 mei, 2 juni 2004 een serie van twee informatieavonden voor adoptiefouders die zich in het bovenstaande herkennen Iedere avond heeft een inleiding en er is ook gelegenheid om te reageren en ervaringen uit te wisselen. Het thema van deze serie is ‘De roze wolk voorbij’. Indien de deelnemers dit willen is er de mogelijkheid van een derde avond op 23 juni 2004. De informatieavonden zijn van 19.30 uur tot 22.00 uur in ‘Het Groote Genoegen’, achter het stadhuis 10 te ’s-Hertogenbosch. Kosten: €5,-. Aanmelden voor 10 mei 2004 per telefoon: 040-2815592 of e-mail: marianne.dijkstra@chello.nl Voor meer informatie: www.loga.info |
Januari interview in Linda. 'Geadopteerde liefde & last ( Klik op bovenstaande of op het plaatje om het artikel te lezen) |
![]() |

|
||
| GEEN HUILVERHAAL
“Ik heb er nooit aan getwijfeld of Oudste nog in leven was. Gek genoeg wist ik al die tijd zeker dat ze er nog was. Ik wist alleen niet waar. En dat is gekmakend.” Marianne Dijkstra is Oudste’s moeder. Ruim drie maanden was het veertienjarige meisje vermist. Folders, politieberichten en zoekacties leverden niets op. Maar nadat de ouders en een vriendinnetje een oproep deden in het programma ‘Vermist’ dook ze weer op. Marianne: “Aanvankelijk voelde ik er weinig voor om met ons verhaal op tv te komen. Maar op een gegeven moment waren we ten einde raad en konden we niets anders bedenken. We wisten wel zeker dat we niet huilend in beeld wilden komen. Als Oudste ons zo zou zijn, zou ze zich gek lachen. Dankzij een goede begeleiding van Jaap Jongbloed en de redactie werd het gelukkig een rustig optreden.” Het had effect. Want behalve een stroom aan tips en adviezen kwam ook het verlossende telefoontje van Oudste. Marianne: “Twee dagen na de uitzending ging de telefoon. We waren nét thuis toen ze belde. Ze stond op het station en vroeg of we haar kwamen ophalen. Ik was opgelucht en tegelijkertijd bang, Je weet immers niet in wat voor staat of gezelschap je je dochter aan zult treffen.” Op de goede weg Het weerzien was redelijk happy, maar helaas niet voor langere tijd. Oudste heeft een hechtingsstoornis die vaker voorkomt bij adoptiekinderen (toen ze twee weken oud was, werd Oudste geadopteerd). Ze kan geen intieme band aangaan met mensen en is soms een gevaar voor zichzelf en anderen. Ze heeft al een lange historie van tehuizen en opvangcentra achter de rug. Momenteel zit ze in Rentray een inrichting die haar helpt sterker in haar schoenen te staan. Marianne: “Ik heb het gevoel dat we eindelijk op de goede weg zijn.” Moeder Marianne houdt een website bij over het ‘geen-bodem-syndroom’, de hechtingsstoornis waaraan haar dochter leidt. Op www.bodemloos.com is haar verhaal te lezen. |

![]() |
Artikel
Algemeen Dagblad 14 November 2003 IKKE, IKKE, IKKE Mensen met hechtingsstoornis houden altijd afstand ( klik op het logo of hier boven om het artikel te lezen.) |

![]() |
Column die Jaap Jongbloed
schreef in de Tros kompas naar aanleiding van de vermissing van Oudste. Week 40 2003 |

| UIT HET ADOPTIE-GEZINSLEVEN
GEGREPEN
Het adoptiegezinsleven van LOGA-leden is doorgaans zwaar, heftig, ongelooflijk en soms om gek van te worden. Reden te meer om de andere pool, de (galgen)humor, de luchtigheid en het grappige van gebeurtenissen niet uit het oog te verliezen. Zonder zwaarte bestaat er geen licht en luchtigheid en vice versa. Zwaarte is beter te dragen door veel te lachen om wat wij meemaken aan gekkigheid. Ik wil u dan ook uitnodigen anekdotes uit uw adoptie-gezinsleven aan mij op te sturen, om onze nieuwsbrief op deze manier enigszins in balans te houden. Het onderstaande verhaal is opgetekend door Marianne Dijkstra. Hoe krijg je contact? Als ouders die nog steeds bezorgd zijn over het welzijn van hun 13 jarige dochter, proberen we steeds goed op de hoogte te blijven van haar doen en laten in de instelling waar ze verblijft. De groepsleiding zucht altijd erg hard als wij bellen, ze zijn het niet gewend, ouders die bellen en alles willen weten. Het lijkt wel of uithuisplaatsing door hen wordt opgevat als het eindstation waar ouders geen rol meer (mogen) spelen en dus zijn uitgerangeerd. Op de meeste telefoontjes die wij plegen wordt dan ook niet gereageerd: men is druk, druk, druk. Naar we hopen met de zorg voor ons kind….. Terugbellen is dan ook erg moeilijk. Nog moeilijker is het om een gedragswetenschapper of afdelingshoofd te spreken te krijgen. Na op een dag verschillende keren te hebben gebeld en steeds weer te worden afgescheept met de mededeling dat de vergadering niet gestoord kan worden en dat we het later maar weer moeten proberen, belt manlief bij thuiskomst van zijn werk. Hij zegt onduidelijk zijn naam en op de vraag waar het over gaat is zijn antwoord over een beleidskwestie. Bingo! Na slechts enkele seconden wordt hij door verbonden en het afdelingshoofd is zeer verbaasd. Afijn, hier kunnen we allemaal mee leven. Nu loopt onze dochter weg, 13 jaar oud. Spoorloos verdwenen. Wij geven de ons bekende namen en adressen door en hebben de verwachting dat de groepsleiding dit verwerkt, er mee aan de slag gaat. Wij horen niks, ze is 10 dagen spoorloos en in deze 10 dagen kennen ze ons telefoonnummer blijkbaar niet meer. Onze dochter is inmiddels weer terug. Wij zijn blij, natuurlijk, en zoals inmiddels traditie gaan we met Hemelvaart kamperen in de buurt van de instelling om even wat dichter bij te zijn. Hechtingsstoornis is dan wel afstand nemen, figuurlijk dan, maar voor ons ook letterlijk met de 200 kilometer die tussen ons in zit. Voor donderdag én zondag mogen we een afspraak met haar maken. Vrijdags rijden we langs en de kinderen vertellen dit ’s avonds tijdens het telefonisch contact. Onze dochter vraagt waarom we niet even langs zijn geweest en haar even gedag hebben gezwaaid, als we zaterdag in de buurt zijn, moeten we dit zeker doen, meent ze. Zaterdag zijn we in de buurt, we kamperen tenslotte in de buurt. We rijden langs en ze is buiten, ze ziet ons meteen, komt bij het hek, even kletsen, lachen, genieten. Drie minuten zal het contact geduurd hebben. Even die verbondenheid, het voelde goed en was genoeg. Na 5 minuten rijden gaat mijn mobiele telefoon. Op de display verschijnt een voor ons onbekend nummer, wie zal het zijn? Het ongelooflijke gebeurd: aan de telefoon hebben we het Hoofd Behandeling, de meneer waar we veel over horen maar nog nooit hebben gezien of gesproken. Hij belt (nota bene) vanaf zijn privé adres: We hebben de orde verstoord, hij is bang dat we een trend zetten door even je kind gedag te zeggen als je toevallig langs rijdt, we schaden de acceptatie van de behandeling. We hadden dit moeten melden, ze zijn overrompeld en we zullen er zeker nog meer overhoren via een officiële brief. Even de kans om zomaar tussendoor je kind gedag te zeggen, even geen afstand, even die verbondenheid en ja, ook toch door deze actie, voor het eerst contact. |
![]() |