Delen uit een briefwisseling tussen een ouder en een professor.
Prof.dr. Dolph Kohnstamm studeerde psychologie aan de Universiteit van Amsterdam en werkte daarna aan de universiteiten van Utrecht (1963-1970) en Leiden (1973-1998), in de ontwikkelingspsychologie. Zijn onderzoek richtte zich op pogingen om de ontwikkeling van achterblijvende jonge kinderen extra te bevorderen door middel van speciale onderwijsprogramma’s en op de ontwikkeling van persoonlijkheidsverschillen, speciaal in het kader van het vijf-factoren-model uit de persoonlijkheidspsychologie.


Marianne, wist jij dat een hechtingsstoornis iets vaags is?
Zoals je ziet heb ik een vraag aan Prof Kohnstamm voorgelegd met dit ongelooflijke antwoord.

Geachte heer Kohnstamm,
Ik zou u graag de volgende vraag willen voorleggen:
Van een kind is een uitgebreid psychiatrisch rapport en een diagnose bekent: een reactieve hechtingsstoornis en een persoonlijkheidsstoornis. Enige weken nadat dit rapport is opgemaakt komt die pupil een ambulante jeugdhulpverlener tegen. Deze hulpverlener weigert het rapport te lezen en gaat dan volledig haar eigen koers varen. Maling hebbende aan die diagnose. Kan en mag dat volgens u?
Ik hoop op een antwoord van u.
Met vriendelijke groet,


Ja, volgens mij mag een hulpverlener aan het werk gaan zonder zich van een door een kinderpsychiater gestelde diagnose iets aan te trekken. Die diagnoses zijn nooit op harde en moeilijk aanvechtbare gronden gebaseerd, zoals bijvoorbeeld die van artsen over lichamelijke ziekten.
Vriendelijke groeten,
Dolph Kohnstamm
www.kohnstamm.info


Op de eerste plaats mijn dank voor uw snelle reactie. Ik begrijp echter niet zo goed dat diagnoses gesteld door een psychiater nooit gebaseerd zijn op harde en moeilijk aanvechtbare gronden.
Want zo lees ik in een stuk op internet:
Internationaal is de reactieve hechtingsstoornis als een klinisch vaststelbare stoornis erkend en diagnosticeerbaar volgens de DSM1-criteria.
Ook in diverse studieboeken, zoals kinder- en jeugdpsychiatrie van Sanders-Woudstra, staat het beschreven.
Als ik uw antwoord dan vergelijk met een lichamelijk aandoening, dan zou een verpleegkundige ook haar eigen weg kunnen gaan en de diagnose van een arts aan haar laars mogen lappen? Zelfs een medium kan vervolgd worden als die op de stoel van een arts gaat zitten.
Volgens mij is een diagnose gesteld door een arts een diagnose. Of die arts nu een psychiater is of een internist


Nee hoor, ik blijf erbij, een hulpverlener/behandelaar mag, als hij/zij nog niets van het kind gezien heeft, in de dagelijkse omgang, eerst zijn/haar eigen gang gaan om te zien hoe het kind daarop reageert.
Diagnoses zoals reactieve hechtingsstoornis zeggen niets over hoe er met het kind in de praktijk moet/kan worden omgegaan. Op de ene hulpverlener zijn heel andere reacties mogelijk dan op de andere, ook al zou het kind zoiets vaags als een reactieve hechtingsstoornis hebben. Mislukt de aanpak van de hulpverlener dan zal hij/ zij zeker naar de gestelde diagnoses gaan kijken, maar voor die tijd vind ik dat niet noodzakelijk.

Ik heb met grote verbazing uw antwoord gelezen waarin u schrijft dat een reactieve hechtingsstoornis iets VAAGS is. Deze stoornis komt niet alleen voor bij adoptiekinderen maar ook bij pleegkinderen, stiefkinderen en zelfs bij biologische kinderen.
Het is een stoornis die wereldwijd (h)erkend is als een psychiatrische stoornis en waar al zeer vele boeken over geschreven zijn. En dat niet het laatste jaar maar al sinds vele jaren.
Er wordt in Nederland, door de hulpverlening, echter vaak met de vinger naar de ouders gewezen. Hoe dat komt? Desinteresse?! Maling hebben aan diagnoses?! Machogedrag van de hulpverlening!?

Wie het weet mag het zeggen!

Wat ik wel weet, als ouder van een kind met een hechtingsstoornis, dat er door ondeskundig, eigengereid optreden van die hulpverlening er zeer vele ouders extra verdriet hebben door dat optreden.

Ouderverenigingen, zoals de Knoop , zouden niet mogen bestaan. Maar zij moeten wel bestaan om een luisterend oor en ondersteuning te bieden aan al die ouders die door de hulpverlening in de kou zijn gezet. Ouders van een kind met een hechtingsstoornis.

En meneer Kohnstamm, die stoornis is niet iets VAAGS. Nogmaals ik was zeer verbaasd over uw bewering. Iemand als u waar toch vele mensen een hoge pet van ophebben. Ik heb uw antwoord dan ook doorgestuurd naar diverse personen, waaronder de voorzitter van de Knoop. Maar ook naar ouders die een site hebben over hechtingsstoornis.

Ik neem aan dat u achter uw antwoord blijft staan? Mij is gevraagd of uw antwoord op diverse sites gepubliceerd mag worden. Van mij mag dat en ik neem aan dat u daar ook geen bezwaar tegen hebt.
Met vriendelijke groet,

Ja hoor, u mag dat best plaatsen, geen bezwaar.
Vr. gr. DK