Financiën
Bescherming meerderjarigen
Tegemoetkoming onderhoudskosten gehandicapte kinderen
Persoons Gebonden Budget
Wajong uitkering
Bijstands uitkering voor weglopers
Verhalen van een bijstands uitkering


Bescherming meerderjarigen
Algemeen
Curatele, bewind en mentorschap zijn maatregelen voor mensen die niet (helemaal) voor zichzelf kunnen zorgen. De maatregelen zijn vooral bedoeld als een bescherming tegen andere mensen, die misbruik van de situatie kunnen maken. De maatregelen zijn alleen mogelijk bij meerderjarigen.

Curatele
Ondercuratelestelling is de meest vergaande beschermingsmaatregel. Curatele moet worden verzocht aan de rechtbank, die ook uitspraak doet.
Er zijn drie redenen voor onder curatelestelling:
* Geestelijke stoornis;
* Verkwisting;
* Drankmisbruik.

Het gaat doorgaans om mensen, die vanaf hun geboorte een verstandelijke handicap hebben, om psychiatrische patiënten, verslaafden of mensen die volstrekt niet met geld om kunnen gaan. Iemand die onder curatele is gesteld, is handelingsonbekwaam en kan niet zelfstandig overeenkomsten sluiten. De curator treedt voor hem op. De ondercuratelestelling moet worden gepubliceerd in de Staatscourant en twee kranten. Zo worden derden op de hoogte gesteld.

Bewind
Voor ouderen, die zelf niet meer goed hun geldzaken kunnen behartigen, is curatele wel een erg zware maatregel, omdat men dan handelingsonbekwaam wordt. Daarom is er een regeling in de wet opgenomen - onderbewindstelling meerderjarigen - die veel minder zwaar is.
De bewindvoerder regelt alleen de financiën voor degene van wie het vermogen onder bewind is gesteld. Het bewind wordt ingesteld door de kantonrechter op verzoek van de betrokkene zelf, zijn echtgenoot of levensgezel, familie of de officier van justitie. Meestal is ook een verklaring van een arts nodig. Een belangrijk verschil met curatele is, dat de bewindvoerder voor een groot aantal handelingen de toestemming van de betrokkene nodig heeft.


Mentorschap
Het is ook mogelijk om voor iemand, die op het persoonlijke (niet-financiële) vlak niet voor zichzelf kan zorgen, een mentor te benoemen.
De mentor geeft advies en neemt zoveel mogelijk in overleg met diegene, voor wie hij tot mentor is benoemd, beslissingen op het gebied van verzorging, verpleging en andere terreinen. Ook de benoeming van een mentor moet aan de kantonrechter verzocht worden. Ook bestaat de mogelijkheid de partner of echtgenoot als gevolmachtigde aan te wijzen. Wij kunnen u hierover alles vertellen.


Link inzake beschermingsmaatregel:
http://netwerknotarissen.nl


Bron: http://netwerknotarissen.nl/page.asp?id=354

Tegemoetkoming onderhoudskosten gehandicapte kinderen (TOG)
Een gehandicapt kind heeft vaak extra zorg nodig. Als uw kind thuiswoont kunt u vanwege die extra zorg in aanmerking komen voor de Tegemoetkoming Onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG). De SVB regelt voor u de TOG.
De tegemoetkoming bedraagt € 199,28 per kwartaal en wordt op hetzelfde moment als de kinderbijslag uitbetaald.

Belangrijke voorwaarden
U komt in aanmerking voor een tegemoetkoming als u in Nederland woont en ouder of verzorger bent van een gehandicapt kind dat tenminste 3 en nog geen 18 jaar oud is. Het kind moet wel bij u thuis wonen.

Voor deze regeling geldt dat een kind blijvend of voorlopig blijvend gehandicapt is, als:
* de ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke of geestelijke aard is, én
* de ziekte of stoornis leidt tot beperkingen (de handicap), én
* deze beperkingen betekenen dat het kind aanzienlijk meer afhankelijk is van verzorging, begeleiding en toezicht, dan een gezond kind van dezelfde leeftijd.

**** Tegenwoordig kun je online inloggen via www.kinderbijslag.nl, daar geef je aan dat je online gegevens wilt wijzigen.
Als dit je eerste keer is, wordt je door gelinkt naar www.digid.nl. Je moet je dan eenmalig aanmelden, je krijgt dan een gebruikersnaam en je toegangskode wordt thuis gestuurd. Als je toegang hebt dan kun je voortaan online binnen bij diverse overheidsinstanties. De kinderbijslag kun je dan inzien naar de laatste gegevens, je kunt wijzigingen doorgeven en online checken of je in aanmerking komt voor de TOG regeling
. ****
Links inzake Tegemoetkoming onderhoudskosten gehandicapte kinderen:
Sociale verzekeringsbank
Wilt u een aanvraag indienen? U kunt een aanvraagset opvragen bij de afdeling TOG van het SVB-kantoor in Roermond, telefoonnummer (0475) 368040.

Persoons Gebonden Budget
Het speciaal onderwijs of de rugzak is voor kinderen met handicaps en zware problematiek. Om in aanmerking te komen voor het speciaal onderwijs dan wel een rugzak, moet een leerling geïndiceerd worden
Het is belangrijk bij het aanvragen van een pgb voor een kind met hechtingsproblematiek hoe je de vraag
inkleedt. Als het valt onder kinderpsychiatrie is dat een vrij nieuw fenomeen binnen de pgb.
De aanvraag moet je indienen bij het regionale indicatie kantoor, het zorgkantoor betaalt.
Maar het kan ook via de sociale verzekeringsbank.
Een tip die ik heb gehoord is om het via het regionale indicatieorgaan te doen i.v.m. kortere lijnen.
Aanvraag en toekenning kan 3 maanden geduren.
Voor verdere info kijk bij de links, hebben jullie persoonlijke ervaring dan hoor ik graag hoe dit alles is gegaan. Waar loop je als ( adoptie) ouder tegenaan als je een pgb aanvraagt, wat zijn de mogelijkheden en wat voor hulp neem je.

Links inzake Persoons Gebonden Budget:
Per Saldo
Op deze website staat uitgebreide informatie over alles wat met het persoongebonden budget te maken heeft. Deze website is een initiatief van Per Saldo, de vereniging van mensen met een persoonsgebonden budget. Met ruim 13.700 leden is Per Saldo dé vereniging van en voor budgethouders. Per Saldo staat voor goede, heldere informatie, in begrijpelijke taal. Per Saldo geeft bovendien advies op maat en denkt mee met haar leden over alles wat met het persoonsgebonden budget te maken heeft.
Persoonsgebonden budget Startpagina
startkabel persoons gebonden budget

Verzamel pagina over alles m.b.t. het persoons gebonden budget.
http://www.pgb-vg.nl
Site over persoonsgebonden budget voor verstandelijk gehandicapten.
http://www.oudersenrugzak.nl
De Rugzak is een andere naam voor de wet op de leerlinggebonden financiering (lgf-wet). Deze wet geeft ouders van een kind met een handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere (gewone) school zijn of een school voor speciaal onderwijs. De Rugzakwetgeving is bedoeld voor kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs.
http://www.minocw.nl/lgf
LGF (leerling gebonden financiering) is bedoeld voor kinderen met een auditief/communicatieve handicap, lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kinderen, meervoudige gehandicapte kinderen langdurig zieke kinderen en kinderen met ernstige psychiatrische, gedrags en/of leerproblemen. Het gaat om kinderen die zonder extra ondersteuning geen (reguliere) school kunnen bezoeken en van wie een onafhankelijke commissie (CvI) vindt dat het kind toelaatbaar is tot het speciaal onderwijs dan wel een leerlinggebonden financiering ('de rugzak').


WAJONG:
Jonggehandicapten en studenten die al op jeugdige leeftijd arbeidsongeschikt zijn, hebben op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) recht op een uitkering op minimumniveau
Voor jongeren met een hechtingsstoornis is het mogelijk om een wajong uitkering aan te vragen, dit kost echter veel zeer moeite, net als bij het PGB, moet je goed omschrijven wat de problematiek is, verklaringen van hulpverleners inleveren en als ouders er boven op zitten. Als een jongere zelf deze aanvraag moet doen is dit bijna niet te doen.


Voor een WAJONG-uitkering kom je in aanmerking als:
Je op je 17e verjaardag voor ten minste 25% arbeidsongeschikt bent of
minimaal 17 jaar bent en studerend en voor ten minste 25% arbeidsongeschikt wordt tijdens je studie waardoor (volledig) werken na uw studie onmogelijk is.
Als je studeert, kunt je tot uw 30e in aanmerking komen voor een WAJONG-uitkering. Wel moet je in het jaar voorafgaand aan jouw arbeidsongeschiktheid ten minste zes maanden hebben gestudeerd. Het recht op de WAJONG-uitkering vervalt als je 65 jaar wordt, als je minder dan 25% arbeidsongeschikt wordt verklaard of wanneer je je in het buitenland vestigt. In bijzondere gevallen kan jouw Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) besluiten om, bij een verhuizing naar het buitenland, jouw uitkering wél te blijven uitkeren.

Wachttijd

Je hebt recht op een WAJONG-uitkering wanneer u 52 weken onafgebroken voor ten minste 25% arbeidsongeschikt bent geweest. Er geldt dus een wachttijd van een jaar. Ziekteperioden die elkaar binnen vier weken opvolgen tellen mee als wachttijd.
Na afloop van de wachttijd dient u nog steeds ten minste 25% arbeidsongeschikt te zijn. Is dit niet het geval, maar ben je binnen vier weken na de wachttijd weer meer dan 25% arbeidsongeschikt, dan heb je toch recht op de uitkering.

U heeft recht op meerdere uitkeringen
Als je recht heeft op een WAJONG-uitkering, maar ook op een uitkering volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) dan gaat het recht op de Waz-uitkering of WAO-uitkering voor. Je krijgt dan alleen een WAJONG-uitkering voor het bedrag dat deze uitkering hoger is dan de Waz- of WAO-uitkering.

Link inzake Wajong uitkering:
http://home.szw.nl


Bijstand voor wegloper:
Personen jonger dan 18 jaar zijn uitgesloten van het recht op bijstand. Alleen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken, kan, gelet op alle omstandigheden, bijzondere bijstand worden verleend. Bijstandverlening aan minderjarigen doet zich met name voor bij weglopers en kindmoeders. Ook deze bijstand dient op de ouder(s) te worden verhaald.
 
Weglopers:
Aan een minderjarige die van huis is weggelopen of die zich feitelijk aan een justitiële maatregel (kinderbeschermingsmaatregel) of een vrijwilligepleegzorgmaatregel heeft onttrokken, kan, indien er sprake is van een acute crisissituatie, bijstand worden verleend. In de kosten van het bestaan van de vrijwillig uithuisgeplaatste dan wel de gedwongen uithuisgeplaatste minderjarige wordt voorzien door respectievelijk het ministerie van VWS en het ministerie van Justitie.
 
Weglopersuitkering; maximaal 30 dagen voorlopige bijstand:
Voordat kan worden vastgesteld of er sprake is van een acute crisissituatie, kan het noodzakelijk zijn om voorlopig, tot maximaal 30 dagen, bijstand te verlenen (weglopersuitkering). Deze bijstand wordt niet verhaald op de ouder(s).
 
Uitgangspunt bij deze vorm van bijstandverlening is dat het adres van de wegloper bij de afdeling Sociale Zaken (SZ) bekend dient te zijn. Wanneer het adres wegens gevaar of bedreiging van de wegloper geheim moet blijven, dient in ieder geval de behandelend ambtenaar van de verblijfplaats op de hoogte te zijn.
 

Binnen voornoemde 30-dagentermijn dient een onderzoek plaats te vinden naar de noodzaak van verlengde bijstandverlening. Uit de rapportage moet blijken:
1. dat er vanuit SZ contact is geweest met de wegloper en, voor zover mogelijk en wenselijk, met de ouder(s) of verzorger(s);
2. dat er vanuit SZ contact is geweest met de hulpverleningsinstellingen;
3. dat onderzoek heeft plaatsgevonden naar het aanwezig zijn van een acute crisissituatie en de aard ervan;
4. dat is nagegaan of de wegloper zich heeft onttrokken aan een kinderbeschermingsmaatregel; en
5. dat de mogelijkheden van externe begeleiding en plaatsing terug in het gezin of elders zijn onderzocht en met de hulpverlening zijn besproken.


Van de hulpverlening dient schriftelijke informatie aanwezig te zijn waaruit blijkt:
1. de omstandigheden en de aard van de conflictsituatie;
2. dat er contact met de ouder(s) is geweest en hoe dat is verlopen;
3. of de ouder(s) bekend is/zijn met de verblijfplaats van de wegloper; en
4. of er mogelijkheden zijn tot terugkeer naar het gezin en zo niet, welke stappen zijn ondernomen tot herplaatsing of plaatsing elders.
 
Vervolgens wordt via de gebruikelijke procedure een besluit genomen.
 

Kennisgeving aan ouder(s) van wegloper:
Van de bijstandsaanvraag en de beschikking wordt een kennisgeving aan de ouder(s) of verzorger(s) gezonden. Bij minderjarigen jonger dan 17 jaar dient ook altijd de Raad voor de Kinderbescherming in kennis te worden gesteld. De Raad kan van SZ nadere gegevens verkrijgen om zelf een onderzoek in te stellen. Zulks is eveneens mogelijk wanneer betrokkene 17 jaar of ouder is.
 
Acute crisissituatie:
Van een acute crisissituatie is sprake indien de relatie tussen ouder(s) en kind zodanig ernstig is verstoord dat terugkeer naar het gezin niet verantwoord is. De vaststelling dat de relatie ernstig is verstoord dient gebaseerd te zijn op bijzondere omstandigheden, zodanig dat er een ernstige en min of meer duurzame ontwrichting in de relatie tot de ouder(s), verzorger(s) of opvoeder(s) wordt vastgesteld en dat terugkeer naar huis of naar het pleeggezin een grote kans geeft op (blijvend) psychisch, fysiek en/of sociaal letsel. Er is dan sprake van de in artikel 11, eerste lid, Abw genoemde zeer dringende redenen. Normale relatieverstoringen, die eigen zijn aan generatieverschillen, kunnen dan ook niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden, evenmin als de wens om zelfstandig te wonen.
 
Afmaken opleiding wegloper:
Ter voorkoming van een achterstandssituatie kan een opleiding, aangevangen vóór het verstrijken van de leerplichtige leeftijd, met behoud van uitkering worden afgemaakt. Doorstroming binnen het secundaire onderwijs tot en met HAVO/VWO is toegestaan. De mogelijkheid van studiefinanciering dient te worden benut.
 
Met betrekking tot de studiekosten dient te worden nagegaan of via de ouder(s) een beroep kan worden gedaan op de studiekostenregeling van het ministerie van OCW. Indien deze mogelijkheid niet aanwezig is, kan voor de studiekosten bijzondere bijstand om niet worden verleend.

 
Verhaal op ouder(s) van wegloper:
De 30-dagenuitkering wordt niet verhaald op de ouder(s). De verhaalsmogelijkheid van de vervolguitkering dient wel te worden onderzocht. Een mogelijke (verdere) verstoring van de relatie wordt daarbij meegewogen.
 
Kinderbijslag:
Wanneer door de ouder(s) via verhaal wordt bijgedragen in de kosten van bijstand, kan er recht bestaan op kinderbijslag. Zij worden daar door de gemeente op gewezen.
Links inzake Weglopers:
Ministerie van OCW
Ministerie van Justitie
Ministerie van VWS
Raad voor de Kinderbescherming
Kinderbijslag

Gemeente


Verhalen van een bijstand uitkering aan een jongere t/m 21 jaar op de ouders
Als een gemeente bijstand verleent aan iemand onder de 21 jaar, moeten ze dit binnen 3 maanden aan de ouders kenbaar maken en ook dat ze van plan zijn om dit op de ouders te verhalen.
Ouders moeten natuurlijk een redelijke kans hebben om zaken te herstellen, overleg te hebben met de uitkerende instantie over evt. andere opties.
Ze mogen dus nooit zomaar opeens bij ouders aankloppen om de uitkering te verhalen.
Er ontstaat dus pas het verhaalrecht voor een uitkerende instantie als ze de betreffende persoon op de hoogte hebben gesteld van het feit dat ze van plan zijn dit op jou te verhalen.
Ouders moeten dan direct een brief sturen dat ze vinden dat ze niet aansprakelijk kunnen worden gesteld.
Over dit onderwerp heb ik verschillende uitspraken die zijn gedaan in rechtszaken, zit je met deze problematiek, neem dan eens contact met me op.