Update: 27.11.2007
Juridische uitspraak over het verkrijgen van informatie door ouders.
Identificatieplicht voor iedereen vanaf 14 jaar Oktober 2004
Openheid door hulpverleners Februari 2003
Artikel 6:162
Artikel 6:164
Artikel 6:165
Artikel 6:169 ( Aansprakelijkheid voor personen en zaken)
Onderhoudsplicht en rechtbekwaamheid van 18+ ( Artikel 395a)


Juridische uitspraak over het verkrijgen van informatie door ouders.

Uit eerdere ervaring weten we dat er het recht bestaat op het verkrijgen van de dagrapportages/contactjournaals.
Deze uitspraak is hier eerder over gedaan en die hebben wij al een aantal keren kunnen gebruiken om informatie te krijgen.

In de klachtzaak Hop namens klagers X tegen Harreveld Sector Alexandra heeft het College van Advies Justitiële Kinderbescherming en Commissie van Toezicht geoordeeld dat klagers recht hebben op inzage en afschrift van het contactjournaal en de werkaantekeningen uit het dossier van de minderjarige.

Het betreft de uitspraken CvT H2000/1 d.d. 150200 en CAJK 00/198/JA d.d. 210400. Mr. J.A.C. Bartels, voorzitter, ( Vice-president Arrondissementsrechtbank te Amsterdam)
Mr. dr. A.J. van Montfoort, lid



Oktober 2004
IDENTIFICATIEPLICHT VOOR IEDEREEN VANAF 14 JAAR
De Wet op de uitgebreide identificatieplicht treedt op 1 januari 2005 in werking.Vanaf deze datum moet iedereen in Nederland van 14 jaar en ouder een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen als politie of andere toezichthouders daar om vragen. In de praktijk betekent dit dat iedereen van 14 jaar en ouder altijd een geldig identiteitsbewijs bij zich moet dragen.

Het verzoek om identificatie door politie of andere toezichthouder mag niet willekeurig gebeuren. Zij moeten daartoe een reden hebben. Het moet nodig zijn voor de uitvoering van hun taken, bijvoorbeeld voor verkeerstoezicht, hulpverlening, opsporing van strafbare feiten of handhaven van de openbare orde. Er komen geen afzonderlijke controles op het bezit van identiteitsbewijzen.

Wanneer iemand geen geldig identiteitsbewijs kan of wil tonen wanneer politie of toezichouder daar om vragen, kan hij meegenomen worden naar het politiebureau. Daar wordt vervolgens onderzoek gedaan naar zijn identiteit. Ook kan hij bestraft worden met een boete van maximaal 2250 euro. Mensen met de Nederlandse nationaliteit kunnen zich identificeren met het paspoort, het rijbewijs en de Nederlandse identiteitskaart (voorheen Europese identiteitskaart). Vreemdelingen kunnen zich identificeren met een vreemdelingendocument.

Het kabinet besloot in 2002 tot de invoering van de uitgebreide identificatieplicht als onderdeel van een breed pakket aan maatregelen om Nederland veiliger te maken en criminaliteit en overlast te verminderen. Het beleid van de regering is neergelegd in het veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving (www.veiligheidsprogramma.nl). De Eerste Kamer is op 22 juni 2004 akkoord gegaan met wetsvoorstel "Uitgebreide identificatieplicht".



Perspectief nr.1 Februari 2003

Hulpverleners moeten naar de ouders toe openheid over hun kind betrachten, ook als die wetenschap tot onvoorspelbaar optreden kan leiden. Die openheid dient niet alleen door de Raad van Kinderbescherming te worden gepraktiseerd, maar door alle betrokken medische en andere hulpverleners. Dit blijkt uit een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 17 december 2002 inzake Kimberly Venema ( appl.no.35731-97).
Kort gezegd komt deze uitspraak erop neer dat hulpverleners altijd het gesprek met de ouders moeten aangaan en dat ook de Raad pas actie mag ondernemen als de ouders op de hoogte zijn. Zomaar een O.T.S. uitspreken zonder de ouders gehoord te hebben is niet meer mogelijk.


Artikel 6:162
Lid 1: Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
Lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatsschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
Lid 3: Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.



Artikel 6:164

Een gedraging van een kind dat de leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt,
kan aan hem niet als een onrechtmatige daad worden toegerekend.


Artikel 6:165
Lid 1: De omstandigheid dat een als een doen te beschouwen gedraging van een persoon van veertien jaren of ouder verricht is onder invloed van een geestelijke of lichamelijke tekortkoming, is geen beletsel haar als een onrechtmatige daad aan de dader toe te rekenen.
Lid 2: Is jegens de benadeelde tevens een derde wegens onvoldoende toezicht aansprakelijk, dan is deze derde jegens de dader verplicht tot bijdragen in de schadevergoeding voor het gehele bedrag van zijn aansprakelijkheid jegens de benadeelde.



Artikel 6:169 ( Aansprakelijkheid voor personen en zaken)
1. Voor schade aan een derde toegebracht door een als een doen te beschouwen gedraging van een kind dat nog niet de leeftijd van veertien jaren heeft bereikt en aan wie deze gedraging als een onrechtmatige daad zou kunnen worden toegerekend als zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent, aansprakelijk.

2. Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een kind dat de leeftijd van veertien jaren al wel maar die van zestien jaren nog niet heeft bereikt, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent, aansprakelijk, tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet.


Op de dag dat iemand 18 jaar oud wordt, is hij voor de wet meerderjarig.
Meerderjarig worden heeft zijn rechten en zijn plichten.
Je bent dan onder meer handelingsbekwaam.
Het is een wettelijk begrip en het betekent dat iemand zelfstandig 'rechtshandelingen' kan verrichten die 'niet vernietigbaar' zijn.
Als meerderjarige ben je volledig handelingsbekwaam en helemaal zelf verantwoordelijk voor de overeenkomsten die je sluit.
Je bent dus persoonlijk aansprakelijk als je schulden maakt, geld van een bank leent of op krediet koopt.
Letterlijk staat in artikel 395a van boek 1 van het Burgerlijk wetboek dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen, die de leeftijd van éénentwintig jaren niet hebben bereikt.
Dit is evenwel heel iets anders dan aansprakelijk zijn voor schulden die een meerderjarig kind maakt.
Hier hoeven ouders, vanaf dat het kind 18 jaar oud is, niet meer voor op te draaien.


Ouders moeten voor hun kinderen de kosten van verzorging en opvoeding betalen, totdat zij 18 jaar zijn. Maar als een kind meerderjarig wordt (18), houdt de financiele verplichting niet op. Ouders hebben voor hun kinderen van 18, 19 en 20 jaar een voortgezette onderhoudsplicht. Dit betekent dat zij de kosten van levensonderhoud en studie moeten betalen.

Voor minderjarige kinderen geldt het volgende. Hierbij ervan uitgaande dat de schulden zijn ontstaan uit onrechtmatige daad. 

·         Voor schade toegebracht door een kind dat nog niet 14 jaar is, is  degene die ouderlijk gezag uitoefent aansprakelijk.

·         Voor gedragingen van kinderen van 14 en 15 jaar oud, is degene die het ouderlijk gezag uitoefent aansprakelijk, tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet. Hierbij is het aan de ouder of voogd om aan te tonen dat hem geen verwijt treft dat hij de gedraging niet heeft belet. Naar mate het kind een groter gevaar oplevert behoren de ouders, binnen de grenzen van het aanvaardbare, hun maatregelen gericht op het voorkomen van nadeel te verscherpen. 

·         Vanaf 16 jaar is het kind in de eerste plaats zelf aansprakelijk en de ouders pas in de tweede plaats, waarbij dan wel een eigen onrechtmatig of nalaten aan de ouder moet kunnen worden verweten. Opgemerkt zij dat een geestelijke- of lichamelijke tekortkoming op zich niet voldoende is om onder de aansprakelijkheid uit te komen. 

·         Is de minderjarige zelf aansprakelijk, dan is in beginsel geen verhaal bij de ouders mogelijk. Hierop zijn evenwel uitzonderingen mogelijk totdat het kind 18 jaar is geworden. 

·         Als het kind niet thuis woont zal de ouder minder snel een verwijt kunnen worden gemaakt, waarbij natuurlijk wel altijd voor een adequate WA-verzekering moet zijn gezorgd. 

·         Als het kind verslaafd is, is het denk ik zaak om zoveel mogelijk beschermende maatregelen te nemen, zoals bijv. onder bewind stelling of curatele