Ook een RIAGG kan u helpen bij het inventariseren
van uw hulpvraag.
Een goede "intaker" kan samen met u orde scheppen in de
onoverzichtelijke brij van problemen waar u midden in zit.
Het voordeel van een RIAGG is, dat zij beschikken over een multidisciplinair
team,
waarbinnen zij zelf bespreken wie het beste kan helpen.
Niet alle gedrag is terug te voeren op adoptie.
Als hun hulp echter niet “werkt” dan moet er andere hulp gezocht
worden.
Wie u ook inschakelt, het is een goed idee
een "boodschappenlijstje" te maken van uw problemen.
Ook is het verstandig om in het gesprek aan te geven waar uw grenzen
liggen.
Verwacht niet onmiddellijk een oplossing voor uw problemen.
Een over lange tijd vastgelopen situatie is, zelfs door de beste
hulpverlener, niet onmiddellijk op te lossen.
N.B. Bij uw contacten met de hulpverlening kan het
“stappenplan Ouderbegeleiding” een leidraad zijn.
Deze notitie is tegen kostprijs verkrijgbaar bij de Stichting Werkverband Adoptie
Nazorg (WAN) in Utrecht.
Video Interactie Begeleiding
Vaak hebben ouders al heel wat meegemaakt met hun
kind voordat ze voor hulp aankloppen.
Ouders en kind zijn vaak in een negatieve spiraal terecht gekomen, waardoor
er accent is komen te liggen
op wat er allemaal niet goed gaat.
Video Interactie Begeleiding kan helpen om te bekijken wat er al wel goed gaat
in de omgang tussen kind en ouders.
Vanuit die situatie wordt gekeken hoe de ouders hun vaardigheden kunnen uitbreiden
om zo hun kind te helpen.
Er wordt per keer een opname van ongeveer 15 minuten gemaakt, die samen met
de ouders wordt bekeken.
Met deze vorm van begeleiding wordt gewerkt aan het versterken van zelfvertrouwen
bij kinderen en ouders en het goed leren omgaan van de ouders met gedragsproblemen
in het gezin.
Dit kan vaak worden aangevraagd via de jeugd hulpverlening of door de schoolarts.
KINDEREN
met ernstige
emotionele
sociale
normatieve
en
leerproblemen.
Hun OUDERS staan voor een muur van:
afwijzing door hun kind dat zich niet laat "benaderen"
wanbegrip in hun omgeving die niet "ziet" wat er aan de hand is schuldgevoelens
en onvermogen om de opvoedings-problemen het hoofd te bieden ...
Deze OUDERS vragen om uw begrip en ondersteuning want zij worden er wanhopig
van.
"Het is alsof je een zeef probeert te vullen met water:
er blijven hooguit enkele druppels aan de wand kleven", schrijft Christa Veranneman
in Het Lege Nest.
"Je hebt zeven met grote gaten, maar ook met kleine gaatjes",
nuanceert ze na contacten met tientallen ouders-lotgenoten.
Ze vergelijkt haar kind met een egeltje: het heeft warmte en voedsel nodig om
te kunnen groeien,
maar het zet zijn stekels op als iemand hem benadert.
Een symboliek die overeenkomst vertoont met wat in de volwassenenpsychiatrie
"Borderline" wordt genoemd.
"Wij zijn net als een citroen.
Ze knijpt die volledig uit en als het sap er uit is wordt de rest (wij) achteloos
weggegooid",
zegt een moeder over haar adoptiedochter.
Uit de anamnese blijkt dat er in het verleden van deze kinderen vrijwel altijd
een (tijdelijke) onderbreking
of een (definitieve) breuk was in de continuïteit van de verzorging en/of
in de band tussen moeder en kind,
soms een ontbreken hiervan of een onthouden van aandacht.
bij adoptie zal niemand die breuk betwisten. Evenmin bij overlijden van (één
der) ouders.
bij pleegkinderen ligt vaak pedagogisch onvermogen van de eerste ouders in het
dossier opgeslagen.
Door plaatsing in een pleeggezin wordt de band met de biologische ouders
(al dan niet tijdelijk) onderbroken.
bij biologisch eigen kinderen kan een problematische zwangerschap, couveusetijd,
langdurige hospitalisatie en/of pijnlijke medische behandelingen op jonge leeftijd
aan de basis liggen.
Alsook "tijdelijke" onbeschikbaarheid van een ouder (bijvoorbeeld wegens ziekte,
post-natale depressie ...)
in de beginfase van het kinderleven.
Het hoeft geen betoog dat een baby of peuter dergelijke omstandigheden als een
afwijzing kàn ervaren,
zelfs als er geen kwaad opzet mee gemoeid is.
Uiteraard lijden hier niet àlle kinderen in gelijke mate onder.
Gelukkig maar!
Helaas is er een groep kinderen die het vertrouwen in volwassenen verliezen
tengevolge
van één of andere vorm van afgewezen zijn of (tijdelijk) verstoken
worden van ouderlijke liefde.
Eén van de gevolgen hiervan op lange termijn is dat ze ernstige ontwikkelings
en gedragsproblemen vertonen,
nauw verwant aan wat bij hulpverleners bekend staat als het verwaarlozingssyndroom.
Hun ouders zijn unaniem over hun ervaringen: ondanks opleiding, goede wil en
overvloed aan liefde,
staan ze machteloos tegenover een kind dat hen niet durft vertrouwen.
PROBLEEMKIND = PROBLEEMGEZIN ?
Uit al het voorgaande moge duidelijk zijn dat een kind, wat niet in staat is
tot het aangaan van (h)echte relaties,
diepere wonden kan slaan in een gezin naarmate het daar langer in verblijft.
De problemen blijven immers verborgen voor de buitenwereld: daar waakt het "allemansvriendje"
zorgvuldig over.
De ouders worden meestal opgezadeld met schuldgevoelens
("niet in staat om een kind op te voeden") ook waar ze hun andere kind(eren)
toch behoorlijk hebben opgevoed.
Waar men eerder geneigd is de beschuldigingen van het kind te geloven, raken
de ouders totaal geïsoleerd: niemand gelooft/begrijpt hen.
Zij kunnen nergens terecht met hun frustraties over hun niet alleen onbeantwoorde,
maar ook constant afgewezen liefde en zorg.
Door de onverzadigbare honger naar aandacht van het kind met een hechtingsstoornis,
komen broers en zusjes onvermijdelijk aandacht tekort.
Bovendien wordt van hen een onredelijke waakzaamheid vereist, gezien hun broer/zus
hun kwetsbaarheden nimmer ontziet.
Voor de ouders brengt dit bijkomende spanningen mee: zij moeten niet alleen
het ene kind in bescherming nemen tegen het andere,
maar ook het ene kind leren omgaan met grenzen, normen en regels, die door het
andere demonstratief met voeten worden getreden.
De grootste drama's ontstaan in die gezinnen waar het kind de ene ouder als
doelwit uitkiest en de andere rond de vinger windt.
Waardoor een wig gedreven wordt in het gezin.
Met name moeders zijn door hun rol als verzorgingsfiguur, door hun aanhoudende
pogingen om het kind "nabij" te komen,
uitermate kwetsbaar.
Zij zijn de eerste slachtoffers van de (als vernietigend ervaren) afweerreacties
van een kind
dat zich ten diepste bedreigd voelt door de goedbedoelde toenaderingspogingen.
Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat moeders de eersten zijn die over hun
belevenissen
praten, schrijven, publiceren: om voor zichzelf en voor anderen te verduidelijken
wat er met hun kind aan de hand is,
om ook vaders attent te maken op wat in hun gezin gebeurt.
Onherstelbare verwijdering tussen de ouders is soms het gevolg van het "geraffineerd"
gedrag van een kind met hechtingsproblemen.
De meer "afwezige", afstandelijke ouder is immers "veiliger" voor het kind en
merkt geruime tijd niets.
Als dit laatste dan toch zijn/haar masker laat vallen, wordt (te vaak) naar
een "schuldige" gezocht.
En de partner is (en blijft) de "mislukkeling", de dupe. "
Het Lege Nest" is daarvan een indringende getuigenis hoe partners kunnen bezwijken
onder dergelijke moeilijkheden.
WAT KUNT U DOEN?
Voor de ouders: ouders die hulp vragen hebben recht op erkenning
van hun hulpvraag
Houd uw bevraging (o.m. over achtergrond, voorgeschiedenis van
het kind) naar de ouders toe zo neutraal, ontschuldigend mogelijk.
Stel u luisterbereid op zonder vooringenomenheid of schuldvragen
realiseer u terdege dat ouders vaak pas naar hulpverleners toe komen,
nadat hun eigen inventiviteit uitgeput is en nadat zij alle denkbare
adviezen van omstanders,zonder succes, hebben uitgeprobeerd.
Zij verwachten meer of andere raad van U, dan: "Het groeit
er wel uit." Interpreteer hun wanhoop en radeloosheid vooral niet als oorzaak,
maar als gevolg van de hechtingsproblemen van hun kind.
Wijs hen op het belang van eendracht tussen beide ouders:
als zij elkaar geloven en steunen, kunnen zij coalitievorming tussen het kind
en één ouder (met uitsluiting van de ander) beperken of verhinderen.
Ouders ondersteunen, bevestigen in hun positieve betrokkenheid.
waar afstand nemen en/of uithuisplaatsing van het kind (al dan niet tijdelijk)
de enige haalbare kaart is, kan uw inlevingsvermogen in het verdriet
van de ouders en andere gezinsleden hen tot steun zijn.
De noodzaak om hun kind aan professionele hulpverleners toe te vertrouwen, stelt
geen einde aan de betrokkenheid,
de zorg en het verantwoordelijkheidsgevoel van de ouders.
doorverwijzen naar professionele hulpverleners die (meer) vertrouwd
zijn met deze thematiek.
ouders attent maken op het bestaan van de oudercontactgroep voor Nederland
LOGA, voor Belgie "Wat Nu?" of
waar zij op begrip en (h)erkenning van lotgenoten kunnen rekenen
Voor het kind: hulpverleners zijn soms
(te) lang bezig met het bijsturen van de ouders, vergeten of veronachtzamen
dat ook het kind geholpen moet worden.
Probeer het kind neutraal en afstandelijk tegemoet
te treden.
Realiseer u dat kinderen met hechtingsproblemen zich bedreigd voelen door emotionele
nabijheid, dat ze bang zijn voor diepgaande relaties.
Daarom zullen ze zelf niet (zo gauw) om hulp vragen.
Wees dus voorzichtig in uw benadering, onderken de hoger genoemde alarmsignalen
en gedragskenmerken.
Afhankelijk van uw functie en positie t.a.v. kind en andere gezinsleden, zult
u bedacht moeten zijn op consequenties van dit gedrag in elke specifieke situatie
(vb. in gezinsbegeleiding, op school, tijdens consultaties, enz.)
Structuur geven duidelijke grenzen stellen en deze consequent
handhaven, met een gepaste dosering van aandacht en afstandelijkheid, van aanmoediging,
van beloning en correctie. mee helpen zoeken naar adequate opvang,
naar (al dan niet residentiële) behandeling en aangepaste onderwijsvormen.
Naar buitenstaanders toe:
Misschien heeft u toegang tot de nabije omgeving (buurt, kennissenkring,
familie) van gezinnen die lijden onder "bodemloos samenleven".
Hier kan u deze omstanders attent maken op het gevaar van (ongezonde) coalitievorming
tussen het betreffende kind en de omgeving. informatie verspreiden:
zowel onder hulpverleners als onder een breder publiek kan u deze
problematiek mee (her)kenbaar maken,
teneinde meer begrip te krijgen voor deze kinderen, hun broers, zusjes en ouders.
PREVENTIEF
Betere zorg tijdens zwangerschap, bevalling, en postnatale periode: gevoelens
van "ongewenst, afgewezen zijn" bij de baby zoveel mogelijk voorkomen.
Nauwkeurige selectie adoptie en pleegkinderen: desgevallend proberen na te gaan
of het kind voldoende basisvertrouwen heeft om zich te wortelen in een gezin,
om nestwarmte te kunnen integreren.
Goede voorbereiding en begeleiding van (kandidaat=) adoptie en pleegouders:
hen attent maken op het belang van een omzichtig benaderen van
een kind wiens vertrouwen al (één of meerdere malen) is geschonden.
"doorschuiven" van kinderen beperken: elke "doorschuiving" naar weer een andere
verzorgingsfiguur, vooral in de eerste levensfase,
kan door het kind beleefd worden als een afwijzing en vermindert de kansen op
"veilige hechting".