Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
'Gevangenisjeugd' opvangen in Eindhoven
door Stephan Jongerius
EINDHOVEN - Valyouth begint in Eindhoven met besloten opvang voor jongeren die nu ten onrechte in de jeugdgevangenis zitten. Het opvanghuis krijgt 28 plaatsen.
De eerste leefgroep kan binnen enkele weken starten, verwacht directeur Hans Brevink.
Valyouth is de Nederlandse tak van de grote Duitse jeugdzorg-organisatie Christliches Jugenddorfwerk Deutschlands. Via Noord-Brabant hoopt de organisatie ook elders in Nederland voet aan de grond te krijgen.
De groep waarop Valyouth zich nu richt, zijn jongeren tussen 12 en 17 jaar die zonder strafblad in de justitiële jeugdinrichting verblijven. Het kabinet heeft besloten dat deze civielrechtelijk geplaatste jeugd vanaf 2007 door de gewone jeugdhulpverlening moet worden opgevangen. Het gaat momenteel om zo'n 1.700 personen die tot 2010 successievelijk worden uitgeplaatst.
Deze jongeren zijn in de regel door ernstige gedragsproblemen thuis en op meerdere scholen vastgelopen. „We willen hen perspectief bieden. In een besloten opvang gaan we intensief met ze aan de slag, met onderwijs, gedragstraining en recreatie. Ze kunnen steeds meer vrijheid verdienen.“
Niet door woorden, maar met daden moeten de trainees zich bewijzen. Valyouth wil hen begeleiden tot het einddoel – een zelfstandig bestaan – is bereikt. Daarom wordt al gewerkt aan een eigen project voor begeleid wonen.
Valyouth is voornemens in Brabant uit te groeien tot een vaste aanbieder van jeugdzorg. Het bedrijf gaat volgens Brevink ook ambulante hulp en andere vormen van opvang bieden. Gezocht wordt in de regio Tilburg of Den Bosch. De nood is daar het hoogst, maar de organisatie is er nog niet in geslaagd een geschikt pand te vinden.
De markt voor jeugdzorg is in Brabant sterk in beweging. De traditionele groep van acht aanbieders is dit jaar verder aangegroeid tot vijftien. Na het Lavateam in Drunen en Topaze in Schijndel kregen onder meer de vrouwenopvang in Goirle en Breda en Gezinszorg Noord-Oost Brabant een erkenning. De provincie heeft onlangs de eisen aangescherpt om kwaliteit van zorg te garanderen.
Door het aanvalsplan wachtlijsten zijn dit jaar al 762 extra plaatsen ambulante hulp en 140 in de 24-uursopvang gerealiseerd.
Kamer ontvangt petitie tegen opsluiten onschuldige kinderen
Donderdag 26 oktober om 13:45 uur overhandigt de Stichting Misplaatst aan de Tweede Kamer een petitie en een zwartboek over de gevolgen van gesloten plaatsing voor jeugdigen en hun ouders.
Donderdag debatteert de Tweede Kamer over de jeugdzorg. Stichting Misplaatst biedt de Kamerleden donderdagmiddag een pleidooi aan tegen het opsluiten van onschuldige jongeren met ernstige (ortho)psychiatrische problematiek zonder dat ze behandeld worden.
Terwijl de Kamer zich buigt over een wetswijziging die het per 1 januari 2007 mogelijk maakt dat jongeren voor gesloten behandeling binnen de jeugdzorg terecht kunnen, maakt Stichting Misplaatst zich ernstig zorgen.
Het vergt een immense operatie om gesloten jeugdzorg mogelijk te maken voor àlle jongeren die gesloten behandeling nodig hebben. De verwachting is dat in 2010 voor alle ca. 1650 jongeren die dat nodig hebben een plaats in een gesloten jeugdzorgaccommodatie beschikbaar zal zijn. Tot die tijd zullen jeugdigen nog steeds in de justitiële jeugdinrichtingen worden ondergebracht.
De meest kwetsbare groep, de 12-minners, zal als eerste een plaatsje krijgen binnen het nieuwe jeugdzorgaanbod. Dat betekent niet veel goeds voor de jongeren vanaf 13 jaar. Zij zullen voorlopig nog tot in lengte van maanden verdwijnen achter de muren van de jeugdgevangenissen, waar zij verstoken blijven van behandeling en gebukt gaan onder het aldaar gevoerde regime.
Stichting Misplaatst voert hier actie tegen. Ook adviseert de stichting en biedt hulp en ondersteuning aan ouders van kinderen die zonder veroordeling in een jeugdgevangenis zijn geplaatst.
-------------------------------------------------------------------------------
Voor informatie: Hennie Brakel, secretaris of Wilma Vogels, vrijwilliger
Stichting Misplaatst
Gierstraat 31
2011 GA Haarlem
Email: stichting@misplaatst.info
Website: www.misplaatst.info
Forum Debat
Op 1 januari 2007 treedt een wijziging van de Wet op de Jeugdzorg in werking die het mogelijk maakt dat jongeren met (ernstige) gedragspro-blemen voor behandeling in speciaal daartoe aangewezen gesloten en besloten jeugdzorgvoorzieningen terecht kunnen. Hiermee komt het eind in zicht van een lange periode waarin jongeren zonder strafblad in de Nederlandse jeugdgevangenissen geplaatst werden. Stichting Misplaatst is positief over deze ontwikkeling. Tegelijkertijd zijn we kritisch en waak-zaam en juichen we vooral niet te vroeg. Immers, in hoeverre garandeert deze omslag dat jongeren dan wèl de behandeling krijgen die ze zo hard nodig hebben? Wie bewaakt dat opsluiting en ordehandhaving niet een nieuwe vorm van jeugdzorg wordt? Wordt de belofte waargemaakt dat er in de toekomst beter naar ouders geluisterd zal worden? Deze en andere vragen komen aan de orde tijdens het forumdebat: Gesloten jeugdzorg, een stap vooruit? Zondag 8 oktober a.s. van 11.30 - 15.30 uur Trianon Zalencentrum Oudegracht 252 te Utrecht
Klik hier voor de routebeschrijving Zaal open vanaf 11.00 uur De bijeenkomst heeft een landelijk karakter en is bedoeld voor ouders, jongeren, hulpverleners en andere betrokkenen bij de jeugdzorg. Onder leiding van presentatrice Angelique Jansen wordt ingegaan op de ontwikkelingen in de jeugdzorg, de plannen rond de behandeling van jongeren die nu nog in de justitiële jeugdinrichtingen verblijven en de alternatieven voor gesloten plaatsing.
Stichting Misplaatst schreef naar aanleiding van schrijnende verha-len van ouders een zwartboek dat tijdens de manifestatie wordt gepresenteerd. Aan het forumdebat nemen deel:
Chijs van Nieuwenhuizen, bijzonder hoogleraar forensische GGZ
Mariska van der Steege, onderzoekster NIZW
Agnes Kant, Tweede Kamerlid voor de SP
Rita van den Elzen, kinder- en jeugdpsychiater en FFT-therapeut
Rob van Pagée, directeur Eigen-Kracht Centrale
Jaap Meijer, directeur Steunpunt Landbouw en Zorg
Piet van Eijsendoorn, zorgboer en orthopedagoog Het programma:
11.30-11.45 uur opening
11.45-12.45 uur 1e forum-ronde
12.45-13.30 uur pauze en gelegenheid tot bezoeken info-stands
13.30-14.30 uur 2e forum-ronde
14.30-15.30 uur gelegenheid tot onderling contact
Er wordt ruimschoots gelegenheid geboden vanuit het publiek vragen te stellen aan de forumleden.
Toegangsprijs: 5 euro - consumptie 1,50
Tijdig aanmelden is zeer gewenst
Aanmeldingen per email: stichting@misplaatst.info
Voor uw telefonische aanmelding of nadere informatie kunt u bellen met Hennie Brakel 023 525 35 82
Bezoek ook onze website: www.misplaatst.info
Bron: http://www.tctubantia.nl
Opnamestop Harreveld.
Harreveld. De justitiële jongereninrichting Harreveld heeft justitie gevraagd om een opnamestop voor de gesloten afdeling. Dat is nodig om misstanden in de instelling de kop in te kunnen drukken. Justitie heeft dat toegezegd. Harreveld wil ook het management versterken. Wat dit betekent voor de positie van directeur V. Maas is nog onduidelijk. Zoals in december gemeld zijn in Harreveld onder meer enkele jongens verkracht door medegedetineerden. Toen bleek ook dat een groot deel van het personeel geen vertrouwen meer heeft in de directie.
Meer:
* Groepsleidster Harreveld ontslagen om relatie pupil
* Onderzoek mogelijke misstanden jeugdinrichting
* PvdA wil diepgaander onderzoek naar Harreveld
* Verkracht en mishandeld in de jeugdinrichting
* ‘Geen vat op jeugdinrichting’
De toekomst van de justitiële jeugdinrichtingen
Er zijn ingrijpende veranderingen op komst voor de justitiële jeugdinrichtingen. Met ingang van 1 januari 2007 verdwijnen de onder toezicht gestelde jongeren uit de jji's. . Maar wat gaat er gebeuren met de veroordeelde jongeren die in de jji's achterblijven?
Kunnen de jji's onder deze omstandigheden hun heropvoedingswerk nog wel voortzetten en verbeteren? Kunnen de jji's voldoende differentiëren in hun opvang- en behandelaanbod? Kunnen ze meer werk gaan maken van behandeling?
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Schade door kind: nota naar ouders
DEN HAAG – Het CDA wil dat ouders mede aansprakelijk zijn voor vernielingen van hun minderjarige kinderen. Het Tweede Kamerlid Coskun Cörüz gaat deze week een voorstel met die inhoud indienen. Momenteel kan alleen schade die is aangericht door kinderen tot veertien jaar op ouders worden verhaald. Het CDA vindt dat dit ook voor oudere minderjarigen moet gaan gelden.
De Kamerfractie wil dat ouders zich voortaan niet meer kunnen onttrekken aan betaling van schade die moedwillig door hun kinderen is aangericht. „Het gaat mij niet om een bal door de ruit maar om opzettelijke vernieling“, zo lichtte Cörüz zijn initiatief voorstel gisteren toe. Volgens hem gaat het jaarlijks om miljoenen euro's die op deze manier te verhalen zijn.
Kale kip
Jongeren van zestien en zeventien jaar zijn nu zelfstandig aansprakelijk. Ze hebben echter doorgaans te weinig geld om schade te kunnen vergoeden. „Van een kale kip kun je niets plukken“, zo motiveert de CDA'er de verruiming van de aansprakelijkheid van de ouders. Het voorstel voorziet ook in mogelijkheden om de kosten van groepsvandalisme op ouders te verhalen.
Kazernes voor criminele jeugd geen oplossing
17 maart 2006
Het opsluiten van delinquente jongeren in opvoedingskampen of kazernes heeft nauwelijks effect. Dat stelt professor Chijs van Nieuwenhuizen van de Universiteit van Tilburg. Veertig procent van de jongeren die zo'n inrichting verlaat komt binnen een jaar opnieuw in aanraking met justitie. Na vier jaar is dit percentage gestegen tot zeventig procent.
Jongeren worden steeds vaker in inrichtingen geplaatst, de afgelopen tien jaar is het aantal opnames verdrievoudigd, aldus de hoogleraar. Zij vindt dat er sprake is van verkeerde politieke beeldvorming. De jongeren halen niet 'zo maar' rottigheid uit. Ze hebben psychische of psychiatrische problemen die behandeld moeten worden. Op 24 maart spreekt zij haar oratie uit over dit onderwerp in de Universiteit van Tilburg.
Meer informatie :
http://webapp.uvt.nl
Bron: E-zine Jeugdzorg - nummer 548, 17 maart 2006 ( www.jeugdzorg.nl)
Limburg moet jeugdgevangenis houden
Gedeputeerde Staten van Limburg vinden het onacceptabel dat de jeugdgevangenis uit Limburg dreigt te verdwijnen. Zij reageren op een ambtelijk advies aan minister Donner. In dit advies staat dat justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt voortaan alleen gesloten opvang voor civielrechtelijk geplaatste jongeren moet gaan bieden. De gesloten opvang voor veroordeelde jongeren verdwijnt dan bij Het Keerpunt, omdat de Tweede Kamer vindt dat beide categorieën jongeren niet op één locatie geplaatst mogen worden. Het Keerpunt is nu de enige justitiële jeugdinrichting in Limburg.
Gedeputeerde Staten wijzen erop dat het terrein van de jeugdgevangenis groot genoeg is om gesloten civielrechtelijke én strafrechtelijke opvang gescheiden van elkaar te realiseren. Daarnaast begrijpen zij het advies niet omdat Het Keerpunt op dit moment ingrijpend wordt verbouwd en van de nodige veiligheidsmaatregelen wordt voorzien, terwijl het advies aanstuurt op het verdwijnen van die jeugdgevangenis.
Bron: http://www.rtvnoord.nl/
Het Poortje in Groningen geen jeugdgevangenis meer
GRONINGEN - Het Poortje in Groningen is vanaf volgend jaar geen jeugdgevangenis meer. Jongeren met een strafrechtelijke veroordeling gaan in de toekomst naar de
dependance van het Poortje in Veenhuizen. In Groningen worden jongeren ondergebracht, die hulp nodig hebben.
Dat heeft de rijksoverheid heeft besloten. Het besluit moet nog wel allerlei medezeggenschapprocedures doorlopen.
Directeur Van der Vlugt van Het Poortje stelt dat het om een enorme operatie gaat, die niet van de ene op de andere dag is afgerond.
Verder zal het beveiligingsniveau in Groningen omlaag gaan, maar de hekken om het gebouw zullen niet helemaal verdwijnen. Daarnaast zal de vestiging in Groningen zich meer en meer op de Bureaus Jeugdzorg moeten gaan richten. Van der Vlugt verwacht niet dat er door de verandering personeel noodgedwongen moet worden ontslagen.
Bron: http://www.bndestem.nl
Kinderwetten 100 jaar: geen reden voor feest
Door Saskia Wijdoogen
Woensdag 30 november 2005 - Honderd jaar geleden werden de eerste kinderbeschermingswetten ingevoerd waarmee de overheid in gezinnen kan ingrijpen. Valt er wel iets te vieren? ‘Er is geen land met zoveel gesloten plekken voor kinderen als Nederland.’
BREDA – Posters van rapper Ali B., foto’s van vriendinnen. Een echte meidenkamer. Maar wel achter een celdeur. Een bed, een kast, een bureau. Verder doen de twaalf meiden van de Justitiële Jeugdinrichting Den Hey-Acker in Breda op deze afdeling alles samen.
Koken, tv-kijken, buiten een sigaretje roken. Van de meisjes in de inrichting is 99 procent onder toezicht gesteld. Ze zitten niet vast omdat ze zijn veroordeeld, maar omdat ze beschermd moeten worden. Tegen zichzelf of tegen de buitenwereld.
Den Hey-Acker is even oud als de Kinderwetten. Net als De Hunnerberg in Nijmegen en Eikenstein in Zeist is de inrichting honderd jaar geleden opgericht als tuchtschool, met de nadruk op heropvoeden, niet op straffen.
Directeur Eric Bouwsma van Den Hey-Acker: „Die wetten moesten ervoor zorgen dat kinderen niet meer in de gevangenis terechtkwamen. Het ging niet meer om opsluiten. Dat is in de kern niet veranderd.“
In de 19e eeuw werd de roep om bescherming en heropvoeding van kinderen steeds luider. Hoogleraar pedagogiek Jeroen Dekker: „Het was een internationaal fenomeen. Ook in andere Europese landen werden sociale wetten opgesteld, onder meer op het gebied van leerplicht en kinderarbeid. Internationaal kwam er aandacht voor criminele en verwaarloosde kinderen.“
Revolutionair
Volgens Dekker waren de wetten van revolutionaire betekenis. „Vanaf dat moment kon de overheid inbreuk maken op de ouderlijke macht; dat was helemaal nieuw.“ In de wetten werd bepaald dat de Staat verantwoordelijkheid droeg voor kinderen, en dat de overheid kon ingrijpen als ouders hun kinderen verwaarloosden of mishandelden. Het ging toen vooral om materiële verwaarlozing.
Dekker: „Er was grote armoede. Kinderen kregen te weinig eten of goede kleren. Er waren wel kindertehuizen, waar ook aan heropvoeding gedaan werd. Maar ouders konden hun kinderen daar altijd weer weghalen. Niemand kon ze tegenhouden.“
Daar brachten de wetten verandering in. Kinderen konden nu wel uit huis worden gehaald en zonodig voor heropvoeding naar een tuchtschool worden gestuurd. De groep kinderen die in de Justitiële Jeugdinrichtingen terechtkomen, is nog altijd dezelfde.
Directeur Bouwsma van Den Hey-Acker: „De moeilijkste kinderen kwamen en komen nog steeds hier terecht. Voor ons begint ‘afvoerputje’ een geuzennaam te worden. Alleen lachen we nu om wat toen erg was.“
Gedoogcultuur
Het aantal plaatsen in jeugdinrichtingen is de afgelopen tien jaar sterk gestegen, van 700 begin jaren ’90 tot 2800 nu. Bouwsma: „In zekere zin is dat de prijs van de gedoogcultuur, de grenzeloosheid. Voor kinderen die hier terecht komen is ‘nee’ al lang geen ‘nee’ meer. De samenleving loopt stuk op die gedoogcultuur. Er is geen land met zoveel gesloten plekken voor kinderen als Nederland.“
In de jeugdinrichtingen zitten de meest uiteenlopende probleemjongeren. Bouwsma: „Wij hebben hier meisjes die beschermd moeten worden tegen loverboys, maar ook jongens die gelieerd zijn aan een terreurgroep. En er is buiten justitie een groot gebrek aan goede zorgplekken. We krijgen hier kinderen die hier eigenlijk niet thuishoren, maar waar geen goede behandelplek voor is. Ze kunnen niet buiten op die plek wachten, want daar gaan ze naar de sodemieter.“
Huilen
Maar binnen hebben de kinderen het ook zwaar. „Soms heb ik het gevoel dat ik niet meer kan stoppen met huilen,“ schrijft een 15-jarige meisje dat in een jeugdinrichting op een goede behandelplek wacht op een internetforum.
„Kinderen mag je niet opsluiten. Vooral niet als ze niets verkeerd gedaan hebben. Iedereen die daar zit, huilt elke dag in zijn cel als de deuren weer op slot worden gedaan.“
„Je zou kunnen zeggen dat met de kinderwetten een wereld gewonnen is“, zegt Stan Meuwese van Defence for Children International. „Maar er zijn nog steeds grote problemen. Honderd jaar geleden ging het vooral om armoede. Nu is het vooral mishandeling. Er is nog een wereld te winnen.“ De Kinderwetten hebben geen definitieve oplossing voor problemen geboden, erkent ook hoogleraar Dekker. „Maar je moet je ook afvragen of dat wel de verwachting was. De kern was en is nog steeds dat de Staat het recht heeft de band tussen ouders en kind te verbreken en in te grijpen. Maar kinderen die over de schreef gaan, zijn van alle tijden. Er zijn altijd ouders die grote problemen hebben met de opvoeding, waar ingegrepen moet worden.“
De mate van ingrijpen heeft regelmatig ter discussie gestaan. In de jaren ’70 was er de roep om ingrijpen binnen het gezin, in plaats van uit huis plaatsen. Internaten verdwenen; kinderen en hun ouders werden zo veel mogelijk thuis geholpen.
Doorgeschoten
Meuwese: „Je kunt je afvragen of dat niet te ver is doorgeschoten. Na zo’n geval als de vermoorde kleuter Savanna is er weer een roep naar sneller ingrijpen. Liefst binnen het gezin, maar in het uiterste geval dopor het kind weg te halen. Maar het lijkt erop dat gezinsvoogden niet echt weten wat er in die gezinnen speelt. Ze werken te veel van achter hun bureau. Ik weet niet of er wel echt wel iets te vieren valt met honderd jaar Kinderwetten.“
Bron: http://www.ad.nl
Kinderen niet veilig achter de tralies
Door MAAIKE RUEPERT
AMSTERDAM - Op haar veertiende las Ana van Es een krantenartikel over hulpverleners die jonge tienerhoertjes drie maanden in een jeugdgevangenis hadden gestopt om hen te ‘helpen’.
Ondertussen mochten de loverboys vrij rondlopen. Bureau Jeugdzorg was trots op de oplossing.
Van Es snapte er niets van. Loverboys horen toch achter de tralies en de meisjes op vrije voeten? ,,Maar mensen zeiden tegen me: ‘Ana, je vergist je. Het gaat om kinderen die vreselijke dingen hebben gedaan. We sluiten hier in Nederland geen onschuldige kinderen op, hoor.’’
De scholiere ging echter op onderzoek uit en ontdekte dat kinderen voor wie geen plek is in het reguliere hulpverleningscircuit, in justitiële inrichtingen belanden. En dat deze kinderen de helft van het aantal plaatsen in jeugdgevangenissen bezetten.
Nu, zes jaar later, Van Es is net twintig geworden, ligt er in de winkel het boek: Onschuldig achter de tralies. Over kinderen die, zonder ooit een delict te hebben gepleegd, zijn opgesloten, over hun ouders, hulpverleners en politici. Van Es schreef het samen met Bram Hulzebos, auteur en verslaggever van het Dagblad van het Noorden. Ze hopen dat het boek bijdraagt tot de discussie over dit onderwerp. En dat er een dag komt dat onschuldige kinderen hun dagen niet meer in jeugdgevangenissen hoeven te slijten.
Kinderen met ernstige gedragsproblemen, bij wie de ouders geen gezag hebben, die uit internaten zijn getrapt of waarvan de hulpverleners vermoeden – Van Es: ’Ze weten het zelden zeker’ – dat ze in de prostitutie zitten, die kinderen komen regelmatig in een jeugdgevangenis terecht.
,,Als een kind zo vaak is uitgekotst, blijft er vaak niets anders voor ze over dan een cel in een jeugdinrichting,’’ vertelt van Es. ,, Het enge is dat dit heel snel kan gaan. Dan zegt de gezinsvoogd tegen radeloze ouders: ‘we hebben wel een oplossing. Een veilige omgeving’.’’
,,Ouders hebben vaak geen idee dat het om een jeugdgevangenis gaat. Zij denken: veel aandacht, veel bos. Zo schrijven wij in het boek dat de moeder van Tatjana een mobieltje had gekocht zodat het meisje, als zij zich alleen voelde, kon bellen. Bij binnenkomst in de inrichting, moest Tatjana als eerste dat mobieltje afgeven.’’
Op het moment dat ouders beseffen waar hun kind zit, staat het kind allang onder toezicht en is het aan de rechter hoe lang hij of zij achter slot en grendel blijft. Het meisje Vanessa zat bijna drie jaar, van haar dertiende tot haar zestiende, vast in een gesloten strafinrichting. Ter vergelijking: Een kind dat ‘slechts’ een overval heeft gepleegd, is misschien na twee maanden weer vrij.
In het boek staat ook het verhaal van Romy. Alsof ze een grote crimineel was, lichtten agenten haar om half zes ’s ochtends van haar bed en kreeg ze handboeien om alvorens ze het meisje afvoerden naar een gevangenis.
Kinderen als Romy en Vanessa komen terecht bij leeftijdgenootjes die de meest verschikkelijke daden hebben gepleegd zoals moord, zware mishandeling of verkrachting. Van Es: ,,Als ik nadenk over de gevolgen, ben ik geneigd te zeggen: dat komt nooit meer goed.’’ Het besef dat aan deze praktijk en einde moet komen, lijkt langzaam tot politiek Den Haag door te dringen. Zo heeft de regering deze week aangegeven ernstig gestoorde jongeren niet langer in jeugdgevangenissen te willen plaatsen maar in internaten. ,,Ik denk dat er nog wel wat werk aan de winkel is’’, zegt Van Es. ,,De regering wil volgend jaar in totaal 154 nieuwe plaatsen op internaten creëren, terwijl er op dit moment ongeveer 1200 jongeren onschuldig vastzitten.’’
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
501, 23 september2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Geld voor Justitie
In 2006 kan het ministerie van Justitie 719 miljoen euro besteden aan de jeugd.
Van dit geld gaat 363 miljoen euro naar de uitvoering van justitiële jeugdsancties.
Het budget voor de uitvoering van de jeugdbescherming bedraagt 294 miljoen euro
en voor de Dienst Justitiële Inrichtingen Jeugd 292 miljoen euro. De (gezins)voogdij
krijgt 153 miljoen euro. De Raad voor de Kinderbescherming ontvangt 112 miljoen
euro voor civiele maatregelen en 22 miljoen euro voor strafzaken.
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
500, 20 september2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Criminele jongeren krijgen opleiding bij politie
In Zoetermeer krijgen criminele jongeren een interne opleiding bij de politie.
Dit project heet 'Veiligheidsacademie Zoetermeer' en start op 1 oktober. Het is
bedoeld voor werkloze jongeren tussen de 18 en 23 jaar die voor overlast zorgen
of die net in de criminaliteit zijn beland. Deze jongeren krijgen een vooropleiding
bij de politie waarin houding, respect voor anderen, sociale vaardigheden en sport
een belangrijke rol spelen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan radicalisering.
Wanneer de jongens dit traject hebben doorlopen, kunnen ze worden ingezet in de
wijk. Onder leiding van en in samenwerking met een wijkagent voeren ze taken uit
gericht op handhaving van de orde.
Doel van het project is criminele of voor overlast zorgende jongeren in het gareel
te krijgen. Een ander doel is de jongeren economisch perspectief te bieden en
ze kans te geven op een baan.
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
484, 1 Juli 2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Recidive Den Engh even hoog als elders
Criminele jongeren uit de justitiële jeugdinrichting Den Engh vervallen na
hun uitstroom ongeveer even vaak in hun oude criminele gedrag als jongeren uit
andere inrichtingen. Dat blijkt uit een vergelijking van het Wetenschappelijk
onderzoeks- en documentatiecentrum (WODC) van de recidivecijfers en van een onderzoek
van directeur Jonker van Den Engh. Minister Donner stuurde de kanttekeningen van
het WODC donderdag naar de tweede kamer.
De bewering van Jonker dat de recidive na opname in Den Engh veel lager is dan
bij vergelijkbare instellingen, is vooralsnog niet te staven. Den Engh laat zich
altijd voorstaan op een afwijkende aanpak van probleemjongeren. Jonker wil de
gebruikte methodieken verder uitwerken. Donner is echter niet overtuigd van de
effectiviteit van de methode.
Bron: http://www.utrechtsnieuwsblad.nl
Donner: geen aparte status Den Engh
Minister Donner van Justitie peinst er niet over om jongensinrichting Den Engh
in Den Dolder een experimentele status te geven. Met zo’n uitzonderingspositie
zou Den Engh de wet mogen omzeilen.
Er liggen volgens Donner harde afspraken dat de wettelijke rechten van jongeren
in gevangenissen moeten worden gewaarborgd. Ook als dit gevolgen heeft voor de
onorthodoxe behandelmethode die Den Engh hanteert.
De justitiële inrichting mag bijvoorbeeld niet langer jongens contact met
hun advocaat of familie onthouden. Den Engh zegt dat dergelijke methoden nodig
zijn voor haar specifieke groepsaanpak van criminele en gedragsgestoorde jongens.
De inrichting verkeert sinds anderhalf jaar in zwaar weer na interne problemen
en een tweetal kritische rapporten van Justitie.,,Ik weiger Den Engh een carte
blanche te geven voor de komende jaren,’’ aldus Donner gistermiddag
in de vaste Kamercommissie van Justitie.
De minister wil met de jeugdgevangenis in overleg over hoe de behandelmethode
overeind kan blijven binnen de wettelijke kaders. Het belang van de pupillen staat
voor Donner voorop, niet het belang van een justitiële instelling of de gehanteerde
methodiek. ,,Ik kan op dit moment geen ja of nee zeggen tegen Den Engh. Dat moet
de praktijk uitwijzen.’’Een Kamermeerderheid eist op korte termijn
meer helderheid van Donner.CDA, VVD en D66 scharen zich vierkant achter de groepsmethode
van Den Engh.
VVD-Kamerlid Orgu stelde evenwel dat de methodiek niet per se verbonden hoeft
te zijn aan Den Engh. ,,Als interne problemen een gedegen uitvoering van de Den
Engh-methode dwarsbomen, heb ik er geen probleem mee die onder te brengen bij
een andere jeugdinstelling.’’
Bron: http://www.utrechtsnieuwsblad.nl
Jeugdinrichtingen werken samen
De jongensinrichtingen Den Engh in Den Dolder en Glenn Mills in Wezep zijn in
gesprek over samenwerking.
Ze denken er onder meer over om samen een traject voor veelplegers en nazorg voor
pupillen te ontwikkelen.Glenn Mills is voornamelijk geïnteresseerd in de
maritieme en de logistieke opleiding van Den Engh in Ossendrecht. De pupillen
leren tijdens hun verblijf om op een vissersschip te werken.
Volgens Den Engh loopt samenwerking met Glenn Mills vooruit op gescheiden heropvoeding
van veroordeelde criminele jongens en jongens met ernstige gedragsproblemen over
twee jaar. ,,Daarover zijn we zeker met elkaar in gesprek,’’ aldus
Van der Schraaf van de Commissie van Toezicht.
Bovendien werken beide instellingen met een experimentele, militaristische aanpak
van criminele jongens. Den Engh richt zich op zwakbegaafde jongeren, Glenn Mills
op normaal begaafde jongens met ernstige gedragsproblemen. ,,We geloven allebei
in het vak van opvoeden. Dat is wat ons bindt,’’ legt Nieuwkerke uit,
algemeen directeur van de Hoenderloo-groep waar Glenn Mills onder valt.
Bron: http://www.utrechtsnieuwsblad.nl
Grote ruzie Den Engh en Justitie
Tussen Rijksjeugdinrichting Den Engh in Den Dolder en het ministerie van justitie
is een hoogoplopend conflict ontstaan over de werkwijze en de toekomst van Den
Engh. Instellingsdirecteur Jonker heeft een spreekverbod opgelegd gekregen.
Den Engh verzet zich fel tegen het voornemen van Justitie om van de behandelinrichting
weer een traditionele jeugdgevangenis te maken. Als Justitie z’n zin krijgt,
zou dat de experimentele groepsmethode schaden waarmee Den Engh gedragsgestoorde
en criminele jongens heropvoedt. Den Engh wil juist een officiële experimentele
status.
Aanleiding voor het conflict zijn twee onderzoeken die het ministerie de afgelopen
maanden naar Den Engh liet uitvoeren. De inspectie Jeugdzorg constateerde na publicaties
in deze krant, dat de inrichting soms onacceptabele risico’s neemt met de
veiligheid van de pupillen, medewerkers en de maatschappij. Het WODC (het wetenschappelijk
onderzoekscentrum van het ministerie van justitie) stelt dat de behandelmethode
niet voldoet. Het WODC vindt de werkwijze van de Dolderse instelling -de hele
groep straffen als een individu zich misdraagt- niet werkbaar. Bij groepen zwakbegaafden
is de aanpak ongewenst, bij veelplegers onverantwoordelijk.
Vandaag worden de rapporten besproken in de vaste Kamercommissie van justitie.UitzonderingspositieJustitie
wil dat Den Engh niet langer een uitzonderingspositie inneemt tussen de overige
jeugdgevangenissen. De afgelopen jaren weigerde Den Engh geregeld om jongens te
plaatsen die door het ministerie waren geselecteerd. Als reden werd gegeven dat
de jongens niet in de groepen pasten. Door het eigen beslissingenbeleid, groeit
de wachtlijst van Justitie voor plaatsing van jongens in een jeugdgevangenis.
De landelijke wachtlijst wordt ook langer doordat Den Engh wacht met het opstarten
van een nieuwe opvoedgroep tot er voldoende jongens zijn.
Het WODC vindt dat Den Engh niet langer mag meedenken over welke jongens een plek
krijgen in de inrichting.
Bron: http://www.utrechtsnieuwsblad.nl
Den Engh moet behandeling zwakbegaafden veranderen
Jeugdinrichting Den Engh in Den Dolder moet de behandeling van zwakbegaafde jongens
aanpassen. Ouders moeten meer bij de behandeling worden betrokken en er is meer
aandacht nodig voor nazorg.
Dat heeft minister Donner (Justitie) gisteren aan de Tweede Kamer meegedeeld.
Hij baseert zich op een evaluatie van de socio-groepsstrategie (sgs), de experimentele
behandelmethode waarmee Den Engh werkt. Donner wil wel met de methode doorgaan.
Jongeren reageren positief en er zijn weinig alternatieven.
Het is de tweede keer dit jaar dat Den Engh wordt bekritiseerd. Begin dit jaar
kraakte de Inspectie Jeugdzorg het beleid van de inrichting in een onderzoek naar
interne misstanden. Veiligheid van personeel, pupillen en omwonenden liep gevaar
doordat onbevoegde medewerkers weggelopen jongens terughaalden. Een deel van de
jongens in Den Engh heeft ernstige misdaden gepleegd, zoals moord en gewapende
overvallen.
Verder werden wettelijke regels overtreden en meldde de inrichting slechts de
helft van het aantal ontvluchtingen aan Justitie. De Inspectie Jeugdzorg voerde
het onderzoek uit na onthullingen in deze krant over misstanden in Den Engh. De
evaluatie van de sgs-methode staat los van dat onderzoek. Het is uitgevoerd omdat
Den Enghwerkt met een experimentele groepsaanpak. Die wijkt af van de individuele
benadering in andere jeugdinrichtingen.
De onderzoekers vinden dat de theorie van de sgs-methode uitvoerig is gedocumenteerd,
maar wel tientallen jaren verouderd. Nieuwe inzichtenblijven achter. Ook leren
de jongens door de groepsaanpak te weinig eigen verantwoordelijkheid. Donner vindt
in navolging van de Inspectie dat Den Engh meer rekening moet houden met individuele
rechten.
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
464, 15 April 2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Jongeren zonder strafblad niet in gevangenis
Het kabinet heeft vandaag ingestemd met het plan van staatssecretaris Ross (VWS)
en minister Donner (Justitie) om jongeren zonder strafblad niet langer in jeugdgevangenissen
op te sluiten. Het gaat om probleemkinderen voor wie nu geen plek in de jeugdzorg
is. Dit jaar en volgend jaar draagt Justitie respectievelijk 12 en 14 miljoen
euro af om deze jongeren in elk geval een behandeling te kunnen geven. Een deel
van dit bedrag is bestemd voor de ontwikkeling en uitbreiding van zeer intensief
ambulant zorgaanbod en nieuwe vormen van residentiële zorg. Vanaf mei kunnen
kinderen onder de 12 jaar met gedragsproblemen in het instituut voor jeugd en
onderwijs Horizon in Rotterdam terecht.
Tot nu toe was minister Donner formeel verantwoordelijk voor de zorg die jongeren
in een justitiële jeugdinrichting krijgen. Vandaag besloot het kabinet de
verantwoordelijkheid voor de zorg aan niet-criminele jongeren in jeugdgevangenissen
over te dragen aan Ross. Een wijziging van de Wet op de jeugdzorg die dat mogelijk
maakt, gaat binnenkort naar de Tweede Kamer. Vanaf 2007 moeten jaarlijks 2000
jongeren extra in de jeugdzorg geholpen kunnen worden. Hiervoor levert het ministerie
van Justitie vanaf dat moment 152 miljoen euro in. Dat geld gaat naar VWS om de
nieuwe behandelplekken te betalen.
Bron: http://www.transact.nl
Plaatsing in veel gevallen het resultaat van gemiste kansen
OTS-jongeren spreken zich uit over (gemiste) steun en hulpverlening voorafgaand
aan plaatsing in een Justitiële Jeugdinrichting
Twee van de drie jongeren die met een Onder Toezicht Stelling (OTS) in een Justitiële
Jeugdinrichting zijn geplaatst, zijn van mening dat die plaatsing voorkomen had
kunnen worden. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Verkeerde Afslag?’ van
TransAct en Collegio. De jongeren zelf vragen met name om eerder ingrijpen en
om meer aandacht voor specifieke problemen zoals drugs- en alcoholgebruik, wegloopgedrag
en veiligheid bij (seksuele) mishandeling.
Aan het onderzoek werkten 152 jongeren in vier Justitiële Jeugdinrichtingen
mee. Naast inzicht in de problematiek van deze jongeren geeft het onderzoek vooral
zicht op ervaringen met steun en hulpverlening en hoe deze verbeterd kan worden.
Het onderzoek werd uitgevoerd met instemming van het ministerie van VWS (afdeling
Jeugdbeleid) en de Dienst Justitiële Jeugdinrichtingen van het ministerie
van Justitie.
Problematiek
Veel van de jongeren vertonen een combinatie van gewelddadig en crimineel gedrag,
drugs- en alcoholgebruik, agressief en oppositioneel gedrag, wegloop- en zwerfgedrag.
Een groot deel van de jongeren zelf zien vooral conflicten thuis, pedagogische
onbekwaamheid van de ouders, seksueel misbruik en mishandeling en de omgang met
verkeerde vrienden als aanleiding voor hun problematische gedrag. Als aanleiding
voor plaatsing in de JJI scoort drugs- en alcoholgebruik, wegloopgedrag en agressief
gedrag opvallend hoog. Eén op de drie jongeren noemt de eigen veiligheid
als reden omdat zij in het verleden te maken hadden met bedreigingen, geweld,
verkeerde vrienden, seksueel misbruik, prostitutie of mensenhandel.
Plaatsing in Justitiële Inrichting terecht
40 % van de onderzochte jongeren ervaart de plaatsing in de JJI als terecht. Als
redenen noemen jongeren dat ze zelf niet meer te handhaven waren of op het verkeerde
pad zaten, omwille van eigen veiligheid en de verwachting hebben hier hulp te
krijgen en te leren van hun fouten
De voorgeschiedenis van veel van deze jongens en meisjes kent een grillig verloop.
Hun verblijfplaats voor de opname in de gesloten Justitiële Jeugdinrichting
varieerde van tijdelijk verblijf bij de ouders, bij grootouders of vrienden tot
zwerven op straat en verblijf in crisisopvangcentra. 85% van de jongeren had gemiddeld
al tweeënhalf jaar formele hulp door een of meerdere voogden.
Hulp en steun
Over de steun en hulp van gezinsvoogden, jeugdzorg en jeugdhulpverlening zijn
jongeren minder tevreden Vooral jongens geven aan niet goed overweg te kunnen
met de praatcultuur in de hulpverlening, zij willen iets doen. Meisjes hebben
meer behoefte aan vertrouwelijke gesprekken.
Gezinsvoogden die zich voor hen inzetten, regelmatig contact opnemen en zaken
voor hen regelen, worden het meest gewaardeerd. Weinig waardering krijgen gezinsvoogden
die slecht bereikbaar zijn, teveel partij kiezen voor hun ouder(s) of nauwelijks
rekening houden met de wensen van de jongere. Over het algemeen waarderen de jongeren
informele steun van vrienden/innen het meest. Van de formele instanties scoren
leerkrachten en mentoren uit het onderwijs het hoogst.
Hulp bij specifieke problemen ontbreekt of faalt
Opvallend is dat hulp bij specifieke problemen niet of met weinig succes tot stand
gekomen is. Dit betreft alcohol- en/of drugsproblemen, agressief gedrag en slachtoffer
van (seksuele)mishandeling. Hulpverleners moeten volgens deze jongeren een grotere
alertheid tonen voor (verborgen) signalen en hulpvragen en sneller ingrijpen in
de leef- of thuissituatie.
Wat kan er beter
OTS-jongeren in de Justitiële Jeugdinrichting hebben behoefte aan iemand
die zich kan inleven in hun situatie, naar hen luistert en snapt wat ze hebben
meegemaakt. Goed luisteren, oprechte interesse in de jongere tonen, afspraken
nakomen en meer ingrijpen in de thuissituatie noemen de jongeren als belangrijkste
punten om de hulp in een eerder stadium te verbeteren. De “klik” tussen
de hulpverlener en de jongere vormt de basis voor de hulpverleningsrelatie. Een
meer cliëntgerichte houding van de hulpverleners kan hieraan bijdragen.
Hulpverleningstrajecten van deze jongeren zijn moeilijk in kaart te brengen omdat
er sprake is van complexe en meervoudige problemen. Interventies van hulpverleners
hebben niet altijd het gewenste effect of hulp wordt vroegtijdig afgebroken. Goede
hulp is dan ook niet eenvoudig. Jongeren geven zelf aan dat ze niet altijd gemotiveerd
zijn voor hulp, een laag probleembesef hebben, soms voortijdig afhaken en afspraken
niet nakomen. Aan de andere kant hebben de meesten ook behoefte aan een luisterend
oor en steun van een vertrouwd persoon. Deze doelgroep maakt een specifiek methodische
aanpak noodzakelijk Een aanpak jongeren bereikt en motiveert en op maat zorg biedt.
Meer bemoeizorg voor probleemgezinnen en een cliëntvolgsysteem kunnen er
aan bijdragen om de hulp beter te laten aansluiten.
Een duurzaam en steunend contact uit de eigen omgeving is voor deze jongeren van
groot belang. Hulpverleners kunnen hieraan bijdragen met bijvoorbeeld een familieberaad.
Download rapport hier
Justitiële Jeugdinrichtingen:
tussen droom en daad
Een interdisciplinaire studiemiddag over regelgeving, doelstellingen, verblijf
en behandeling in justitiële jeugdinrichtingen.
Meer informatie op: http://www.ack.vu.nl
Bron: http://www.dagbladvanhetnoorden.nl
Minderjarigen dag voor geding uit jeugdgevangenis
Rob Zijlstra - Groningen
Drie minderjarigen die een kort geding hadden aangespannen tegen het ministerie
van justitie zijn dinsdag vanuit de jeugdgevangenis Het Poortje overgeplaatst
naar een behandelcentrum. Het kort geding is hiermee van de baan.
De kinderen, 14 en 15 jaar oud, zaten opgesloten in de jeugdgevangenis in afwachting
van een behandelplek. Door een tekort aan behandelplekken voor kinderen met psychische
problemen in Nederland zijn wachtlijsten ontstaan. Met het kort geding wilden
deze kinderen, die geen strafbare feiten hebben gepleegd, een behandelplek afdwingen.
Advocaat Liesbeth Poortman: "Het is triest dat je eerst een kort geding moet
aanspannen en dat een dag voordat de zaak dient er plotseling plek is. Deze kinderen
zaten al sinds de zomer van vorig jaar te wachten."
In een bodemprocedure, die nog maanden kan duren, wordt tienduizenden euro's schadevergoeding
geëist. Poortman: "Dat kinderen maandenlang in een jeugdgevangenis zitten
te wachten op een behandelplek is blijkbaar vooral een geldkwestie. Ook dat vind
ik triest."
Bron:http://www.ipo.nl
Jeugdgevangenis helpt niet
Alle kinderen tussen 12 en 18 jaar die met de kinderrechter in aanraking komen,
moeten naar speciale besloten behandelcentra, dit pleidooi houdt Hans Esmeijer
vanmorgen in Trouw, namens de gezamenlijke provincies en grootstedelijke regio’s
als verantwoordelijk IPO-bestuurder. Op dit moment zitten in de jeugdinrichtingen
40% jongeren die gestraft zijn en 60% jongeren die daar geplaatst zijn op basis
van een maatregel van kinderbescherming.
Er is maatschappelijke verontwaardiging over het feit dat gestrafte en ongestrafte
jeugdigen (ook jonge kinderen) gezamenlijk in de jeugdgevangenissen verblijven.
Het Kabinet wil nu dat de jeugdigen, die op basis van een maatregel van kinderbescherming
zitten, worden opgevangen in behandelhuizen, die ook de mogelijkheid hebben besloten
of gesloten opvang te creëren. Het Kabinet heeft er echter moeite mee te
bepalen waar precies de splitsing van de jongeren moet worden gemaakt. Een dergelijke
splitsing lijkt op het eerste gezicht een oplossing, maar de problemen van beide
groepen verschillen in wezen niet. Alleen is de wijze waarop een jeugdige in een
inrichting komt verschillend (straf of maatregel).
Het IPO heeft eerder grote bedenkingen geuit bij de weg die nu met de splitsing
van de groepen dreigt te worden gekozen door het Kabinet.
Opsluiting van jeugdigen in een jeugdgevangenis alleen, helpt niet de problemen
met deze jeugdigen op te lossen. Al deze jongeren hebben zeer intensieve behandeling
nodig, ook de gestraften. Zolang dat niet gebeurt, wordt geïnvesteerd in
schijnoplossingen en worden de problemen met deze jeugdigen van kwaad tot erger.
Hans Esmeijer heeft, voordat er definitieve besluiten vallen over de oplossingsrichting,
nog eens de kern van de zaak op de agenda willen zetten.
Bron: http://www.justitie.nl
Donner noemt recidivecijfers onrustbarend
Bijna driekwart van de gedetineerden (73 procent) komt na zijn vrijlating binnen
zes jaar weer met justitie in aanraking. Bij jongeren ligt dit cijfer op 78 procent.
Dit maakte minister Donner vandaag bekend tijdens het congres 'Terugdringen Recidive,
van ontwikkeling naar uitvoering'. De cijfers zijn de uitkomst van een onderzoek
door het WODC, het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie. Donner
noemde de cijfers onrustbarend.
Het onderzoek beperkte zich tot mensen die in 1997 zijn veroordeeld. In 2002 startte
Justitie het programma Terugdringen Recidive. De effecten daarvan zijn nu nog
niet duidelijk.
Volgens Donner blijkt uit de hoge recidivecijfers dat straffen alleen niet helpt,
evenmin als mee of hoger straffen. Donner verwees daarbij naar cijfers uit de
Verenigde Staten.
Het programma wordt uitgevoerd door het ministerie van Justitie, het Gevangeniswezen
en de drie reclasseringsorganisaties samen. Sinds de start van het programma zijn
methoden en werkwijzen ontwikkeld, waarmee de recidive verminderd kan worden.Een
daarvan is het diagnose-instrument RISc, waarmee de problemen van individuele
gedetineerden die ten grondslag liggen aan hun criminele gedrag, in kaart wordt
gebracht. Op basis van de uitkomsten van RISc wordt bepaald of een gedetineerde
in aanmerking komt voor een reïntegratietraject. De invoering van de RISc
bij de drie reclasseringsorganisaties is in volle gang.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Thuislozen-team: ’minder vrijblijvend’
Intensievere begeleiding zwerfjeugd
Welzijnsinstelling Loket W en de opvangorganisaties Neos en het Leger des Heils
zijn gezamenlijk een nieuwe methodiek gestart voor hulp en begeleiding van zwerfjongeren
in Eindhoven. De intensieve aanpak van het zogeheten Thuislozen-team (T-team)
is minder vrijblijvend dan de hulp die tot voor kort in Eindhoven geboden werd.
Nog steeds mag alle dakloze jeugd tot en met 25 jaar in Eindhoven langskomen bij
de medewerkers van het T-team, maar niet iedereen kan rekenen op hulp.
Medewerkster Natascha Koulen: „Zeer zwaar verslaafden of jongeren met zware psychische
problemen kunnen wij niet meer aannemen. We richten ons op de dakloze jongeren
die de potentie hebben om de regie over hun eigen leven te voeren. Het gaat ons
om jongeren die gemotiveerd zijn. Hen hebben we veel te bieden.“
Crisisopvang
De hulp van het T-team is in eerste instantie gericht op het vinden van onderdak.
Zelf beschikt het team over vier crisisplaatsen bij het Leger des Heils en Neos.
Vervolgens worden zaken als eten, identiteitspapieren, een uitkering en een hulpverleningstraject
bij bijvoorbeeld de GGzE geregeld, en niet te vergeten: herstel van contacten
met ouders of andere familieleden.
Positief
Koulen: „In onze benadering kijken we niet zozeer naar wat er allemaal fout is
gegaan bij de jongere, we gaan uit van wat goed is gegaan. We benaderen de jongere
positief, waardoor hij of zij weer meer zelfvertrouwen krijgt.“
Als voorbeeld haalt ze een meisje aan dat haar vertelde over het goede contact
dat ze had met een lerares op de basisschool.
Waardering
Koulen traceerde de lerares en had een gesprek met haar en het meisje. „Het weerzien
had een geweldig positief resultaat, iets wat wij alleen nooit bij een jongere
kunnen bereiken. Net zomin zijn wij in staat om de waardering te geven die een
jongere van een oudere nodig heeft. Wat we wel kunnen doen is het contact herstellen.
Daar wint iedereen veel mee.“
De drie medewerkers van het T-team ondersteunen de jongeren in principe gedurende
twaalf maanden met acht uur per week. Daarna moeten de jongeren hun leven zover
op de rit hebben dat ze zelfstandig verder kunnen.
In steden als Utrecht, Maastricht en ’s-Hertogenbosch leidt de aanpak al langere
tijd tot positieve resultaten: zo’n zestig procent stroomt ’positief’ uit. Dat
wil zeggen dat deze groep weer grip op het leven heeft en niet afglijdt in het
daklozencircuit.
Desondanks blijft het aantal dakloze jongeren stijgen. Landelijk bedroeg hun aantal
vorig jaar ruim 4000 tegen 3200 in 2003. Ook in Eindhoven is het aantal dakloze
jongeren gestegen, van 75 in 2003 tot 82 in 2004.
Bron: http://www.omroepbrabant.nl
Donderdag 3 maart gaat Deckers op Donderdag over de jeugdzorg
en het voornemen van de provincie om jeugdgevangenissen te sluiten.
Hef de jeugdgevangenis maar op!
Minderjarigen horen niet thuis achter hoge hekken en zwaarbeveiligde toegangspoorten.
Dat is de mening van de Brabantse provinciebestuurder Roel Augusteijn. Samen met
de andere provincies kwam hij met het plan om alle onhandelbare jongeren, crimineel
of niet, in een besloten inrichting te behandelen.
Idealistisch of onzinnig? Daarover gaan vertegenwoordigers uit het veld in Deckers
op Donderdag in discussie met provinciebestuurder Roel Augusteijn, verantwoordelijk
voor de jeugdzorg in Brabant.
Bron: http://www.igz.nl
PSYCHIATRISCHE ZORG IN JUSTITIËLE JEUGDINRICHTINGEN KWETSBAAR
De screening en behandeling van psychiatrische problemen bij jongeren in justitiële
jeugdinrichtingen laat te wensen over, blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor
de Gezondheidszorg. Het gaat om criminele jongeren, maar ook om jongeren die alleen
gedragsproblemen hebben. De justitiële inrichtingen worden als laatste opvangmogelijkheid
gebruikt bij gebrek aan plaatsen in de reguliere opvang. Ondanks de inzet van
het personeel, zijn deze inrichtingen onvoldoende in staat adequate psychiatrische
zorg te bieden.
Het aantal jongeren met psychiatrische stoornissen groeit. De groepsleiding heeft
een belangrijke signalerende functie voor het herkennen van psychiatrische symptomen
die niet eerder zijn opgemerkt of zich net manifesteren. Het ontbreekt de groepsleiding
aan psychiatrische kennis en aan scholing wordt op dit punt te weinig gedaan.
Hier valt nog veel te winnen, want als jongeren tijdig behandeld worden, hebben
ze kans op een betere toekomst.
In de meeste jeugdinrichtingen is te weinig medisch personeel aanwezig. Zorgelijk
is vooral het tekort aan psychiaters: er is één psychiater voor
ruim 400 jongeren beschikbaar, terwijl er minimaal één psychiater
voor 58 jongeren nodig is. Verder is er maar één verpleegkundige
voor 90 jongeren, terwijl de adviesnorm stelt dat er één verpleegkundige
op 50 jongeren moet zijn.
In de inrichtingen ligt de nadruk op behandeling met medicijnen. Aan andere behandelingsmethoden,
zoals psychotherapie, komt men te weinig toe. Hiervoor kunnen gedragswetenschappers
beter worden ingezet. Ook zijn er risico"s bij het verstrekken van medicatie.
Bij het uitdelen zijn de geneesmiddelen al uit de originele verpakking en kan
de groepsleiding niet meer controleren of het om het juiste middel gaat. Als de
groepsleiding afwezig is, delen beveiligingsbeambten soms de medicijnen uit, terwijl
zij niets weten over de medicatie en geen tijd hebben om erop toe te zien dat
de jongeren de medicijnen daadwerkelijk innemen.
De inspectie vindt dat de jongeren direct bij binnenkomst standaard gescreend
moeten worden op psychische stoornissen. Dat kan alleen als het personeel hierin
bijscholing krijgt. De doorstroming van jongeren na een verblijf in een justitiële
jeugdinrichting naar de reguliere jeugdzorg moet beter. Ook is het nodig dat de
opvang- en behandelmogelijkheden van de reguliere kinder- en jeugdpsychiatrie
en de gehandicaptenzorg als alternatief voor een verblijf in een justitiële
jeugdinrichting beter worden benut.
Klik
hier om het rapport 'Jongeren in justitiële jeugdinrichtingen:
met betere zorg nog veel te winnen' te downloaden.
Bron: http://www.volkskrant.nl
Justitie wil jeugdbajes openhouden
Van onze verslaggeefster Aimée Kiene
AMSTERDAM - De ministeries van Volksgezondheid en
Justitie voelen er weinig voor de jeugdgevangenissen op te heffen. De provincies
en de grootstedelijke regio's stelden dit vrijdag voor. Zij vinden dat alle
jongeren tussen 12 en 18 jaar die met de kinderrechter in aanraking komen, naar
dezelfde gesloten behandelcentra zouden moeten.
Provincies: kind hoort niet achter hoge hekken
Volgens woordvoerders van de ministeries druist dit idee recht in tegen het beleid
kinderen met en zonder strafblad van elkaar te scheiden.
In de jeugdgevangenissen zitten veel kinderen die niet zijn veroordeeld voor een
misdrijf, maar die wachten op een plek in een inrichting waar ze behandeld kunnen
worden. De ministeries van Volksgezondheid en Justitie presenteren binnenkort
een rapport met daarin de plannen voor meer van zulke behandelplekken. Het is
nodig hiervoor de wet te wijzigen, omdat de jeugdhulpverlening niet bevoegd is
kinderen op te sluiten.
Hans Esmeijer, gedeputeerde in Gelderland en verantwoordelijk voor jeugdzorg,
vindt dat voor alle kinderen in de jeugdinrichtingen uitgebreide behandeling moet
komen. Esmeijer: 'Jongeren met en zonder strafblad vertonen heel vaak hetzelfde
soort gedrag. We moeten de periode dat ze vastzitten, benutten om ze intensief
te behandelen, zodat ze weer een kans maken in de maatschappij.'
De nieuw te bouwen instellingen zouden er anders uit moeten zien dan de huidige
justitiële jeugdinrichtingen. Volgens Esmeijer hoort een kind niet de gevangenis.
'De instellingen zijn zeer deprimerende plekken. Een kind hoort niet achter hoge
hekken met een zwaar beveiligde poort.'
Een woordvoerster van het ministerie van Justitie vraagt zich af hoe Esmeijer
het voor zich ziet, een jeugdinrichting zonder hoge hekken. 'Er zijn heel gewelddadige
kinderen bij en zedendelinquenten. Die hekken staan er niet voor niks.'
Er bestaan al vergevorderde plannen van jeugdzorgorganisaties voor opvangcentra
voor jongeren met gedragsproblemen, die nu nog in de jeugdgevangenissen zitten.
De organisaties wachten op financiering van het ministerie van Volksgezondheid.
In het aangekondigde rapport zal het ministerie bekendmaken hoeveel geld beschikbaar
komt.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Secretariaat BJ Brabant naar Deurne
Besloten paviljoen op Vreekwijk
Door KIM SPANJERS
De Stichting Bijzonder Jeugdwerk Brabant wil op de locatie Vreekwijk in Deurne
een besloten paviljoen maken voor maximaal twintig lastige jongeren onder de projectnaam
Paljas Plus. Het internaat moet daartoe worden uitgebreid.
De definitieve plannen kan BJ Brabant pas presenteren als een nieuwe wet op de
Jeugdzorg is aangenomen in Den Haag. Dat gebeurt naar verwachting binnen enkele
maanden. Wanneer de verbouwing kan beginnen, weet directeur R. Eggenhuizen van
BJ Brabant dus nog niet.
In april verhuist in elk geval wel het secretariaat van het jeugdhulpverleninginstituut
in Helmond naar Deurne. Het gaat om ongeveer vijftien mensen. Deze kleine reorganisatie
heeft verder geen gevolgen voor het pakket aan diensten van BJ Brabant in Helmond,
benadrukt Eggenhuizen. Wat er met de vrijgekomen ruimte aan de Molenstraat in
Helmond gaat gebeuren, is nog niet bekend.
De nog te bouwen faciliteiten op Vreekwijk vormen een uitbreiding van Paljas.
Dat is een project dat staat voor aanpak lastige jongeren met antisociaal gedrag.
Het is opgezet door de provincie Brabant voor ernstig gedragsgestoorde jongeren.
Paljas loopt inmiddels drie jaar, ook op Vreekwijk.
Op die locatie in Deurne wil BJ Brabant het project nu uitbreiden met een besloten
afdeling. Daar komen jongeren terecht die door de kinderrechter uit huis zijn
geplaatst. Vaak komen ze in een jeugdgevangenis terecht bij gebrek aan goede opvang.
Paljas Plus moet een plek voor die jongeren bieden voor maximaal een jaar. Daarna
kunnen ze binnen het internaat begeleid wonen, behandeld worden en vakonderwijs
volgen.
Directeur Eggenhuizen wil nog een kleine slag om de arm houden wat het project
betreft. „Volgens de wet mag een jeugdhulpinstelling geen besloten afdelingen
hebben. BJ Brabant zit op het vinkentouw om jongeren waartegen civiel rechtelijke
maatregelen zijn genomen op te vangen.“
Bron: http://www.nu.nl
Jongen (13) eist opname in jeugdinrichting
HAARLEM - Een 13-jarige jongen zonder vaste woon- of verblijfplaats heeft een
kort geding aangespannen om opname in een jeugdinrichting af te dwingen. Volgens
zijn advocaat, P. Fischer uit Haarlem, zit de jongen op dit moment zonder enige
grond vast in een jeugdgevangenis in Amsterdam.Het geding
tegen de provincie Noord-Holland, het Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA) en de Dienst
Justitiële Inrichtingen (DJI) dient volgende week vrijdag in Haarlem. De
jongen voerde eerder een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat, maar dat leidde
niet tot het gewenste resultaat. De rechter in Den Haag oordeelde eind vorig jaar
dat de jongen in feite bij de Tweede Kamer moest zijn.
Er zijn in Nederland veel te weinig plaatsen in jeugdinrichtingen. Daardoor worden
jongeren soms tegen hun wil in jeugdgevangenissen ondergebracht.
Bron:E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
442, 25 januari 2005 (www.jeugdzorg.nl)
Glen Mills School moet zich verder ontwikkelen
25 januari 2005
De Glen Mills School, inrichting voor delinquente jongeren in Wezep, heeft een
unieke aanpak die nog volop in ontwikkeling is. Dat blijkt uit een programma-evaluatie
van onderzoeksbureau DSP-groep in opdracht van het ministerie van Justitie. Uit
eerder onderzoek blijkt dat in de aanpak van jeugdige delinquenten negentien factoren
van invloed zijn op de effectiviteit van programma’s. Hiervan zijn er vijf sterk
aanwezig bij Glen Mills zoals de zorgvuldige selectieprocedure, de scholingsmogelijkheden
en de aansluiting bij de levensstijl en capaciteiten van de jongeren.
Daarnaast zijn negen factoren in redelijke mate aanwezig, zoals heldere doelstellingen,
wetenschappelijke onderbouwing, nazorg en effectiviteitonderzoek. De onderzoekers
concluderen dat vijf factoren gering aanwezig zijn. Daaronder valt het gebruik
maken van het gezinssysteem en het aansluiten bij die eigenschappen en kenmerken
van een jongere die hebben geleid tot delinquent gedrag.
De komende tijd werkt Glen Mills verder aan het werken met het gezinssysteem,
het creëren van oefenmogelijkheden voor aangeleerde vaardigheden en verbetering
van het netwerk van samenwerkingspartners in het nazorgtraject.
De evaluatie is te downloaden van http://www.dsp-groep.nl
Bron: http://www.nhd.nl
Probleemjeugd hoeft niet meer gevangenis in
Den helder
Er komen aparte voorzieningen voor jongeren met ernstige gedragsstoornissen.
Het betreft jongeren die niet in jeugdgevangenissen zoals De Doggershoek in Den
Helder thuishoren. De organisaties voor jeugdhulpverlening in Noord-Holland werken
daarvoor samen.
Het project in Noord-Holland Noord heet Transferium en komt
waarschijnlijk in Heerhugowaard. Voor gedragsgestoorde jongeren in Amsterdam,
Zaanstreek en Waterland is er straks De Koppeling in Amsterdam-Zuidoost. Het
gaat om een voorziening tussen de instellingen voor jeugdhulpverlening en de
strafinrichtingen in.
Jongeren tussen de veertien en zeventien jaar die dreigen te
ontsporen, worden er behandeld. Het gaat om jongeren met het predikaat 'zware
problematiek', soms in combinatie met drugsgebruik of prostitutie. ,,Jongens
en meisjes die niet alleen psychische problemen hebben, maar ook gedrag vertonen
waarmee we in gewone voorzieningen niet uit de voeten kunnen'', licht D. de
Graaf toe. Hij is directeur zorg van Parlan, een van de jeugdorganisaties in
Noord-Holland Noord. ,,Ze lopen bijvoorbeeld steeds weg of vertonen erg agressief
gedrag.''
Tot nu toe is er geen andere mogelijkheid dan
deze jongeren op te sluiten in jeugdgevangenissen, hoewel daar geen veroordeling
door de rechter aan te pas is gekomen. Dat is een situatie waar zowel de Tweede
Kamer en justitie als de hulpverlenende instanties zo snel mogelijk van af willen.
Gesloten
Er moet een tussenvorm komen waar, dankzij de samenwerking van verschillende
hulpverleningsinstellingen, zorg op maat wordt verleend. Per individu wordt
bezien wat nodig is om iemand opnieuw aan het sociale verkeer te laten deelnemen.
Geen gevangenis, wel een voorziening met een gesloten karakter. Je moet er niet
zo kunnen weglopen.
Behalve verschillende jeugdzorgorganisaties werken ook het kinder-
en jeugdpsychiatrische centrum Triversum uit Alkmaar, de instelling voor mensen
met een verstandelijke beperking Noorderhaven en de justitiële rijksinrichting
Doggershoek, beide uit Den Helder, aan het plan mee. De provincie stelt 50.000
euro beschikbaar. De rest zal het Rijk op tafel moeten leggen.
Het Transferium zou bij Klaas Groen Jeugdhulpverlening in Heerhugowaard een
plek kunnen krijgen. Op het terrein is nog ruimte voor zo'n voorziening. Onderzocht
wordt of bezwaarprocedures nog roet in het eten zouden kunnen gooien. ,,Als
alles meezit kunnen we daar eind 2006 van start'', aldus De Graaf. ,,Maar vooruitlopend
op die uitbreiding kunnen we eind van dit jaar mogelijk al van start met een
extra behandelgroep.'' Hij denkt dat in Noord-Holland Noord zo'n 100 tot 120
plaatsen nodig zijn.
Ook in het zuiden van de provincie zijn
nu concrete plannen voor een behandelcentrum voor jongeren met ernstige psychiatrische-
en gedragsproblemen. Vier organisaties die behalve in Amsterdam ook in de Zaanstreek
en Waterland actief zijn, hebben gevraagd het gebouw van jeugdgevangenis 't
Nieuwe Lloyd in Amsterdam-Zuidoost beschikbaar te stellen. Dit gebouw komt binnenkort
vrij.
http://www.inspectiejeugdzorg.nl
PERSBERICHT 17 januari 2005
Justitie gedoogt eigen interpretatie
wet- en regelgeving Rijks Jeugdinrichting Den Engh
Naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door de Inspectie
jeugdzorg in samenwerking met de Arbeidsinspectie bij Rijks Jeugdinrichting Den
Engh, concludeert de Inspectie jeugdzorg dat zowel het personeel als de jeugdigen
te maken hebben met niet-acceptabele risico’s als het gaat om het terughalen van
weggelopen jeugdigen naar de inrichting. Oorzaak daarvan is dat de leiding van
de instelling teveel ruimte geeft aan de interpretatie van de wettelijke regels
waardoor personeel en jeugdigen grensoverschrijdend handelen. De bijsturing door
de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het Ministerie van Justitie is
op dit gebied ook onvoldoende. Uit het onderzoek blijkt verder dat de rol van
de DJI op verschillende gebieden te wensen overlaat, zoals bijsturing op juiste
informatievoorziening, specifieke afspraken over beleidsuitvoering en verantwoording
van incidenten. Door het ontbreken van de juiste aansturing van de DJI ontbreekt
het minister Donner van Justitie aan gedegen informatie wat betreft het functioneren
van Den Engh.
Het onderzoek laat zien dat ook de interne aansturing
van de inrichting te wensen overlaat. In de periode 2000-2002 hebben de eigen
interpretaties van directie en personeel over de te volgen wet-en regelgeving
geleid tot twijfel bij het personeel over de wijze van uitvoeren van hun taken.
Daardoor zijn intern conflicten ontstaan die door de directie slecht werden
opgevangen en opgelost. Na 2002 heeft de directie wel meer bijgestuurd, maar
er is nog steeds geen helderheid over de juiste interpretatie van wet-en regelgeving.
In haar aanbeveling aan de Minister van Justitie zegt de Inspectie jeugdzorg
dat er helderheid moet komen over de positie van RJI Den Engh en dat er betere
afspraken moeten komen tussen de directie van Den Engh en de DJI van het ministerie.
Pas dan kan er sprake zijn van waarborgen van de veiligheid van zowel het personeel
als de jeugdigen, met name op gebied van ontvluchten en terughalen van de jeugdigen.
Voor de inrichting heeft de inspectie de aanbeveling om maatregelen te treffen
om het risico op verslechtering van de werksfeer te voorkomen door de interne
en externe communicatie over incidenten en bijzondere gebeurtenissen aan te
passen en de medewerkers te betrekken in deze communicatie.
Het volledige rapport is in te zien op de website van de Inspectie jeugdzorg,
www.inspectiejz.nl.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Tot 75% pleegt binnen jaar weer misdrijf
Merendeel jeugd na cel weer fout in
Meer dan de helft van de jongeren die in jeugddetentie heeft gezeten en daar behandeld
is, gaat binnen een jaar na invrijheidstelling weer in de fout. Tussen de 60 en
75 procent komt opnieuw in aanraking met justitie.
In 25 procent van de gevallen gaat het dan om ernstige misdrijven. Dat blijkt
uit een onderzoek naar recidive bij jeugdigen van de Nijmeegse pedagoge C. van
Dam. Zij promoveert volgende week vrijdag aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Van Dam volgde zestig minderjarige jongens, die gemiddeld twee jaar gedetineerd
hadden gezeten in de justitiële jeugdinrichting De Hunnerberg in Nijmegen.
Van Dam heeft als eerste onderzoeker met de jongens zelf contact gehouden na hun
detentie. Zij stelde vast dat uit dossiers van justitie blijkt dat 61 procent
recidiveert, maar de groep zelf rapporteert dat driekwart alweer een misstap had
begaan. „Onder hen zijn opscheppers, die het stoer vinden om zoiets te zeggen.
Ook gaat het in een aantal gevallen om heel kleine vergrijpen zoals vandalisme,
waarvoor een minderjarige niet opnieuw bij justitie komt. Hoewel ik hen niet meetel
als recidivisten, zijn ze natuurlijk wel alweer op een hellend vlak“, zegt de
promovenda.
Hulpverleners in jeugdgevangenissen nemen volgens Van Dam in het algemeen aan
dat ’wonen, werk en een wijf’ (de drie W’tjes) heel belangrijk zijn om na de straf
op het rechte pad te blijven. „Maar dat is niet zo. Een vriendin die het niet
zo nauw neemt, is juist een grote risicofactor. En zelfs als de W'tjes goed geregeld
zijn, vormen verkeerde vrienden nog steeds het grootste gevaar, samen met uitgaansgedrag,
alcohol- en drugsgebruik.“ De promovenda verwerpt de suggestie dat haar onderzoek
bewijst dat jeugddetentie met behandeling weinig zinvol is. „Je weet niet wat
er gebeurd zou zijn, als de jonge misdadiger gewoon op straat was blijven lopen.
Dan was het misschien nog wel veel erger fout gegaan. Bovendien is er nog altijd
zo’n 30 procent bij wie de straf wel zin heeft gehad. In het algemeen gaat het
dan om jongeren, die uit een nette familie komen, die een behoorlijke schoolopleiding
hebben en die fatsoenlijke vrienden hebben.“ Van Dam pleit voor veel meer nazorg
voor jeugddelinquenten. „Het is belangrijk om de jongeren al tijdens de detentie
de weg te wijzen naar een andere omgeving. Als ze weer op vrije voeten zijn, moeten
zij in contact blijven met een eenvoudig te bereiken persoon die ze kan helpen
als het moeilijk wordt. En die ingrijpt als ze weer in het verkeerde circuit rondhangen.
Die hen als het ware beschermt.“