Update:
14 December, 2007
[ actueel Justitie] [actueel
Loverboys] [Bodemloos]
Adoptie is niet heilig 3 februari 2007
Opgevangen of ontvoerd ; Geadopteerden ageren tegen hun adoptie 8 januari 2007
Adoptie in de picture 27 december 2006
Ervaringsverhalen gevraagd over de zoektocht naar jeugdzorg 25 november 2006
Opsluiting is geen zorg! 11 oktober 2006
Ross verbindt lot aan wachtlijsten 17 maart 2006
Vraag naar jeugdzorg explodeert 15 maart 2006
Stop bijslag voor kind in inrichting 04 maart 2006
'Baby Extra', nieuw preventieprogramma in Eindhoven 8-02-2006
Meldweek Zorg om Jeugdzorg 11 januari 2006
Speciale theatervoorstelling voor jongeren 10 november 2005
Begroting 2006 21
september 2005
Meer problemen binnenlandse
adoptie 24 Mei 2005
Persoonlijkheidsstoornissen
mogelijk behandelbaar 24 Mei 2005
Instellingen: Augusteijn
beschadigt jeugdzorg 28 April 2005
Provincies boos over aanpak
probleemjeugd 27 April 2005
De wachttijden voor jeugdhulpverlening
moeten veel korter 19 April 2005
Donner reageert op moties
en debat over inspectierapport 15 April 2005
Rapportage van de Jeugdzorgbrigade
15 April 2005
Nieuwe indicatiestelling
is niet meer nodig 1 April 2005
Crisissfeer in relatie
provincie en jeugdzorg 25 maart 2005
Gezinsvoogden krijgen
meer tijd om kinderen uit probleemgezinnen te begeleiden. 23 maart 2005
MANIFESTATIE VAN DE BMJ
OP 23 MAART 2005! 18 maart 2005
Aanbieders jeugdzorg onder
curatele 18 maart 2005
Oor, u kunt ons een oor
aannaaien en naar ons luisteren 17 maart 2005
Spirit en de Bascule openen
voorziening voor jongeren met meervoudige problematiek 15 Maart 2005
PERSBERICHT VAN DE BELANGENVERENIGING
VOOR MEDEWERKERS IN DE JEUGDBESCHERMING. 10 Maart 2005
Succesvolle test voogdij
van gezin
Meeste klachten over voogden
2 maart 2005
Afstudeerrapport adviseur
Brabants Kenniscentrum Jeugd 22 Februari 2005
De provincie als praatpaal
11 Februari 2005
S team
Leeuwarden 2 Februari 2005
Hulpgroep 'falende ouders'
7 Januari 2005
Brabantse instellingen
werken samen voor lastige jeugd 12 November 2004
Onderdak voor lastige
jongeren 10 November 2004
Adoptie mogelijk houden
tot 46 jaar 5 November 2004
Jeugdzorg razend over
bezuinigingen 7 September 2004
Opnieuw extra geld voor
Brabantse jeugdzorg 21 juli 2004
Wachtlijst jeugdhulp toch
niet korter 21 juli 2004
’Opsluiting is straf
en straf is geen zorg 15 juli 2004
Organisatie van jeugdzorginstellingen
moet beter 28 juni 2004
Crimineeltjes vaak psychisch
in de knoop 29 Juni 2004
PvdA: snel aanpak van probleemjeugd
29 Juni 20 04
Kinderen positief over
Eigen-kracht conferentie 25 Juni 2004
Boete kan oplopen tot 2250
euro Plicht tot identificatie uitgebreid 16 Juni 2004
Twijfels over Wet op de
jeugdzorg 6 April 2004
Ruimere vergoedingsmogelijkheid
AWBZ-psychotherapie voor kinderen 29 Maart 2004
Jeugdzorg Brabant in geldnood
27 Maart 2004
Nieuwe datum behandeling
Wet op de jeugdzorg 4 Maart 2004
Briefwisseling
tussen een ouder en een Professor
Ouders boos over eigengereide
behandeling zoon Februari 2004
Flevoland heeft justitiële
jeugdinrichting 5 januari 2004
Gedragstherapie
succesvol bij jonge criminelen 20 December 2003
Nieuwe serie Teleac
over psychische aandoeningen 14 December 2003
Spijbelende
scholier riskeert celstraf 10 December 2003
Mierlose jongen opgenomen
in De Grote Beek 6 December 2003
Mierlose
jongen 'wandelende tijdbom' 4 December 2003
Kinderbeschermers
overtreden de wet 5 November 2003
Rigide
regelzucht van de jeugdzorg 11 November 2003
Elektronische
uitwisseling 11 November 2003
45.000 euro voor t-team
11 November 2003
Kinderen in de jeugdzorg
mogen stem uitbrengen 7 November 2003
Outreachende hulpverlening
op zichzelf
Nederwiet minder
sterk
Meer geweld in justitiële
jeugdinrichtingen
Studenten Glen Mills
komen goed terecht
Jongeren met gedragsproblemen
gewild bij onderzoekers
Kinderen willen
meer contact met hun voogd Persbericht 7 April 2003
Jeugdcrimininaliteit
4 Oktober 2002
Therapeutiche Gezinsverpleging
Gehechtheid en
kinderbescherming
Een Nederlands kind
adopteren 17 Januari 2002
Klachten behandeling
interlandelijke adoptie 2002
Verschillende artikelen kunnen als bron E-zine
Jeugdzorg - e-mailservice hebben.
Artikel zaterdag editie Sneon & Snein, Leeuwarder courant 3 februari 2007
Adoptie is niet heilig
Klik voor een vergroting van het artikel.
Bron: http://www.libelle.nl/mijnlibelle/forums
Onderstaand artikel en ingezonden brieven hebben in het NRC gestaan. Op het libelle forum wordt hier ook over gediscuseerd en is iemand zo actief geweest om het hele artikel over te tikken. Omdat het een belangrijk iets is, en ook de reacties erop, plaats ik het ook hier.
Reageren kan natuurlijk algemeen via bovenstaande link naar het forum, of via een bericht in mijn gastenboek.
SECTION: ZATERDAGS BIJVOEGSEL; Blz. 28, 30 december 2006
Opgevangen of ontvoerd ;
Geadopteerden ageren tegen hun adoptie
Door: Brigit Kooijman
'Ik geloof niet in het verhaal dat adoptie een verrijking van je leven is. Het is iets dat me is overkomen, iets waarover ik zelf niks te zeggen had. Het argument waar je altijd mee om je oren geslagen wordt, is dat het in het belang van het kind is. Maar in Nederland is vijfentachtig procent van de adoptieouders ongewild kinderloos. Echtparen die tijdens de procedure alsnog zwanger raken, haken af. Adoptie is niet in het belang van het kind, maar in het belang van kinderloze westerse echtparen."
Aan het woord is Sonja van den Berg (27), literatuurwetenschapper en werkzaam als redactrice bij een uitgeverij. Ze behoort tot een groep zelfbewuste internationaal geadopteerden die zich op min of meer activistische wijze bezighoudt met adoptie als maatschappelijk verschijnsel. Het is in Nederland voor het eerst dat geadopteerden zich over de etnische grenzen heen verenigen. De al bestaande organisaties zijn allemaal gerelateerd aan het land van herkomst: Arierang voor de Koreanen, Chicolad voor de Colombianen, Shapla voor de Bengalen. Bovendien zijn dat vooral gezelligheidsverenigingen, terwijl United Adoptees International (UAI) een belangenorganisatie wil zijn, een denktank én een serieuze gesprekspartner voor de politiek en de adoptieorganisaties. De schattige kroeskopjes en Oosterse popjes van weleer zijn volwassen geworden.
Buiten Nederland laten niet-westerse geadopteerden al langer hun stem horen, vooral in de Verenigde Staten en Scandinavië. In Zweden heeft de uit Korea afkomstige Tobias Hübinette de organisatie Transracial Abductees opgericht, die streeft naar bewustwording van gekleurde geadopteerden. Ze wil de machtsongelijkheid tussen geadopteerden en de 'witte adoptie-industrie' aan de kaak stellen. Hübinette spreekt consequent van 'abduction' (ontvoering) in plaats van 'adoption'. De militante geadopteerden zelf noemen zich "angry pissed ungrateful little transracially abducted motherfuckers from hell".
Geïnspireerd door Hübinette ageert organisatiedeskundige Hilbrand Westra (37) sinds enige jaren tegen internationale adoptie, zij het op gematigder toon. Hij kwam op vierjarige leeftijd uit Zuid-Korea in een Fries-Nederlands gezin met acht geadopteerde kinderen, van wie hij de oudste is. Hij stond niet al te veel stil bij zijn bijzondere situatie, totdat hij op zijn achttiende naar de Verenigde Staten ging voor een summer college en daar in een gastgezin verbleef met negen geadopteerde kinderen. "Het was alsof ik in de spiegel keek. Net als bij ons kwamen de kinderen uit Brazilië en Zuid-Korea. Wat me opviel was dat ze zo geforceerd westers werden opgevoed. De meesten waren niet echt gelukkig. Ik realiseerde me dat ik nooit over mijn geadopteerd-zijn had willen nadenken. Ik wilde graag doorgaan voor een blanke, Nederlandse of liever nog Friese jongen. Maar dat ben ik niet, ik ben een Aziaat die is gedeporteerd naar een racistisch westers land. In Zweden, waar driemaal zoveel gekleurde geadopteerden wonen als in Nederland, is het inmiddels een sociaal probleem aan het worden: geadopteerde mannen van Aziatische afkomst die noodgedwongen single blijven omdat de Zweedse vrouwen hen gewoon niet moeten."
Munira Blom (30) deed in het kader van haar afstudeerproject onderzoek naar de vraag in hoeverre niet-westerse geadopteerden geconfronteerd worden met rassendiscriminatie. Zelf krijgt ze, als Colombiaanse van geboorte, bij het binnengaan van een café geregeld te horen: "Hé zwarte, wat moet je hier?" Maar ook wanneer ze goedbedoeld in het Engels wordt aangesproken, kwetst haar dat. "Ik voel me vaak alsof ik een of andere exotische act ben, terwijl ik zowat al heel mijn leven hier woon en honderd procent Nederlands ben opgevoed door mijn witte ouders." Volgens Munira Blom vinden veel geadopteerden het moeilijk om over discriminatie te praten. "Het bevestigt dat ze geen witte Nederlanders zijn, terwijl ze wel zo zijn opgevoed. Dat maakt het extra verwarrend en pijnlijk. Bovendien hebben ze altijd geleerd om dankbaar te zijn dat ze hier zijn opgegroeid en niet in hun geboorteland."
Liefkozing
Er zijn natuurlijk ook geadopteerden die nergens last van hebben. Zoals de 26-jarige radiojournaliste Lenna van den Haak, afkomstig uit Indonesië. ",Ik heb echt nog helemaal nooit meegemaakt dat ik werd gediscrimineerd om mijn huidskleur. Mijn vrienden zeggen weleens 'pinda' tegen me, maar dat is liefkozend bedoeld."
"Ik zit al dertig jaar tot over mijn oren in de adoptie", zegt Hans Walenkamp. "Voor zo ver ik weet komt discriminatie van geadopteerden heel weinig voor." Hij schreef een boek over de geschiedenis van adoptie in Nederland. Ook is hij columnist van het magazine van Wereldkinderen, de grootste Nederlandse adoptieorganisatie. "Ik heb zelf drie volwassen adoptiekinderen uit Suriname, Korea en Colombia. Zij hebben er nooit enige hinder van gehad."
Hilbrand Westra meent, net als Munira Blom, dat volwassen geadopteerden zelden praten over hun nare ervaringen, en ze soms ook verdringen of weglachen. "Dat zijn allemaal overlevingsmechanismen. Natuurlijk kom je weleens in gekke situaties als je er Aziatisch uitziet en een Hollandse naam hebt. Zoals die keer dat ik opgehaald werd voor een sollicitatiegesprek, en degene die me kwam halen maar niet begreep dat ík de mijnheer Westra was die ze moesten hebben. Soms kan ik ook wel om dit soort dingen lachen, maar vaak ook geeft het me een machteloos gevoel. Mijn meest pregnante ervaring op dit gebied was toen ik bij zuivelconcern Friesland Coberco werkte. Ik was er betrokken bij saneringen die diep ingrepen in de Friese dorpsgemeenschappen. Dat ik die mensen maar al te goed begreep omdat ik zelf ben opgegroeid in een Fries dorp, Oosterbierum, wilde er maar heel moeilijk in bij ze. Hoewel ik vloeiend Fries spreek, bleven ze me vanwege mijn Aziatische uiterlijk zien als een buitenstaander die hun cultuur nooit zou kunnen begrijpen. Dat is vervreemdend, zoals het vervreemdend was toen op de middelbare school een klasgenoot die al vier jaar naast me zat, opeens vroeg: 'Zeg, eet jij nou elke dag rijst?'"
Een belangrijke klacht van de militante geadopteerden is dat zij en hun lotgenoten zijn opgevoed als 'witte Nederlanders'. Met als gevolg dat sommige adoptiekinderen niet eens wisten dat ze er anders uit zagen. Later, toen ze ouder werden, kwam de klap des te harder aan. Maar dat was vroeger, in de jaren zeventig en tachtig. Zijn de tijden dan niet heel anders nu? Sonja van den Berg: "Fundamenteel is er niet veel veranderd. Ja, je ziet tegenwoordig wel dat ouders potjes aarde meenemen uit China, maar dat is een vorm van toeëigening. De ouders gaan op Chinese les, ze maken Chinese traktaties voor hun kind als het jarig is, maar zij bepalen wat er aan Chinese cultuur binnenkomt. Het zijn altijd de ongevaarlijke elementen, zoals eten en feestdagen, die hun manier van leven en hun eigen cultuur niet in gevaar brengen."
De discrepantie tussen hun exotische uiterlijk en westerse innerlijk bij gekleurde geadopteerden blijft altijd bestaan, meent Van den Berg. In haar doctoraalonderzoek beschrijft ze de identiteitsproblemen die daarvan het gevolg kunnen zijn. Zo laat ze een jongen uit Korea aan het woord, die vertelt: "Ik weet nog goed dat ik op een gegeven moment voor de spiegel stond en me werkelijk het leplazerus schrok. Godverdomme, ik leek wel een Chinees! Het was werkelijk net alsof ik door een raampje naar een ander stond te kijken. Want dát daar - dat gedrocht - dat was ik toch niet?"
Van den Berg zelf heeft zich ook geschaamd voor haar uiterlijk, vooral tijdens haar puberteit. Ze is Koreaans gaan studeren. Inmiddels vindt ze zichzelf niet meer lelijk. Ze beschouwt zichzelf als 'migrant'; in dat concept komt de gespletenheid die ze voelt het best tot uitdrukking. "Als ik in Amerika was geadopteerd, had ik mezelf Asian American genoemd. Want ik voel mezelf ook niet echt Koreaans. Je hebt geadopteerde Koreanen die alleen nog maar kim chi eten, zo ben ik niet. Er was aan de Universiteit Leiden een keer een feestje georganiseerd door studenten Koreaans, dat zijn bijna allemaal geadopteerde Koreanen. Ter versiering was een Koreaanse vlag opgehangen. Onze Nederlandse hoogleraar was de enige die zag dat hij ondersteboven hing. Daar ga je dan met je Koreaanse roots."
Noodzaak
Een fundamentele vraag in de discussie over adoptie is de noodzakelijkheid ervan. Die wordt door de critici nogal eens betwijfeld, terwijl de voorstanders ervan overtuigd zijn dat tegenwoordig echt alleen naar internationale adoptie wordt gegrepen als laatste redmiddel. Hans Walenkamp wijst op het Haags Adoptieverdrag, waarbij 66 landen zich hebben aangesloten. Dat bepaalt dat een kind pas voor interlandelijke adoptie in aanmerking komt wanneer er geen thuis gevonden kan worden in het land van herkomst. Hilbrand Westra werpt tegen: "Dat verdrag is niet meer dan een intentieverklaring. Er zijn geen sancties. Daarbij kun je je afvragen wie bepaalt of een adoptie noodzakelijk is. Zijn dat de zendende landen of de ontvangende? Soms is er bij de zendende landen sprake van gemakzucht: de mogelijkheid van adoptie over de grens weerhoudt hen ervan om naar bepaalde maatschappelijke misstanden te kijken." Of, zoals Sonja van den Berg het zegt: "Waarom moest mijn biologische moeder mij afstaan? Omdat Korea een patriarchale maatschappij is waar je als alleenstaande moeder niet zo'n leuk leven hebt."
"Als je zo denkt, zou je die anderhalf miljoen meisjes die nu in China in een weeshuis zitten, aan hun lot moeten overlaten", zegt Walenkamp. Het collectieve belang versus het belang van het individu? "Al red je er maar één", zoals schrijver Jan de Hartog in 1967 in het televisieprogramma van Mies Bouwman zei, daarmee een ongekende adoptiegolf ontketenend. "Ik ken heel veel geadopteerden die maar wat blij zijn dat zij net die ene witte raaf waren. Als je je dromen kunt waarmaken, als er van je gehouden wordt, dan bestaat het ge-adopteerd-zijn nog wel, maar heb je het een veilige plek in je hart gegeven. Als het niet goed met je gaat, is het natuurlijk een kapstok waar je van alles aan kunt ophangen."
Lenna van den Haak, die toen ze drie maanden was in Indonesië door haar moeder werd afgestaan, was ziek en ondervoed bij haar aankomst in Nederland. "Daarvóór was ik drie keer verhandeld. Nou en? Ik ben goed terechtgekomen, en dat is het enige dat telt. Een kind weggeven doe je niet zomaar. Integendeel, een grotere blijk van moederliefde is er niet." Maar voor Sonja van den Berg blijft interlandelijke adoptie een "imperialistisch, neo-kolonialistisch" verschijnsel. "In een tehuis opgroeien of doodgaan van de honger is niet leuk. De kans dat ik had kunnen studeren in Korea is erg klein, dat weet ik. Ik ben ook heel blij met de adoptiemoeder die ik gehad heb, al waren we dan elkaars tweede keus. Dat neemt niet weg dat allerlei dingen rondom adoptie gewoon niet kloppen, zoals de scheve verhouding tussen het rijke westen en de arme landen."
Duurzame pleegouderzorg is volgens Hilbrand Westra een goed alternatief voor adoptie. "Daarbij behoudt het kind zijn eigen achternaam en nationaliteit, zijn achtergrond, en blijft er ook wettelijk een lijn open naar de biologische familie. Maar voor adoptieouders in spe is dit idee meestal onbespreekbaar. Dat maakt me argwanend jegens hun bedoelingen. Doen ze het nu voor het kind - dat is wat ze altijd als een mantra herhalen - of voor zichzelf?"
En dan is er nog het gevoelige punt van de afkomst, de genen. De meeste interlandelijk geadopteerden weten niet uit wie ze geboren zijn. Terwijl dit, meent Sonja van den Berg, in onze cultuur wél heel belangrijk is. "Het feit dat ik niet bij mijn biologische ouders ben opgegroeid, vind ik niet erg. Maar in Nederland en het westen is het voor je identiteit essentieel waar je vandaan komt, wie je ouders en je voorouders zijn."
Lenna van den Haak denkt er heel anders over. "Je mag dan de genen van je geboorteouders hebben, maar je moet trots zijn op wie je zelf bent, los van waar je vandaan komt." Anders dan Sonja van den Berg heeft Van den Haak een paar jaar geleden haar biologische familie teruggevonden. Ze maakte er in 2003 voor de RVU een radiodocumentaire over. Is het niet wat al te gemakkelijk om dan te zeggen dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt? "Nee, ik heb er altijd zo over gedacht. Ik ben blij dat ik mijn moeder, opa en halfbroers en -zussen heb gevonden, maar dat beschouw ik als iets extra's in mijn leven. Het had ook tegen kunnen vallen."
De zoektocht van Sonja van den Berg in Seoul was niet helemaal vruchteloos. Zo ontdekte ze dat gegevens in haar dossier vervalst waren, en dat ze in werkelijkheid een half jaar jonger was dan volgens haar officiële geboortedatum. Haar moeder heeft ze niet gevonden, ondanks een oproep op de Koreaanse televisie, in een veelbekeken programma. "Daar is niet één reactie op gekomen. Dat vond ik wel heel erg."
NOTES: China is favoriet; In Nederland wonen 33.500 duizend uit het buitenland geadopteerden. De meesten van hen zijn geboren in Colombia (5.200), China (4.400), Zuid-Korea (4.100) en Sri Lanka (3.300). De laatste jaren komen verreweg de meeste adoptiekinderen uit China.; Het totale aantal internationale adopties steeg tot 1980 (dat jaar 1.600 kinderen), om vervolgens gestaag af te nemen, tot onder de zeshonderd in 1988. Pas vanaf 2000 stijgt het aantal buitenlandse adopties weer substantieel. In 2005 waren het er 1185.; Stephan Sanders: 'Houding is kwaardaardig'; Schrijver en presentator Stephan Sanders (1961), bruin en geadopteerd door witte Nederlandse ouders:; "Waar ik begrip voor heb, is dat deze geadopteerden af willen van het dankbaarheidssyndroom. Je kunt niet eisen van kinderen dat ze dankbaar zijn voor het feit dat ze geadopteerd zijn. Maar verder gaat mijn begrip niet. Waar komt die enorme woede vandaan? Ik vind hun houding buitengewoon kwaadaardig. Er spreekt een gevaarlijk cultuurrelativisme uit. Alsof je alleen in Korea zou kunnen aarden, als daar toevallig je wieg heeft gestaan! Kijk naar iemand als Ayaan Hirsi Ali. Ze is geboren in Afrika, heeft het hier in Nederland gemaakt en doet het nu ook goed in de Verenigde Staten. En zo racistisch is deze samenleving dus niet. Anders zouden al die blanke echtparen die gekleurde kinderen toch ook niet hebben genomen?; Mijn biologische moeder was 33 toen ze mij afstond, ze was een zelfstandige vrouw, werkte in Londen. Het was een volwassen keuze van haar. Niks ontvoering. Natuurlijk is het een raar begin van je leven, als je moeder je niet wil, daar denk je heus weleens over na. Maar er staat veel tegenover, in mijn geval een vader en moeder die echt mijn vader en mijn moeder zijn geworden. Die zelf geen kinderen konden krijgen en ze toch graag wilden, ja. Godzijdank dat ze kinderen wilden! Stel je voor dat je bij ouders terechtkomt die eigenlijk géén kinderen wilden, maar louter vanwege de derdewereldproblematiek toch maar tot een adoptie besloten.; Het is zinloos om te zeggen 'was ik maar niet geadopteerd'. Het is net zoiets als wensen dat je niet was geboren.
Om het bijvoegsel van zaterdag 30dec. compleet te maken heb ik zojuist voor jullie de ingezonden brieven die op dit artikel zijn gekomen overgetypt.
Zaterdagsbijvoegsel Nrc 6januari
Adoptie of ontvoering 1
Met stijgende verbazing heb ik het artikel : "opgevangen of ontvoerd" in het zaterdagbijvoegsel van 30 dec. Gelezen.
Als bestuurslid van LOGA(Landelijke Oudervereniging Gezinsproblematiek Adoptie)
Ben ik aardig op de hoogte van problemen van adoptiejongeren. Elke puber die in de spiegel kijkt schrikt zich rot en bij geadopteerde jongeren, leidt dit meestal tot een verhevigde identiteitscrisis.
Tot zover niets nieuws onder de zon.
De drie geportretteerden in genoemd artikel slaan echter een nieuwe koers in.
Zulke stampvoetende en krijsende kleuters van boven de 27 jaar is nieuw.
Het zijn allen goed opgeleide mensen maar daar merk je niks van als zij reflecteren over zichzelf en hun situatie.Zij projecteren hun frustraties geheel op de boze buitenwereld.
De drie geïnterviewden veralgemeniseren hun persoonlijke interpretatie van de werkelijkheid.
Lees hun citaten”De witte adoptie industrie”hé zwarte wat moet je hier, en "altijd dankbaar moeten zijn voor je adoptie."
Zij pakken van her en der wat grote woorden bijelkaar en bouwen daar een pretentieus verhaal van.
Goed dat de krant ze een podium biedt. Democratie houdt vrijheid van meningsuiting in.
En goed dat de krant ook andersdenkende betrokkenen uit de adoptie driehoek aan het woord laat.
Nog even een terzijde,: Hoe komen zij aan het feit dat 85 procent van de adoptieouders ongewild kinderloos zijn?
In 2006 hield onze vereniging een enquête waaruit ondermeer bleek dat 36 procent van de adoptie ouders ook biologische eigen kinderen heeft.
Bea Hauptmeijer. Heemstede.
Adoptie of ontvoering 2.
Bij het lezen van :"Opgevangen of ontvoerd” slaakte ik een zucht van opluchting.
Tijdens mijn meer dan 25 jaar ervaring als begeleider van zowel binnen als buitenlandse geadopteerden,ben ik getuige geweest van hun verhalen over spanningen die zij ervaren tussen ondermeer de dankbaarheid voor hun opvoeding én dankbaar moeten zijn.Het is vanzelfsprekend dat adoptie ouders veel waardering verdienen voor het opvoeden van de door hengeadopteerde kinderen.Dat adoptie ouders óók adopteren vanuit een welgemeend eigen belang is een taboe dat déze geadopteerden doorbreken.
Mea Coppens, Utrecht.
 |
 |
Dinsdag 21 november 2006
Ervaringsverhalen gevraagd over de zoektocht naar jeugdzorg
Bij het inroepen van de hulp van jeugdzorg komt heel wat kijken. Jongeren en ouders/verzorgers leggen vaak een heel traject af voordat zij, via een indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg, daadwerkelijk voor jeugdzorg in aanmerking komen. Het Regionaal Patienten en Consumenten Platform Zuidoost-Brabant (RPCP), vraagt de medewerking van jongeren en/of ouders/verzorgers die hun verhaal willen doen.
Hulp vragen betekent nogal wat voor jongeren en ouders/verzorgers. Hoe kwam het dat je op zoek ging naar hulp? Wat kwam je tegen? Wat heeft je geholpen? Wat juist niet? De antwoorden op deze vragen kunnen andere jongeren en ouders/verzorgers weer helpen bij hun zoektocht, maar ook beleidsmakers en politici die beslissingen nemen.
De ParticipatieWerkPlaats Jeugd, een onderdeel van het RPCP, zet zich in voor versterking van de positie van cliënten in de jeugdzorg en een kwalitatief betere zorg.
Interesse om een bijdrage te leveren? Neem contact op met RPCP-Zuidoost-Brabant, tel. 040-2125678 en vraag naar Tilly Huberts of stuur een mail naar tilly.huberts@rpcpzob.nl
Nadere informatie:
RPCP-Zuidoost-Brabant
Afdeling: ParticipatieWerkPlaats Jeugd
Kronehoefstraat 21-29
5612 HK Eindhoven
tel. 040-2125678
tilly.huberts@rpcpzob.nl
Contactpersoon: Tilly Huberts , ondersteuner cliëntenparticipatie jeugdzorg, bereikbaar tijdens kantooruren op maandag, dinsdag en donderdag.
Opsluiting is geen zorg!
Protesteer mee bij de Provincie Noord-Brabant !
Op vrijdag 13 oktober 2006 van 11.00-13.30 uur
Demonstratie en Manifestatie in 's Hertogenbosch
Vanaf 11.00 verzamelen bij de Draak , centrumzijde Centraal Station in 's Hertogenbosch
11.30 start demonstratie
ongeveer 5 km van Station naar Provinciehuis
12.30 - 13.00 aankomst bij Provinciehuis
13.00 start manifestatie bij Provinciehuis
13.30 start vergadering Provinciale Staten met o.a. het thema Jeugdzorg
Meer info: http://tekeertegendeisoleer.web-log.nl/
Bron: E-zine Jeugdzorg - nummer 548, 17 maart 2006 ( www.jeugdzorg.nl)
Ross verbindt lot aan wachtlijsten
Staatssecretaris Ross van VWS stapt op als er eind dit jaar nog altijd wachtlijsten zijn in de jeugdzorg. Dat heeft zij de Tweede Kamer laten weten. Op dit moment moet ruim de helft van de ongeveer tienduizend kinderen die dringend hulp nodig hebben daar langer dan negen weken op wachten. Ross heeft minister Zalm van Financiën vijftig miljoen euro extra gevraagd om de wachtlijsten in de jeugdzorg op te lossen. Eerder is er al 43 miljoen euro extra ingezet om de wachtlijsten weg te werken. Deze maand nog wil de staatssecretaris afspraken maken met de provincies over extra hulp voor de kinderen en hun ouders.
Bron: http://www.brabantsdagblad.nl
Vraag naar jeugdzorg explodeert
door Stephan Jongerius
Woensdag 15 maart 2006 - Den Bosch - Steeds meer kinderen en jeugdigen blijven verstoken van dringend noodzakelijke hulp. Brabant voorziet dat dit jaar minimaal 500 méér gevallen van kindermishandeling worden gemeld dan de geraamde 4300. „De vraag naar jeugdzorg explodeert“, stelt een woordvoerder van de provincie.
Het werk loopt ook Bureau Jeugdzorg over de schoenen. Nergens liep de wachtlijst bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) vorig jaar zo hoog op als in deze provincie: 529 kinderen in oktober 2005. Mede door de inzet van het Leger des Heils zijn er dat nu nog maar 119. „Maar het aantal nieuwe meldingen loopt alweer sneller op dan voorzien“, verzucht woordvoerster G. van Lieshout. „Dat komt omdat de politie en steunpunten huiselijk geweld er bovenop zitten en elke melding doorspelen. Bovendien weten mensen de AMK’s steeds beter te vinden.“
Ook in de jeugdbescherming en -reclassering stapelen de problemen zich op. Dat gaat om kinderen die door de rechter onder toezicht zijn gesteld en jeugdcrimineeltjes die begeleid moeten worden. Brabant moet dit jaar zeker 400 kinderen méér helpen dan waarvoor het ministerie van Justitie betaalt. Verder is er een ernstig tekort aan crisisplaatsen.
De Tweede Kamer spreekt morgen over de problemen. Brabant stelt in een brief 18 miljoen nodig te hebben om die problemen op te lossen. Alle provincies samen vragen er 91 miljoen erbij. Staatssecretaris Ross heeft al laten weten op zoek te gaan naar extra middelen, bóvenop de 43 miljoen die ze vorig jaar uittrok.
Aanwijzing
Maar de bewindsvrouw wil garanties dat ze waar krijgt voor haar geld. Provincies die tekort schieten dreigt ze desnoods met een aanwijzing tot een andere aanpak te dwingen. „Dat zal ons niet gebeuren“, reageert de woordvoerder van gedeputeerde Augusteijn beslist. „We krijgen er steeds meer grip op, steken er zelf veel geld in en helpen ook aantoonbaar meer kinderen. Maar de vraag blijft stijgen.“
Op verhoging van de bijdrage per kind hoeft Brabant niet te rekenen. Dat onder meer deze provincie minder wordt bedeeld zoals Augusteijn stelt, is volgens Ross niet juist. Als het lagere aantal allochtonen en gebroken gezinnen wordt meegerekend, zit Brabant ongeveer op het gemiddelde.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
’Stop bijslag voor kind in inrichting’
TILBURG – Ouders van kinderen die in een (justitiële) jeugdinrichting belanden, moeten voor hen tijdelijk geen kinderbijslag krijgen. Minister Donner van Justitie bereidt een wetsvoorstel voor om dat te regelen, zo zei hij gisteren in Tilburg.
„Als de Staat de verzorging van die kinderen overneemt, is het redelijk dat we de bijdrage aan ouders navenant minderen. Natuurlijk is dat symbolisch. Onze opvang is altijd veel duurder“, zei de minister. „Als kinderen schade veroorzaken worden hun ouders ook aansprakelijk gesteld.“ Donner verwacht zijn voorstel voor de zomer rond te hebben.
De minister woonde in Tilburg de ondertekening bij van een overeenkomst die deze gemeente, als eerste in Nederland, zeggenschap geeft over de jeugdzorg. Er komt een stedelijk crisisberaad en een zogenoemde interventiemacht. In dat laatste geval komt de wethouder in actie als een acute crisis rond een jeugdige niet kan worden opgelost.
Formeel gaat de gemeente alleen over preventief jeugdbeleid en de provincie over jeugdzorg: kinderen waarmee het al mis is gelopen.
De nieuwe werkwijze is een proef van twee jaar. Deelnemers zijn, naast de gemeente en Kompaan ook het maatschappelijk werk, bureau jeugdzorg en de jeugdbescherming.
'Baby Extra', nieuw preventieprogramma in Eindhoven
Op 7 februari 2006 wordt met een minisymposium een nieuw preventieprogramma gestart voor ouders met psychiatrische- en/of verslavingsproblemen: ‘Baby Extra’
‘Baby extra’ is een kans voor alle moeders en vaders om een negatieve spiraal te doorbreken.
Om de doelen van het project te kunnen bereiken zal door middel van een versterking van de ketenzorg moeders en vaders uit de doelgroep verwezen worden naar of attent worden gemaakt op het expertisebureau ‘Baby Extra’.
Het is inmiddels algemeen bekend dat kinderen van ouders met psychiatrische problemen (KOPP) zelf ook risico lopen problemen te krijgen. In het samenspel van risicofactoren en beschermende factoren biedt erfelijkheid slechts een gedeeltelijke verklaring hiervoor. De psychiatrische problemen van de ouder kunnen en zullen vaak de opvoeding van de kinderen beïnvloeden. In het algemeen geldt dat hoe jonger het kind is als de ouder psychiatrische problemen heeft, hoe afhankelijker het kind is en dus hoe groter het risico is voor het kind. Een baby heeft naast de lichamelijke verzorging nodig dat de ouder af kan stemmen op zijn/ haar behoeftes om zich gezond te kunnen ontwikkelen. Een moeilijke afstemming van ouders met hun kind is dan ook een risicofactor voor het ontwikkelen van problemen bij de kinderen.
Depressie bijvoorbeeld is een stoornis die véél voorkomt bij moeders van jonge kinderen. Dit percentage ligt tussen de 8 en 12% ! Dat betekent dat er alleen al in de stad Eindhoven jaarlijks 250 - 300 pasgeborenen zijn met een depressieve moeder !(Voor heel Zuidoost Brabant zijn dat er 900; Bevolkingsregister Zuidoost Brabant, 2003). Uit onderzoek blijkt dat depressieve moeders zich vaker negatief en minder vaak positief gedragen ten opzichte van hun kinderen, dan andere moeders uit een controle groep (Downey en Coyne, 1990). Baby’s en zeer jonge kinderen zijn bij uitstek afhankelijk van de manier waarop hun ouders en de andere personen in hun omgeving contact met hun maken, in eerste instantie voor een gezonde hechtingsontwikkeling (wat algemeen beschouwd wordt als de belangrijkste stap in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het jonge kind), maar vervolgens ook voor hun hele verder ontwikkeling. Het is aangetoond dat baby’s van depressieve moeders achterlopen op tal van terreinen: emotioneel, mentaal, motorisch en zelfs cognitief. Zo is 45% van de baby’s met depressieve moeders onveilig gehecht op de leeftijd van 1 jaar. Negatief en inadequaat ouderschap wordt niet alleen in verband gebracht met depressie, maar ook met andere psychiatrische stoornissen als manische depressiviteit, angststoornissen, autisme, persoonlijkheidsstoornissen, en verslavingsproblematiek (Johnson et al. 2001). En voor al deze stoornissen en problemen geldt hetzelfde: hoe jonger het kind is als de ouder problemen heeft, hoe groter het risico.
Doel
- Voorkómen van hechtingsproblematiek en andere ontwikkelingsproblematiek bij baby’s uit de doelgroep
- Versterken van het oudergevoel bij ouders uit de doelgroep
- Verbeteren van de kwaliteit van de preventieve zorg en versterken van de samenhang tussen de preventieve en curatieve zorg, in de regio ten behoeve van risicobaby’s. in een samenhang met alle betrokken instellingen.
Doelgroep
- Alle moeders/ en vaders (van baby’s jonger dan één jaar) in Eindhoven en de regio, die psychiatrische problemen hebben, verslavingsproblemen hebben, of een historie van misbruik, incest, mishandeling of verwaarlozing in hun jeugd en/of later.
- Alle baby’s (tot één jaar) in Eindhoven en de regio, die een vader of moeder hebben met psychiatrische problemen, verslavingsproblemen, of een historie van misbruik, incest, mishandeling of verwaarlozing in hun jeugd en/of later.
Intermediaire doelgroepen
Verpleegkundigen en artsen van de consultatiebureaus, verloskundigen, behandelaars van de GGzE, de PAAZ afdelingen en Novadic-Kentron, de huisartsen, gynaecologen en kinderartsen en alle anderen die professioneel te maken hebben met de moeders en vaders uit de doelgroep.
Aanpak
- De gekozen aanpak is een verbetering van de preventieve ketenzorg, gesteund door alle betrokken instellingen: een bureau ‘baby extra’, laagdrempelig te bereiken voor alle ouders uit de doelgroep en voor alle intermediaire doelgroep, waar de expertise van veel instellingen gebundeld is. Hiervan uit gaat men samen met de ouders op zoek naar hun individuele hulp (of ondersteunings) vraag en naar een manier hoe hieraan tegemoet te komen.De interactie, het contact tussen de ouders en de baby zal hierbij natuurlijk centraal staan en ook nieuw video(voorlichtings)materiaal zal ontwikkeld worden.
- Er wordt beter en eerder gesignaleerd en ouders worden gezien op een moment dat het goed gaat met het kind, zodat er geen negatieve ballast ontstaat waardoor de ouders vaak afhaken.
- Er ontstaat een versterking van de bestaande preventieve zorg door deskundige ondersteuning.
- Baby’s van depressieve ouders hebben meer kans op een gezonde ontwikkeling doordat ouders zich makkelijker kunnen afstemmen op de ontwikkelingsbehoeften van de baby.
- Door de wetenschappelijke ondersteuning van de Universiteit van Tilburg kan na enige tijd conclusies hierover worden getrokken.
Projectleiders zijn Marij Eliëns (AIT/De Combinatie) en Cecilia van de Zeeuw (GGzE, Eindhoven, afd. Preventie)
Meldweek Zorg om Jeugdzorg
De zorg om jeugdzorg houdt veel mensen bezig. Bureaucratie, wachtlijsten, kinderen die door het lint gaan, ouders die door het lint gaan, met alle gevolgen van dien. Daar staan de kranten dan weer vol van en de beschuldigende vingers wijzen alle kanten op.
In de jeugdzorg en de kinderbescherming werken veel goede mensen, die vaak in moeilijke omstandigheden hun uiterste best doen om kinderen te behoeden
voor de ondergang. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar de praktijk bewijst dat er steeds weer dingen mis gaan, waar kinderen en jongeren de rekening voor betalen. Hoe komt dat? Waarom gaan veel andere zaken wél goed? Wat kunnen hulpverlening en politiek leren van de mislukkingen en de succesverhalen? En hoe kunnen gemeenten effectief invulling geven aan de preventietaak die ze vanaf 2005 vervullen?
Wij roepen u op om uw ervaringen rond alle vormen van jeugdzorg in Brabant met ons te delen: de slechte én de goede. Ook horen we graag uw ideeën voor verbetering. Wij zorgen dat alles op de goede plek terecht komt.
U kunt uw ervaringen melden via de website
http://www.brabant.sp.nl/meldweek/.
Ook kunt u telefonisch contact opnemen via het gratis nummer: 0800-0200508,
van maandag 16 tot donderdag 19 januari tussen 15.00 en 20.30 uur en vrijdag 20 januari tussen 11.00 en 15.00 uur.
Speciale theatervoorstelling voor jongeren
Welkom op de website van Hier sta ik! Hier vindt je meer informatie over dit bijzondere CKV-project waarvoor rapper/comedian Ali B een speciale theatervoorstelling maakt in het kader van 100 jaar kinderwetten.
Dat gebeurt met een matineevoorstelling waarin het recht op het ontwikkelen van een eigen identiteit de paraplu is voor alles waar kinderen recht op hebben, waaronder het recht op bescherming.
Het wordt een typische Ali B-benadering: geen gepreek of saaie informatie- overdracht, maar raps en sketches over 'straat'-situaties waarin de rechten van jongeren in het geding zijn. Dit alles onder begeleiding van mede-rappers Mi-Jazz en Lady Di, zanger Gio zijn band, MC Aldrin en speciaal voor deze voorstelling gemaakte videoclips.
De tournee zal door het gehele land spelen en zal 24 verschillende theaters aandoen. Ruim 16.000 leerlingen kunnen in het kader van het vak CKV deelnemen. In de aanloop naar de voorstelling zal jongeren gevraagd worden op interactieve wijze input te geven in beeld, video en tekst. Ze kunnen in het nieuwe schooljaar op deze website aan de slag met het thema voor hun CKV portfolio. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat jongeren actief deelnemen aan het project en hun bijdrage ook duidelijk terugzien in de voorstelling.
Hier sta ik! is een initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming met steun van VSB Fonds, Stichting Doen, CJP, Prins Bernhardfonds en is in samenwerking met Cultuurfabriek, SPEC Productions en Waag Society tot stand gekomen. De voorstelling is bedoeld voor CKV-leerlingen van het VMBO, HAVO en VWO.
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
501, 23 september2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Begroting 2006
In 2006 heeft het ministerie van VWS 920 miljoen euro te besteden aan jeugdbeleid.
Daarvan trekt het kabinet trekt vanaf 2006 structureel zestig miljoen euro uit
voor verbeteringen. Tweederde van dit bedrag is bestemd voor extra kosten vanwege
het gestegen aantal uithuisplaatsingen in de jeugdzorg. De overige twintig miljoen
euro is bedoeld voor verbeteracties in het kader van Operatie Jong. Hierbij gaat
het om de aanpak van en dekkende nazorg voor criminele risicojongeren, een kwaliteitsimpuls
voor de zorgadviesteams op scholen en integratie van allochtone jongeren door
sport.
© Copyright
van de hier getoonde tekst berust bij
NRC Handelsblad BV en de auteur.
Meer problemen binnenlandse adoptie
Nederlandse hoogleraren analyseerden 55 jaar internationaal adoptieonderzoek
Door onze redacteur Jannetje Koelewijn
Buitenlandse adoptiekinderen hebben minder problemen dan binnenlandse adoptiekinderen,
blijkt uit vandaag verschenen onderzoek.
Eerst dachten Femmie Juffer en Rien van IJzendoorn wat iedereen denkt: kinderen
die uit het buitenland worden geadopteerd krijgen vaker problemen dan binnenlandse
adoptiekinderen. Ze zien er anders uit dan hun nieuwe ouders, ze komen uit een
andere cultuur. Juffer en Van IJzendoorn dachten ook: hoe ouder het kind is bij
de adoptie, hoe groter de kans op problemen later.
Het blijkt niet zo te zijn. Juffer en Van IJzendoorn, allebei als hoogleraar verbonden
aan het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden, analyseerden onderzoek
van over de hele wereld dat tussen 1950 en 2005 naar adoptiekinderen werd gedaan;
zij stelden vast dat kinderen die in hun eigen land worden geadopteerd twee keer
vaker in de hulpverlening terechtkomen dan adoptiekinderen uit het buitenland.
En dat kinderen die pas na een of twee jaar zijn geadopteerd niet meer problemen
hebben dan kinderen die als baby komen.
De resultaten van het onderzoek van Juffer en Van IJzendoorn staan vandaag in
het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift JAMA, The Journal of the American
Medical Association. Hun analyse betreft ruim 30.000 adoptiekinderen, meer dan
er ooit in één onderzoek zijn opgenomen. Jaarlijks worden er wereldwijd
40.000 kinderen geadopteerd. In Nederland zijn het er tussen de 1.100 en de 1.300,
tegenwoordig vooral uit China.
Voor dat verschil tussen binnenlandse en buitenlandse adoptiekinderen geven Juffer
en IJzendoorn in hun onderzoek een aantal verklaringen. Een daarvan is: de zichtbaarheid
van de adoptie door het verschil in uiterlijk tussen buitenlandse adoptiekinderen
en hun nieuwe ouders. ,,Voor kinderen is het moeilijk te verwerken als ze pas
laat horen dat ze geadopteerd zijn'', zegt Femmie Juffer. ,,Bij buitenlandse adoptiekinderen
kan dat niet. Iedereen ziet het.''
Een andere verklaring is dat buitenlandse kinderen vaak worden afgestaan omdat
ze ongewenst zijn - Chinese meisjes - of omdat de ouders te arm zijn om ze op
te voeden. Binnenlandse adoptiekinderen hebben vaker moeders die verslaafd zijn
aan drugs of alcohol, waardoor de kans op problemen later groter wordt. Of er
zijn psychiatrische stoornissen die bij de kinderen tot problemen kunnen leiden.
,,We weten dat niet zeker'', zegt Juffer. ,,Het blijft speculatief.''
Bij alle geadopteerde kinderen komen meer gedragsproblemen en meer psychische
problemen voor dan bij niet-geadopteerde kinderen. Maar ze krijgen lang niet allemaal
zoveel problemen dat ze hulpverlening nodig hebben. Bij binnenlandse adoptiekinderen
is het vier keer vaker dan bij niet-geadopteerde kinderen, bij buitenlandse adoptiekinderen
twee keer vaker. Femmie Juffer: ,,Met de meeste geadopteerde kinderen gaat het
gewoon goed.
Het heeft haar niet echt verbaasd, zegt ze, dat de leeftijd waarop kinderen worden
geadopteerd de kans op problemen niet blijkt te beïnvloeden. ,,Het was me
altijd al opgevallen dat ook kinderen die kort na hun geboorte werden geadopteerd
veel te lijden gehad kunnen hebben van verwaarlozing en ondervoeding. Wat veel
belangrijker blijkt te zijn, is: de ommekeer die ze kunnen maken. Kinderen die
het heel moeilijk hebben gehad kunnen zich goed herstellen, als ze de kans maar
krijgen. De veerkracht is enorm.''
Daarom denkt ze dat de mensen die zeggen dat kinderen vooral bepaald worden door
hun afkomst en niet door de omgeving ongelijk hebben. ,,De omgeving doet er wél
toe. En ouders doen er ook toe.'' Een andere aanwijzing daarvoor die uit het onderzoek
komt: geadopteerde kinderen hebben minder problemen naarmate ze langer bij hun
nieuwe ouders zijn
De grotere zichtbaarheid van buitenlandse adoptie verklaart waarschijnlijk ook
waarom problemen zich vaak eerder voordoen dan verwacht: rond het zevende jaar,
en niet pas in de puberteit. Femmie Juffer: ,,Na de kleuterleeftijd zijn kinderen
in staat om ook de andere kant van de medaille te zien. Naast het blije aankomstverhaal
komt het besef dat ze dus zijn afgestaan. En dat is moeilijk te begrijpen en te
accepteren.''
Voor ouders is het goed om daarop voorbereid te zijn, zegt ze. ,,Het uit zich
in gepieker, in teruggetrokken gedrag. Je ziet het makkelijk over het hoofd, want
niemand heeft er last van. Maar als je het weet, is het wel mogelijk om een kind
erbij te helpen. Dat kan grotere problemen later voorkomen.''
Bron: http://www.trimbos.nl
Jaarboek 2004 Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid;
Persoonlijkheidsstoornissen mogelijk behandelbaar
Utrecht, 23 mei 2004. Mensen met persoonlijkheidsstoornissen werden lange tijd
gezien als onbehandelbaar. Sinds kort bestaan er voor enkele psychotherapeutische
behandelingen aanwijzingen dat ze werken voor persoonlijkheidsstoornissen. Dat
geldt vooral voor de cognitieve gedragstherapie bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis,
en dialectische gedragstherapie bij de borderline persoonlijkheidsstoornis.
Dit blijkt uit het Jaarboek 2004 van de Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid
van het Trimbos-instituut, dat door de minister van VWS is aangeboden aan de Tweede
Kamer. Het Jaarboek beschrijft helder en beknopt de meest recente stand van zaken
rond een aantal psychische stoornissen. Naast de borderline stoornis en de antisociale
persoonlijkheidsstoornissen wordt in het Jaarboek 2004 van de NMG ook uitgebreid
aandacht besteed aan de autismespectrum stoornissen, de posttraumatische stress-stoornis
(PTSS) en de specifieke fobie.
De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) komt vooral voor bij mannen tussen
20 en 40 jaar. Zij tonen in hun gedrag een diepgaand gebrek aan achting voor de
rechten van anderen, en zijn onverschillig voor de gevolgen van hun vaak gewelddadig
gedrag. Er is een duidelijk verband met criminaliteit. Van de gedetineerden in
Nederlandse gevangenissen lijdt meer dan de helft aan ASP. Belangrijkste doel
van de behandelingen is het aanleren van woedebeheersing. Er zijn inmiddels enkele
cognitief-gedragstherapeutische methoden ontwikkeld waarmee de agressie daadwerkelijk
vermindert. Over de effecten van medicijnen bij mensen met ASP is nog niet zo
veel met zekerheid te zeggen.
In Nederland lijden naar schatting 100.000 mensen aan de borderline persoonlijkheidsstoornis
(BPS). Deze stoornis komt bij mannen en vrouwen evenveel voor. Mensen met BPS
zijn grillig in hun relaties, zelfbeeld, en emoties. Ze zijn daarnaast erg impulsief,
wat zich kan uiten in suïcide-pogingen. Uiteindelijk overlijdt 1 op de 10
mensen met BPS door zelfdoding. De dialectische gedragstherapie is een gestructureerde
vorm van cognitieve gedragstherapie. Deze interventie blijkt te leiden tot een
vermindering van suïcidaal gedrag.
De Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid is ontstaan op initiatief van het
ministerie van VWS en voorziet beleidsmakers en professionals in de gezondheidszorg
van actuele, betrouwbare wetenschappelijke informatie over de geestelijke volksgezondheid
en de geestelijke gezondheidszorg. Het is een instrument om de kwaliteit van de
geestelijke gezondheidszorg in Nederland te verbeteren. De NMG wordt gecoördineerd
door het Trimbos-instituut, en ondersteund door een Wetenschappelijke Raad onder
voorzitterschap van prof. dr. Paul Schnabel. De teksten van het Jaarboek 2004
staan - evenals die van de eerdere jaarboeken (met aandacht voor onder meer schizofrenie,
depressie, ADHD en dementie) - op de website van het Trimbos-instituut www.trimbos.nl
, onder de knop Psychische stoornissen; informatie voor professionals.
Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid. Jaarboek 2004. Dr. C. Schoemaker, prof
dr. C. de Ruiter. Uitgave: Trimbos-instituut. Utrecht 2004. Te bestellen via www.trimbos.nl/producten
of via 030-2971180, bestelnummer AF 0556, prijs
Bron:
http://www.eindhovensdagblad.nl
Instellingen: Augusteijn beschadigt jeugdzorg
Gedeputeerde R. Augusteijn is bezig de Brabantse jeugdzorg ernstig te beschadigen.
Augusteijn kent volgens de Brabantse instellingen voor de jeugdzorg zijn zaakjes
niet en zit met de inschakeling van Duitse zorgaanbieders volledig op de verkeerde
koers. Dat zeggen de acht instellingen in een gezamenlijke gepeperde reactie op
de actie van de gedeputeerde om zijn heil in Duitsland te zoeken. Augusteijn praatte
dinsdag met de Duitse zorgaanbieder CJD over hulp om de bestaande wachtlijsten
in de jeugdzorg weg te werken. Augusteijn doet dat omdat volgens hem de jeugdzorg
heeft gefaald in de aanpak van de wachtlijsten. Hij stelde de zorginstellingen
onlangs zelfs onder curatele.
De acties van Augusteijn is de jeugdzorg flink in het verkeerde keelgat geschoten.
Volgens woordvoerder C. Graafsma geeft Augusteijn een vals beeld van de situatie.
„Om de wachtlijsten versneld weg te werken hebben we medio vorig jaar 1,8
miljoen euro extra gekregen. Nog eens 1,8 miljoen zou volgen na een tussenbalans.
Afgesproken werd om met die eerste 1,8 miljoen 494 jongeren extra te helpen. In
werkelijkheid hebben we 699 jeugdigen extra geholpen. Dat is dus 41 procent meer
dan afgesproken.“
Dat desondanks de wachtlijst niet is weggewerkt komt volgens Graafsma omdat de
vraag naar hulp sterk is gestegen. Het inkopen van hulp elders heeft volgens Graafsma
forse gevolgen voor de Brabantse instellingen. „Extra personeel dat wij
hebben aangenomen voor die hele periode moeten wij nu afvoeren. Het gaat om 24
banen verdeeld over de acht instellingen.“
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Provincies boos over aanpak probleemjeugd
De provincies zijn boos over de manier waarop minister Donner (Justitie) en staatssecretaris
Ross (Volksgezondheid) schuiven met de verantwoordelijkheid voor jongeren die
in de gevangenis zitten, omdat er geen plaats voor ze is in de jeugdzorg.
Dat blijkt uit een 'brandbrief' die het internprovinciaal overleg (IPO) naar de
Tweede Kamer heeft gestuurd.
Ross en Donner besloten onlangs dat Ross voortaan verantwoordelijk wordt voor
de hulp aan deze jongeren. Ook als ze nog in de jeugdgevangenis zitten. Maar volgens
de provincies levert dit geschuif alleen een papieren oplossing en is het geen
garantie voor betere zorg voor deze kinderen. Ook jongeren die wel terecht in
een jeugdgevangenis zitten, krijgen te weinig zorg. Het ontbreekt vooral aan psychiatrische
behandeling.
Aansprakelijk
De provincies wijzen er verder op dat ondanks de wettelijke verantwoordelijkheid
die Ross op zich neemt, de provincies door de nieuwe Wet op de jeugdzorg straks
wettelijk aansprakelijk zijn. Met de nieuwe wet komt er namelijk een recht op
jeugdzorg. Volgens het IPO krijgen de provincies onvoldoende geld, is niet duidelijk
hoe er extra plaatsen voor de jongeren moeten komen en hoe zij aansprakelijkheid
kunnen zijn als Ross verder alles regelt en met Justitie onderhandelt.
De provincies vinden dat eerst de problemen moeten worden opgelost, voordat Donner
en Ross met hun verantwoordelijkheden gaan schuiven.
De wachttijden voor
jeugdhulpverlening moeten veel korter.
De betrokken organisaties moeten niet steeds opnieuw onderzoek doen naar de vraag
of een kind hulp nodig heeft. Dat is de belangrijkste aanbeveling van speciaal
jeugdcommissaris Van Eijck aan minister Donner van Justitie. Van Eijck presenteert
dinsdag een aantal aanbevelingen aan Donner hoe de zorg aan kinderen met problemen
kan worden verbeterd.
Jeugdcommissaris Van Eijck zei maandagavond bij NOVA dat bijvoorbeeld de Raad
voor de Kinderbescherming haar eigen onderzoek naar de situatie van een kind moet
schrappen. Dat onderzoek is vaak ook al uitgevoerd door het Advies- en Meldpunt
Kindermishandeling en of het Bureau Jeugdzorg.
Door de vele onderzoeken en ellenlange ambtelijke procedures duurt het vaak langer
dan een jaar voordat een kind en zijn ouders daadwerkelijke hulp krijgen
Bron:E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
464, 15 April 2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Donner reageert op moties en debat over inspectierapport
Tot 2008 wordt veertien miljoen euro uitgetrokken voor het invoeren van een nieuwe
werkwijze bij de gezinsvoogdij. De nieuwe werkwijze houdt in dat er systematischer
met de ouders wordt samengewerkt aan het verbeteren van hun opvoedingsvaardigheden.
Daarnaast is de methode ook sterk gericht op de verbetering van de ontwikkeling
van de onder toezicht gestelde pupil en zijn er meer directe cliëntcontacten.
Minister Donner van Justitie schrijft dit in een maandag verzonden brief aan de
Tweede Kamer. Hij reageert hiermee op een aantal moties en op het debat over het
inspectierapport 'Onderzoek naar de kwaliteit van het hulpverleningsproces aan
S'. De minister stelt ook extra geld beschikbaar voor het wegwerken van de wachtlijsten
voor de Raad voor de Kinderbescherming.
Binnenkort zal tevens overleg plaatsvinden tussen VWS, Justitie, IPO, MOgroep
en Inspectie Jeugdzorg over onderzoek naar de werkwijze van de bureaus jeugdzorg.
Veel bureaus zijn na het uitkomen van het inspectierapport al een eigen onderzoek
naar hun werkwijze gestart. Donner hoopt in de zomer te kunnen berichten over
de uitkomsten van de onderzoeken. (Zie ook bericht van 11 maart 'Kamer wil onderzoek
naar jeugdzorg'.)
Bron:E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
464, 15 April 2005 ( www.jeugdzorg.nl)
Rapportage van de Jeugdzorgbrigade
De Jeugdzorgbrigade heeft haar eerste voortgangsrapportage uitgebracht. In het
afgelopen half jaar heeft zij zich vooral gericht op signalen van bureaucratie.
De brigade is het veld ingegaan en is daar in gesprek gegaan met jeugdigen, ouders
en medewerkers van de jeugdzorg. Zo heeft de brigade uit meer dan zestig verschillende
hoeken signalen over bureaucratische knelpunten gekregen. In het rapport zjin
de signalen van bureaucratie in het contact met jeugdigen en ouders, binnen de
instellingen, tussen de instellingen en in de overheidsaansturing beschreven.
Ook staat aangegeven hoe de brigade deze signalen oppakt.
De Jeugdzorgbrigade wil in het komende half jaar vooral werken aan haar taak om
verbeteringen te stimuleren die bureaucratie in de jeugdzorg tegengaan. Actiepunten
daarbij zijn het minder omvangrijk maken van de rapporten die gezinsvoogden voor
de kinderrechters schrijven, het aanpakken van onlogische bureaucratische regels
in de pleegzorg en het stimuleren van plannen om de doorlooptijd bij de bureaus
jeugdzorg te verminderen. Ook wil de brigade de knelpunten aanpakken die zich
voordoen in de indicatiestelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie en voor jeugdzorg
voor kinderen met lichte verstandelijke beperking.
Het rapport staat op www.jeugdzorgbrigade.nl
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
460, 1 April 2005 (www.jeugdzorg.nl)
Nieuwe indicatiestelling is niet meer nodig
Staatssecretaris Ross van VWS en minister Donner van Justitie willen de bureaus
jeugdzorg niet meer verplichten om een indicatie te stellen voor jeugdigen waarvoor
vorig jaar al jeugdzorg in gang is gezet. Daarmee geven zij gehoor aan een advies
van de Jeugdzorgbrigade, die onder leiding van Frank de Grave de bureaucratie
in de jeugdzorg te lijf moet gaan.
Oorspronkelijk moesten de bureaus jeugdzorg nog voor 1 juli van dit jaar indicaties
afgeven voor naar schatting 10.000 jeugdigen die voor 1 januari 2005 al jeugdzorg
kregen. Nu dat niet meer hoeft, krijgen de bureaus capaciteit vrij voor het uitvoeren
van hun reguliere werk. De Jeugdzorgbrigade komt later dit voorjaar met een uitgebreid
eerste verslag van haar bevindingen. Het advies om deze bureaucratische regel
te schrappen loopt daar op vooruit.
Zeeuwse jeugdzorg kan de vraag niet aan
Bij de Zeeuwse jeugdzorginstelling Agogische Zorgcentra Zeeland (AZZ) groeit het
aantal jeugdigen dat wacht op zorg en de wachttijd is ook steeds langer. Dat blijkt
uit de rapportage die de provincie ieder half jaar uitbrengt over de jeugdzorg.
Begin dit jaar waren er 165 jeugdigen die al langer dan twee maanden op jeugdzorg
wachtten. De doorstroming bij AZZ verloopt moeizaam: er zijn veel meer kinderen
die met een indicatie bij de instelling binnenkomen dan dat er de instelling verlaten.
Bureau Jeugdzorg Zeeland heeft de verwerking van aanmeldingen inmiddels op orde.
Medio vorig jaar was daar geen wachtlijst meer. Het bureau werkt ook snel: gemiddeld
42 dagen per cliënt van aanmelding tot het krijgen van de benodigde zorg.
Het landelijke gemiddelde is 115 dagen.
Bron: http://www.brabantsdagblad.nl
Crisissfeer
in relatie provincie en jeugdzorg
door Stephan Jongerius
Er is een crisissfeer in de relatie tussen provincie en jeugdzorg. Het begin van
iets moois?
Het dreunt nog na in de Brabantse jeugdzorg, nadat gedeputeerde R. Augusteijn
vorige week de acht aanbieders onverwacht ’onder curatele’ stelde.
Aanleiding: een nieuwe groei van de wachtlijsten, terwijl hij extra geld had gegeven
om die aan te pakken.
Aanbieders reageerden woedend en voelen zich tekortgedaan, maar hun aangekondigde
boze brief blijft nog uit. Die maakt de crisis misschien alleen maar erger, redeneert
een deel van de directeuren.
„Het vertrouwen is fors beschadigd“, zegt P. Nouwens, directeur van
Kompaan (Midden-Brabant). „Dat kan alleen worden hersteld als de gedeputeerde
afstand neemt van de suggestie dat wij er niets van bakken en ’scherp gehouden
moeten worden’. Wij doen ons werk zo goed en effectief mogelijk, onderdeel
daarvan is de wachtlijst verlagen. Als aanbieders moeten wij op onze beurt beter
werk afleveren, in de vorm van goede, betrouwbare cijfers.“
Want wat die aanbieders precies hebben gepresteerd voor de extra 1,8 miljoen voor
wachtlijstbestrijding, bleef tot gisteren onduidelijk. Er hadden 700 extra opvangplaatsen
moeten komen, duidelijk is alleen dat er vorig jaar om en nabij de 300 kinderen
méér zijn opgevangen.
Volgens J. Adams, adviseur bij K2 (Brabants Kenniscentrum Jeugd) brengt het conflict
de sector alleen maar verder van huis. „Als de verhoudingen goed zijn kan
ruzie heilzaam zijn, maar het onderlinge wantrouwen was al groot, onder meer als
gevolg van de nieuwe Wet op de Jeugdzorg. Dan worden stellingen alleen maar verhard.“
J. Koster, directeur van Bureau Jeugdzorg, dat zich door die wet beperkt tot het
indiceren en regisseren van de benodigde zorg, vindt het terecht dat Augusteijn
meer greep opeist. „Het gaat wél om heel veel geld en om zorg voor
kinderen. Het is er misschien al te lang vooral om gegaan om de relaties goed
te houden. Het mag zakelijker, centrale aansturing is nodig.“
Vast staat voor Koster dat Brabant een structureel tekort heeft van ongeveer 600
opvangplaatsen, wat een slordige 35 miljoen euro vergt. Het beroep op jeugdzorg
- tussen 1998 en 2000 landelijk met eenderde toegenomen tot 160.000 kinderen -
blijft stijgen, zonder dat het budget meegroeit. „Daarom kijk ik uit naar
de eerste rechtszaak waarin het recht op jeugdzorg wordt opgeëist. Hoe vaker
hoe liever. Dan wordt tenminste helder dat er écht geld bij moet. Maar
dan moet de jeugdzorg de zaak wél op orde hebben.“
Bron: http://archief.telegraaf.nl
Gezinsvoogden krijgen meer tijd om kinderen uit probleemgezinnen
te begeleiden.
Minister Donner (Justitie) heeft dat tijdens een protestbijeenkomst woensdag in
Amsterdam gezegd.
Experimenten met projecten om de kwaliteit van het werk van gezinsvoogden te verbeteren
zijn succesvol gebleken. Maar het kabinet verklaarde geen geld te hebben om die
experimenten in het hele land door te voeren.
Voor honderden medewerkers uit de jeugdbescherming kwam Donner op dat standpunt
terug. De minister zegde toe bij zijn collega Zalm (Financiën) aan te kloppen
om enige miljoenen voor de gezinsvoogden los te krijgen. Donner wil volgende maand
met provinciebestuurders overleggen om de plannen uit te werken.
De Belangenvereniging voor medewerkers in de jeugdbescherming hield deprotestbijeenkomst
naar aanleiding van het gerechtelijk onderzoek tegen de gezinsvoogd die verantwoordelijk
was voor de zorg van de peuter Savanna uit Alphen aan den Rijn. Het 3-jarige meisje
kwam vorig jaar september om het leven nadat zij was uitgehongerd en ernstig mishandeld
door haar moeder en stiefvader.
Gezinsvoogden zijn woedend over de mogelijke vervolging van hun collega. Zij vinden
dat zij veantwoordelijk worden gesteld voor de slechte kwaliteit van de jeugdzorg.
Donner werd in Amsterdam herhaaldelijk uitgejoeld door de demonstranten. Nadat
hij bekendmaakte geld te willen investeren in het voogdijwerk, kreeg hij ook bijval.
Op het dak van het RAI Congrescentrum, waar de protestbijeenkomst plaatsvond,
hield de organisatie Fathers 4 Justice een tegendemonstratie. De mannen, verkleed
als Superman en Zorro, vroegen aandacht voor de situatie van vaders die na een
scheiding hun kinderen niet meer mogen zien. De organisatie wil een uitbreiding
van het strafonderzoek naar het management en de werkmethoden van Bureau Jeugdzorg
en de Raad voor de Kinderbescherming.
Bron: http://www.bmj.nl
MANIFESTATIE VAN DE BMJ OP 23 MAART
2005!
De BMJ HOUDT OP WOENSDAGOCHTEND 23 MAART 2005
EEN MANIFESTATIE IN:
HET RAI Congrescentrum,
Europaplein 8
1078 GZ Amsterdam
Tel: 020 - 5491212.
AANVANG: 10.00 UUR - EINDE: 13.00 UUR.
ZAAL: AUDITORIUM.
U KUNT HET BESTE MET HET OPENBAAR VERVOER REIZEN, DE RAI HEEFT EEN EIGEN STATION.
ZIE VOOR EEN REISSCHEMA: http://www.9292ov.nl/
VANUIT DE MO-GROEP ZULLEN MENSEN AANWEZIG ZIJN OM TE KUNNEN REAGEREN OP VRAGEN,
FRUSTRATIES, BOOSHEID EN ONZEKERHEDEN VAN DE JEUGDBESCHERMERS.
DE JEUGDBESCHERMER HEEFT NU HET GEVOEL DAT HIJ VOGELVRIJ IS
EN DAT MAG NIET ZO ZIJN WANT ZO KUNNEN EN WILLEN WIJ ONS WERK NIET DOEN.
UITERAARD IS HET NIET ZO DAT JEUGDBESCHERMERS NIET VERVOLGD MOGEN WORDEN INDIEN
ZIJ DE WET OVERTREDEN HEBBEN.
WIJ VINDEN WEL DAT DE ORGANISATIE VAN BUREAU JEUGDZORG VERANTWOORDELIJK IS VOOR
DE WERKOMSTANDIGHEDEN VAN DE JEUGDBESCHERMER DUS IN DIE ZIN MEDEVERANTWOORDELIJK
IS VOOR DE NU ONTSTANE SITUATIE.
GEGEVEN HET FEIT DAT DE OVERHEID AL JAREN OP DE HOOGTE IS VAN DE TEKORTKOMINGEN
IN DE KINDERBESCHERMING IS OOK ZIJ MEDEVERANTWOORDELIJK.
AAN HET EIND VAN DE OCHTEND ZULLEN ENKELE LANDELIJKE POLITICI AANSCHUIVEN.
DE BEDOELING IS OM HEN EEN BOODSCHAP VOOR HET KABINET MEE TE GEVEN WELKE VERANDERINGEN
IN DE WERKOMSTANDIGHEDEN VAN DE JEUGDBESCHERMERS TOT STAND MOETEN KOMEN WIL ER
SPRAKE ZIJN VAN EEN VERANTWOORDE MANIER VAN WERKEN.
UITEINDELIJK GAAT HET EROM DAT DE JEUGDBESCHERMERS OP EEN VERANTWOORDE EN VOORAL
EFFECTIEVE MANIER KINDEREN KUNNEN BESCHERMEN.
Ton Moolenaar,
Voorzitter, namens de BMJ.
info@bmj.nl
Bron: http://www.brabant.nl
Aanbieders jeugdzorg onder curatele
17 maart 2005
De wachtlijsten bij de jeugdzorgaanbieders zijn gestegen tot ruim 1.300 kinderen.
Dit is voor de Provincie onaanvaardbaar.
Met de aanbieders van jeugdzorg zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van
de wachtlijsten. De Provincie heeft daar extra geld voor beschikbaar gesteld.
Omdat de jeugdzorgaanbieders om meer geld blijven vragen, zal de Provincie de
instellingen financieel laten doorlichten. Daarin komt ook het functioneren van
de aanbieders aanbod.
Bureau Jeugdzorg Brabant gaat bovendien controleren of de zorgaanbieders zich
aan de vastgestelde behandeltermijnen houden. De Provincie heeft Bureau Jeugdzorg
opdracht gegeven op korte termijn hierover te rapporteren. Bovendien stelt de
Provincie de jeugdzorgaanbieders door een verplicht maandelijks overleg onder
curatele.
Afspraken
Voor 2006 en de jaren daarna gaat de Provincie harde financiële- en productieafspraken
maken. De Wet op de Jeugdzorg geeft aan dat de jeugdzorgaanbieders dié
zorg dienen te leveren die in het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg is opgenomen.
In dit indicatiebesluit, dat aangeeft hoe kinderen moeten worden geholpen, is
ook de duur van de zorg aangegeven. Hierdoor worden productieafspraken mogelijk.
Om een inzicht in de behoefte te krijgen heeft de Provincie het Bureau Jeugdzorg
Brabant gevraagd om op basis van de ervaringscijfers van de laatste jaren voor
2006 een prognose op te stellen. Op basis van deze prognose zal de Provincie de
jeugdzorgaanbieders gaan subsidiëren.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Jeugdinstellingen onder curatele
DEN BOSCH – De Brabantse jeugdinstellingen zijn door de provincie onder
curatele gesteld, omdat ze er ’ondanks harde afspraken en extra geld steeds
meer kinderen moeten wachten op hulp. „Een wanprestatie”, aldus de
woordvoerder van gedeputeerde R. Augusteijn.
De acht Brabantse aanbieders van jeugdzorg, zoals in Zuidoost-Brabant De Widdonck,
BJ-Brabant en De Combinatie, worden doorgelicht en er komt een verplicht, maandelijks
overleg. Vanaf 2006 gaan harde productie-afspraken gelden en betaalt de provincie
alleen nog die hulp die door Bureau Jeugdzorg is geïndiceerd. De Brabantse
politiek trok in juli vorig jaar 1,8 miljoen euro extra uit om honderden kinderen
meer te kunnen helpen. „Maar tijdens overleg met het Jeugdzorgberaad bleek
gisteren dat de wachtlijst alleen maar is gegroeid van 950 naar ruim 1.300 kinderen.
De maat is vol.” Het Jeugdzorgberaad stelt in een reactie dat de aanbieders
ten onrechte de zwarte piet krijgen. „Het probleem wordt veroorzaakt doordat
meer kinderen hulp nodig hebben, gemeenten taken nog niet overnemen en de zorg
duurder wordt, onder meer door de stijging van pensioenkosten. We worden aangesproken
op iets wat we niet in de hand hebben”, zegt vice-voorzitter J. van der
Eerden. Volgens het Jeugdzorgberaad is ongeveer 12 miljoen euro extra nodig -op
een totaal van 100 miljoen- om de benodigde zorg in Brabant te bieden. „Als
dat geld er niet is, moeten we de pijn verdelen en elk gezin en kind korter of
minder zware zorg geven dan eigenlijk nodig is.”
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
457, 18 maart 2005 (www.jeugdzorg.nl)
Oor, u kunt ons een oor aannaaien en naar ons luisteren
RPCP Zuidoost-Brabant, Collegio : RPCP Zuidoost-Brabant, 2005
Samenvatting: In 2004 hebben jongeren en ouders die ervaring hebben met de jeugdzorg
zelf onderzoek gedaan naar de ervaringen met de jeugdzorg. De ondersteuning is
verleend door het Platform Cliëntenparticipatie Jeugdzorg Zuidoost-Brabant
en Collegio. Verschillende onderwerpen worden belicht vanuit cliëntenperspectief.
Zo wordt onder andere de mening gegeven over de hulp, hulpverleners, behandelplannen,
nazorg, klachten en inspraak en worden er suggesties gedaan voor de verbetering
ervan. Dit rapport bevat de resultaten van de jongeren.
Oor, luister en huiver
RPCP Zuidoost-Brabant, Collegio : RPCP Zuidoost-Brabant, 2005
Samenvatting: In 2004 hebben jongeren en ouders die ervaring hebben met de jeugdzorg
zelf onderzoek gedaan naar de ervaringen met de jeugdzorg. De ondersteuning is
verleend door het Platform Cliëntenparticipatie Jeugdzorg Zuidoost-Brabant
en Collegio. Verschillende onderwerpen worden belicht vanuit cliëntenperspectief.
Zo wordt onder andere de mening gegeven over de hulp, hulpverleners, behandelplannen,
nazorg, klachten en inspraak en worden er suggesties gedaan voor de verbetering
ervan. Dit rapport bevat de resultaten van de ouders.
Artikel uit Eindhovens Dagblad van 09-12-2004
Ouders en jongeren leveren kritiek op hulpverleners en instellingen in Zuidoost-Brabant
Huiveringwekkende uitspraken over jeugdzorg
Door MICHEL THEEUWEN
Donderdag 9 december 2004 - EINDHOVEN – „Huiveringwekkend”, noemde gedeputeerde Roel Augusteijn (CDA, Zorg en Welzijn) de cijfers uit het onderzoek. „We wisten natuurlijk dat er wel wat mis is in de jeugdzorg, maar op deze manier onderbouwd, is er sprake van een aanklacht tegen de jeugdzorg. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor de provincie om dit op te pakken.”.
Augusteijn reageerde op het onderzoek door en onder jongeren en ouders die met jeugdzorginstellingen in Zuidoost-Brabant te maken hebben. Dat werd gistermiddag gepresenteerd in Eindhoven.
Jeugdige cliënten uit de zorg interviewden 66 collega’s en ouders van de organisatie Ouders voor Ouders en spraken met 43 van hun ’lotgenoten’. Ondersteuning was er onder meer van het Regionaal Patiënten- en Cliëntenplatform en kenniscentrum Collegio voor de jeugdzorg.
Het officiële resultaat lag er gisteren nog niet, maar enkele onderzoekers presenteerden toch al de forse kritiek van de ondervraagden op de jeugdzorg.
Bijna alle ouders (93 procent) vinden dat de wachtlijsten veel te lang zijn, 63 procent vindt dat de instellingen niet goed samenwerken, slechts 37 procent was tevreden over de hulpverlening en nog minder ouders (30 procent) waren te spreken over de manier waarop de professionele hulpverleners hen bejegenden.
Goede informatie over procedures ontbreekt, ouders en kinderen krijgen te maken met steeds wisselende hulpverleners, welzijnswerkers kunnen zich niet inleven in de jongeren en hun ouders en spreken de taal van de cliënt niet.
Kernpunt is dat ouders zich niet serieus genomen voelen door de hulpverlening. „Ouders die we interviewden waren blij dat ze eindelijk eens hun verhaal konden vertellen, eindelijk eens met iemand konden praten die dezelfde ervaringen had”, aldus Marianne Dijkstra, moeder van een vijftienjarige dochter.
Kernpunt bij de grieven van de ondervraagde jongeren is dat zij graag meer te zeggen zouden hebben. Nu gaf twaalf procent van de geïnterviewden aan dat ze mee mochten besluiten over de soort hulp die ze krijgen. Dat is veel te weinig, liet Marvin weten.
Beslissingen worden nu ook nog veel te veel genomen ’van papier’, uit het dossier, zonder de jongeren te horen. Vaak mogen ze zelfs helemaal niet bij een gesprek over het behandelplan zijn.
Om de wachtlijsten te helpen oplossen, deden de jongeren gedeputeerde Augusteijn wel enkele ideeën aan de hand. Zo zouden problemen vaker thuis aangepakt moeten worden, zouden er meer plaatsen moeten komen op kamertraining en zouden provincie en gemeente ervoor moeten zorgen dat jongeren die uitstromen sneller huisvesting krijgen. Die laatste suggestie nam de provinciebestuurder meteen over. „We waren daar al mee bezig, maar het is duidelijk dat we dat beter moeten organiseren, ook met de woningbouwcorporaties erbij.” Augusteijn beloofde verder dat hij vaker bij de jongeren zelf zal langskomen.
Op de wachtlijsten bij de zorginstellingen staan nu nog zo’n negenhonderd jongeren. Augusteijn hoopt die wachtlijsten de komende jaren te kunnen bekorten met inzet van zo’n zeventien miljoen euro aan rijksgeld en zes miljoen euro van de provincie. Dat levert volgend jaar enkele honderden plaatsen extra op.
De presentatie van het rapport is hier te lezen.

Bron: http://debascule.www3.meyson.nl
Spirit en de Bascule openen voorziening voor jongeren met
meervoudige problematiek
Spirit, organisatie voor jeugdhulpverlening, en de Bascule, academisch centrum
voor kinder- en jeugdpsychiatrie, bundelen hun expertise. Op 24 maart 2005 openen
zij de Orthopsychiatrische Residentiële Voorziening Amsterdam. Deze voorziening
is gericht op langdurige hulpverlening aan jeugdigen van zes tot zestien jaar
met ernstige gedragsproblemen en chronische psychiatrische problematiek.
Doelgroep
De Orthopsychiatrische Residentiële Voorziening Amsterdam is een nieuwe voorziening
bestemd voor jeugdigen uit het ROA-gebied: Amsterdam, regio Amstelland en de Meerlanden
en regio Zaanstreek/Waterland. Het gaat om jeugdigen met ernstige gedragsproblemen
in combinatie met chronische psychiatrische problemen. Er is sprake van meervoudige
en complexe problematiek waarbij tevens problemen spelen binnen het gezin en op
school. Vaak is er in eerdere, lichtere hulpverleningstrajecten gebleken dat de
jeugdigen moeilijk of niet te hanteren zijn. Spirit en de Bascule bieden met de
Orthopsychiatrische Voorziening langdurige hulp in de vorm van een opvoedings-
en behandelarrangement voor deze doelgroep.
Passende hulp
Voor deze jeugdigen bestond binnen het ROA-gebied geen passende hulp. Zij konden
voorheen nog terecht bij instellingen buiten de regio, maar sinds kort is afgesproken
dat iedere regio zelf zorg moet dragen voor adequate hulp. Deze jeugdigen zijn
de dupe van het beleid dat als uitgangspunt heeft zo kort mogelijke hulp te bieden.
Daardoor is het aantal residentiële plaatsen voor langdurige hulpverlening
teruggebracht. De Orthopsychiatrische Residentiële Voorziening biedt een
passende oplossing voor deze groep binnen het ROA-gebied. De voorziening biedt
hulp aan de betreffende jeugdigen, in hun eigen regio, waardoor het contact met
ouders, vrienden en school in stand gehouden kan worden. Zij worden waar mogelijk
bij de hulpverlening betrokken.
In de buurt
De voorziening kenmerkt zich door kleinschaligheid en professionaliteit. De Orthopsychiatrische
Voorziening bestaat uit twee woongroepen van ieder zes jeugdigen, gehuisvest in
twee woningen in Amsterdam-Zuid. Door de integratie van de opvang in een woonwijk
kunnen de jeugdigen gebruik maken van buurtfaciliteiten op het gebied van vrijetijdsbesteding.
De Orthopsychiatrische Residentiële Voorziening zet zich in om de jeugdigen
zo normaal mogelijk te laten opgroeien.
Als u meer informatie wenst kunt u contact opnemen met Clara Vollaard: c.vollaard@debascule.com,
tel.: 020- 890 17 00.
PERSBERICHT VAN DE BELANGENVERENIGING VOOR
MEDEWERKERS IN DE JEUGDBESCHERMING.
Wij zijn geschokt en woedend vanwege het feit dat de betreffende gezinsvoogd van
Savanna met een gerechtelijk vooronderzoek wordt geconfronteerd.
De overheid is al jaren op de hoogte van de omstandigheden waaronder gezinsvoogden
hun werk moeten doen.
Eind 2000 heeft de BMJ samen met de werkgevers een grote landelijke demonstratie
gevoerd en hebben 1000 gezinsvoogden op de stoep van het ministerie van Justitie
gestaan om hun ongenoegen kenbaar te maken.
Dat heeft tot structureel extra geld geleid voor de gezinsvoogdij maar niet tot
een meer verantwoorde werkwijze m.b.t. besluitvorming en meer tijd voor clienten.
In de afgelopen jaren heeft de BMJ herhaaldelijk brieven gestuurd naar het mInisterie
van Justitie om kenbaar te maken dat het niet verantwoord is om op deze manier
te werken.
Het antwoord wat vanuit de overheid in de afgelopen jaren is gekomen waren bezuinigingsmaatregelen.
In 2002 is er een onderzoek verschenen getiteld: Verantwoord Beslissen van Anne
Bouw en Lonneke van Dijk m.b.t. de besluitvorming in de gezinsvoogdij en wat daaraan
verbeterd zou moeten worden.
Dit onderzoek is naar alle overheden gestuurd zonder dat daar enige reactie op
gekomen is.
In 2000 is er de nota verschenen van de toenmalige Vedivo (nu: MO-groep) getiteld:
Leidinggeven aan Verandering.
Het heeft na jaren soebatten en overleggen met Justitie geleid tot het instellen
van een zogenaamd Deltaplan dat gestart is per 01 oktober 2002 en eind 2004 is
afgerond.
Het Deltaplan heeft o.a. tot doel verbetering van de werkwijze van de gezinsvoogden.
De 5 proefprojecten die in den lande gedraaid hebben toonden aan dat het een succesvolle
methode is.
De reactie van de minister van Justitie is dat er geen geld voor is om het in
te voeren maar er wordt wel tegelijkertijd schande en heel zorgelijk geroepen
als er een negatief rapport van de Inspectie voor de Jeugdzorg ligt.
Nee, Minister Donner, u krijgt de Kinderbescherming die u verdient en als de samenleving
er onvoldoende geld voor over heeft moet u niet klagen en schande roepen maar
de hand in eigen boezem steken en dan past het al helemaal niet de gezinsvoogden
op het justitieel hakblok te leggen.
Ton Moolenaar,
Voorzitter, namens de BMJ.
info@bmj.nl
http://www.bmj.nl
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Eindhovense aanpak wordt uitgebreid
Succesvolle test voogdij van gezin
De nieuwe werkwijze voor gezinsvoogdij pakt goed uit voor kinderen, hun ouders
en ook voor de hulpverleners zelf. Dat blijkt uit een evaluatie door de Vrije
Universiteit. De nieuwe aanpak is sinds 2002 beproefd in een honderdtal probleemgezinnen
in onder meer Eindhoven.
Bureau Jeugdzorg in Brabant gaat die nu gefaseerd in de hele provincie invoeren,
aldus directeur J. Koster. „De Jeugdbescherming heeft zo’n impuls
nodig, anders wordt het steeds meer een noodverband dat niet echt helpt.“
Gezinsvoogdij wordt toegepast in probleemgezinnen waar jongeren van het rechte
pad dreigen te raken. Volgens onderzoeker professor W. Slot blijkt dat de helft
van de kinderen erop vooruit gaat terwijl de oude methode bij eenderde van de
kinderen een positief effect had. De betrokken gezinsvoogden hebben ook meer plezier
in hun werk.
Kerngedachte van de zogeheten Delta-aanpak is dat ’de eerste klap een daalder
waard is’. Ouders krijgen een belangrijke inbreng in het hulpplan, afspraken
worden vastgelegd in een contract. De gezinsvoogdijwerker voert het eerste half
jaar intensief regie over de uitvoering. Hij komt minimaal wekelijks in het gezin
en is mobiel bereikbaar.
Een crisis komt zo veel minder vaak voor dan wanneer de hulp over langere periode
wordt uitgesmeerd. Na een half jaar treedt de hulpverlener stukje bij beetje terug.
In de proef kregen de gezinsvoogden minder kinderen toegewezen: vijftien in plaats
van de gemiddelde 22,5 in Brabant. Het contact loopt beter en de duur van de ondertoezichtstelling
(ots) kon drastisch worden bekort; van gemiddeld 4,5 jaar tot zo’n anderhalf
jaar.
Symposium
Minister Donner van Justitie heeft het rapport gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd.
Bureau Jeugdzorg Brabant presenteert zijn bevindingen volgende maand tijdens een
symposium in Tilburg.
Een ots wordt opgelegd voor een jaar en kan telkens verlengd worden. Ouders blijven
(financieel) verantwoordelijk, maar zijn verplicht zich te houden aan de aanwijzingen
van de gezinsvoogdijwerker. Brabant gaat de methode volgend jaar in meerdere regio’s
uittesten en wil die per 1 januari 2007 in heel de provincie invoeren.
Bron: E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr
453, 4 maart 2005 (www.jeugdzorg.nl)
Meeste klachten over voogden
Voogden van Jeugdzorg Groningen maken sterk gebruik van macht en uiten daarbij
dreigementen, komen afspraken niet na en vertonen star en arrogant gedrag. Dat
staat in een klachtenoverzicht dat is opgesteld naar aanleiding van een tijdelijke
klachtenlijn van Provinciale Staten van Groningen. Twintig statenleden zaten in
februari een week achter de telefoon om klachten over de jeugdzorg te noteren.
Van de 100 klachten die binnenkwamen gingen 22 over de voogdij.
Over andere taken van het bureau jeugdzorg kwamen veertien klachten en drie positieve
meldingen binnen. Een terugkerende klacht is de bureaucratische rompslomp waarmee
cliënten worden geconfronteerd. Men gaat rigide om met regels, neemt adviezen
niet over of doet er niets mee, meldt het rapport.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Afstudeerrapport adviseur Brabants Kenniscentrum Jeugd
Nieuwe wet Jeugdzorg zorgt voor versnippering
Dinsdag 22 februari 2005 - EINDHOVEN – De nieuwe Wet Jeugdzorg die sinds
januari van kracht is, schiet tekort. Het gevolg van de wetgeving is eerder versnippering
van de zorg dan meer samenwerking. Deze conclusie wordt getrokken naar aanleiding
van een afstudeerrapport dat de nieuwe wet en zijn gevolgen heeft bekeken.
De nieuwe wet Jeugzorg is vorig jaar aangenomen in de Eerste Kamer op voorwaarde
dat de wet over twee jaar een grondige evaluatie krijgt. Jan Adams, adviseur bij
K2, Brabants Kenniscentrum Jeugd heeft voor zijn afstuderen aan de universiteit
aan Maastricht de wet al aan een onderzoek onderworpen. Op het gebied van samenwerking
zorgt de wet volgens Adams niet voor verbetering, maar juist voor versnippering.
Vooral de onduidelijke financiële structuur zorgt voor een spanning tussen
de partijen. Daar komt bij dat het huidige beleid van de overheid in algemen zin
en ook op het terrein van de jeugdzorg te weinig inhoud heeft. Adams geeft ook
aan dat de basis voor de oplossing volgens hem voor een groot deel bij een duidelijk
financieel beleid ligt. „Dat is al een grote stap in de juiste richting.“
Adams schrijft ook in zijn rapport dat de wet aanstuurt op een verdeling van verantwoordelijkheden.
Dat maakt het voor de partijen moeilijk om nog tot een gezamenlijk ingeslagen
richting te komen. Zijn conclusies zijn naar eigen zeggen bewust scherp. Adams
wil met dit rapport de discussie aanzwengelen, om al voor de evaluatie factoren
aan te geven waar het beter kan. „Bijvoorbeeld de relatie met de achterban,
in principe de hele samenleving dus, moet worden aangetrokken. Ook het feit dat
twee ministeries met verschillende doelen zich bezighouden met jeugdzorg zorgt
voor onduidelijkheid binnen de jeugdzorgsector.“ Adams wil een vervolg aan
dit rapport geven in bijvoorbeeld gesprekken met de betrokken partijen. „Uiteindelijk
hebben alle partijen, van provincie tot gemeente tot Bureau Jeugdzorg toch allemaal
dezelfde belangen.“
De provincie als praatpaal
De jeugdzorg kampt met problemen, meent het Groninger SP-statenlid Hemmes. Daarom
kunnen Groningers hun ervaringen
kwijt bij provinciale staten.
,,Je word er niet echt vrolijk van'', zegt Hennie Hemmes.
Tientallen mensen hingen al aan de lijn; van pleegouders tot een arts van het
consultatiebureau, tot jongeren zelf. Vaak om hun beklag te doen, soms om een
compliment uit te delen. Een statenlid kreeg te horen hoe pleegouders met degezinsvoogd
in conflict raakten over de vraag of hun pleegkind terug kan naar zijn biologische
ouders. ,,Er is een afstemmingsprobleem'', zegt Marijke Folkerts (GroenLinks),
voorzitter van de commissie welzijn, cultuur en sociaal beleid. ,,Er blijken belangentegenstellingen
te zijn, bijvoorbeeld tussen voogd en pleegzorg, die we met het bureau jeugdzorg
juist wilden voorkomen.''
Andere klachten gaan over de informatieverstrekking, conflicten met instellingen,
de behandeling door instanties.
Precies de zaken die de statenleden wel vermoedden, maar nooit uit eigen ervaring
hadden vernomen.
Folkerts schrok dat van het feit dat er weer wachtlijsten ontstaan, zoals voor
het medisch kinderdagverblijf. ,,We krijgen keurige cijfers, maar deze wachtlijsten
worden uit die rapportages niet helder. We moeten nog eens goed kijken naar hoe
die zorg is opgetuigd.''
Hemmes en Folkerts schatten in dat het project (kosten: 8000 euro) geen sinecure
zou zijn. Vooral de instellingen voor jeugdzorg reageerden terughoudend. Maar
na overleg werkten ze toch mee en deelden de posters en folders uit die oproepen
persoonlijke ervaringen te delen met een statenlid. Op vier radiostations zijn
spotjes te horen. De bellers blijven anoniem, of kunnen per e-mail of brief reageren.
Het is uniek dat statenleden van alle fracties van negen uur 's ochtends tot negen
uur 's avonds gesprekken aannemen. In groepjes van drie wisselen ze elkaar om
de vier uur af in een kamer van het provinciehuis. Er staan drie telefoons en
een laptop.
De mensen zijn blij hun verhaal te kunnen vertellen, merkt Folkerts, die net een
gesprek van vijf kwartier achter de rug heeft. ,,Velen hebben het gevoel dat alles
ze uit handen genomen wordt. Gedwongen hulpverlening, uit de ouderlijke macht
gezet, omgangsregelingen, ze maken een boel ellende mee en voelen zich niet gehoord.''
De ervaringen worden te boek gesteld en met voorstellen voor verbetering aan het
college gestuurd. Hemmes: ,,Burgers hebben zo makkelijk toegang tot je. Misschien
dat we dit met andere onderwerpen -openbaar vervoer, zorg- ook gaan doen.''
Straat-Talent-Team
Onder de vlag van het project “Full Color”
zal gedurende een halfjaar (tot 1 juli 2005) geëxperimenteerd worden met
een “StraatTalent-Team”, oftewel het Leeuwarder S-team. De evaluatie
van Full Color door de Vrije Universiteit Amsterdam en de ervaringen van Het
Buro hebben een belangrijke bijdrage geleverd bij de totstandkoming van het
S-team. Het experiment wordt in juni geëvalueerd.
De hierna volgende beschrijving is bedoeld om belangrijke samenwerkingspartners
voor te lichten over het S-team. Het jongerenwerk van HWL en SWL en de politie
zullen nog apart worden voorgelicht, omdat dit belangrijke partners zijn voor
het S-team.
Een bepaalde groep risicojongeren – zowel
allochtoon als autochtoon – wordt slecht bereikt door instellingen voor
hulp- en dienstverlening. Leeuwarden is hierin geen uitzondering ten opzichte
van andere steden in Nederland. Eén van de belangrijkste oorzaken hiervoor
is de kloof tussen de belevingswereld en het referentiekader van ‘straatjongeren’
en die van werkers in het welzijnswerk en de hulpverlening. Een gevolg van dit
niet bereiken van een deel van de risico- en probleemjongeren, is dat deze groep
niet de zorg en begeleiding krijgt die zij nodig heeft. Uiteindelijk komen veel
van deze jongeren pas in beeld via Justitie. Helaas heeft de samenleving veel
schade ondervonden van deze jongeren, lopen de maatschappelijke kosten op om
ze te corrigeren en hebben veel van deze jongeren perspectief verloren op een
maatschappelijke carrière.
Het S-team richt zich niet op alle jongeren
van Leeuwarden. Het S-team richt zich op jongeren van ongeveer twaalf tot en
met drieëntwintig jaar die problemen hebben op meerdere gebieden en (nog)
geen hulp krijgen van andere instellingen. De belangrijkste probleemgebieden
zijn: wonen; financiën, scholing, werk, sociale contacten, middelengebruik,
omgaan met autoriteit.
In een maand tijd heeft het S-team al contact met vijftien jongeren. Naast de
snellere contactlegging vanuit het S-team zijn het motiveren en het bieden van
praktische ondersteuning belangrijke taken. Voor andere zaken zal het S-team
optimaal gebruik maken van de expertise van andere instellingen.
Informatie over het S-team wordt actueel gepresenteerd op de website (http://s-team.hetburo.net).
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl
Voor ouders van uit huis geplaatst kind
Hulpgroep ’falende ouders’
Woensdag 5 januari 2005 - HELMOND – Stichting De Noodkreet in Helmond start
op 17 januari met een lotgenotencontactgroep voor ouders van uit huis geplaatste
kinderen. „Er is niet één organisatie in Helmond en omgeving
waar deze ouders terechtkunnen“, vertelt Eefke Janssen, stagiaire bij De
Noodkreet.
Samen met een vrijwilliger van de stichting en twee ervaringsdeskundigen gaat
Janssen de ouders begeleiden. De groep wordt met opzet niet begeleid door een
professionele hulpverlener. Riet Jefferies, voorzitster van De Noodkreet en tevens
ervaringsdeskundige: „Ouders zijn vaak teleurgesteld in hulpverleners. Zij
zien die vaak als degenen die hun kind uit huis hebben weggehaald.“
Jefferies heeft zelf ook ooit deelgenomen aan een soortgelijke groep en noemt
dat ’erg zinvol’. „De meeste mensen schamen zich als hun kind
uit huis geplaatst wordt. Ze hebben het idee dat ze gefaald hebben. Door middel
van een contactgroep kunnen ze dat overwinnen.“
In een groep is plaats voor tien mensen. Blijkt dat er nog meer animo is, dan
worden er meer groepen gestart.
Naast de uitwisseling van de ervaringen van de ouders onderling, wordt er onder
andere ook aandacht besteed aan de omgang met Bureau Jeugdzorg en zorgen over
drank- en drugsmisbruik. De bedoeling
is dat er zes tot acht bijeenkomsten van tweeënhalf uur worden gegeven.
Janssen maakt zich alleen zorgen over de kosten. „Deelname kost 24 euro.
Ik ben bang dat dat veel mensen afschrikt.“ De stichting hoopt een sponsor
te vinden. Jefferies heeft daar wel vertrouwen in. „Als met zo’n praatgroep
tien gezinnen geholpen kunnen worden, is er altijd wel iemand die wil sponsoren.“
De bijeenkomsten worden gehouden in Buurthuis de Bakkerij, Heistraat 159-161 in
Helmond.
Aanmelden kan bij Eefke Janssen, tel. 0492-546918.
Bron: http://www.tenderjeugdzorg.nl
Brabantse instellingen werken samen voor lastige jeugd
Jeugdcomplex
Vijf instellingen in Noord-Brabant hebben samen een circuit voor jongeren met
complexe gedragsstoornissen opgezet onder de naam Jeugdcomplex. Daarin werken
samen twee jeugdzorginstellingen (Tender en BJ-Brabant), twee ggz-instellingen
(de Viersprong en Catamaran, onderdeel van GGZEindhoven) en justitiële jeugdinrichting
Den Hey-Acker.
Het circuit is ondermeer bedoeld om jongeren, die door hun gedragsproblemen tot
nu toe alleen in een gesloten justitie-inrichting terecht kunnen, op te vangen
en te behandelen. Hierover worden met regelmaat vragen in de Tweede Kamer gesteld.
Minister Donner en Staatssecretaris Ross hebben beloofd voor het eind van dit
jaar daarop te antwoorden en te komen met een plan van aanpak.
Paljas
Op het terrein van ernstige gedragsstoornissen bij jongeren bestaat al veel expertise
in Noord-Brabant. In de meeste gevallen loopt het zo mis met zulke jongeren, dat
ze gesloten worden opgevangen in justitiële jeugdinrichting Den Hey-Acker.
Het is dan de bedoeling dat dat zo kort mogelijk duurt en dat er snel gezocht
wordt naar vervolghulp. Daarvoor moeten er dan wel mogelijkheden zijn. Voor een
aantal jongeren is dat de jeugdzorg. In Noord-Brabant werd daartoe in 2002 als
eerste in Nederland een project voor deze jongeren gestart onder de naam Paljas.
De experimenteerperiode loopt eind 2004 af en de resultaten zijn goed. Het is
wel een groot probleem dat er nog geen middelen zijn voor het vervolg van dit
project.
Andere jongeren zijn aangewezen op de GGZ. De Viersprong en De Catamaran zijn
de twee GGZ-instellingen in Noord-Brabant die gespecialiseerd zijn in de behandeling
van deze jongeren.
Verantwoordelijkheid dragen
De samenwerking van de vijf instellingen in een circuit moet opleveren dat deze
jongeren niet meer tussen wal en schip terecht komen, waardoor ze onnodig in geslotenheid
verblijven, omdat de deelnemende instellingen verantwoordelijkheid willen dragen
voor de gehele groep.
De vijf instellingen vragen aan rijk en provincie om het opzetten van circuit
“Jeugdcomplex” (financieel) te ondersteunen. In het Beleidskader Jeugd
van de provincie Noord-Brabant, dat vrijdag 12 november 2004 in een commissie
van Provinciale Staten wordt behandeld, is een passage aan de problematiek van
deze jongeren gewijd.
Bron: http://www.eindhovensdagblad.nl/regioportal/ED/1,1478,1505-Zoeken-Zoeken!!__2428912_,00.htmlIn
Duizelse instelling De Plaatse
Onderdak voor lastige jongeren
Door DANIËLLA VAN LAARHOVEN
De Duizelse instelling De Plaatse voor mensen met een verstandelijke
handicap biedt hulp en onderdak aan jongeren met een licht verstandelijke handicap
en gedragsproblemen, die elders tussen wal en schip raken.
Het betreft moeilijk en zeer moeilijk lerende jongeren die zeer complex gedrag
vertonen, niet terechtkunnen in de reguliere jeugdzorg en uitbehandeld zijn
in orthopedagogische centra.
De Plaatse speelt hiermee in op een groot probleem dat de laatste jaren zowel
regionaal als landelijk de kop opsteekt. Er bestaat een gebrek aan opvangmogelijkheden
voor jongeren die door hun lage intelligentieniveau en gedragsproblemen tijdelijk
niet in hun eigen omgeving of gezin kunnen wonen.
„We bieden meerdere soorten zorg“, licht Myriam Corler, projectleider
bij De Plaatse, toe. Naast crisisopvang, begeleiding in het gezin of een begeleide
woonvorm in dorp en stad bestaat een woonvorm met intensieve begeleiding op
het instellingsterrein. De behandeling is gericht op het opheffen van een stoornis,
het verminderen van de symptomen van een stoornis of het verminderen van het
lijden van de jongere ten gevolge van de stoornis.
In totaal biedt De Plaatse op het terrein van de instelling nu onderdak aan
vier groepen jongeren. Dit jaar werd de groep uitgebreid met acht jongeren tot
een totaal van vijfentwintig.
Om de groepen te kunnen huisvesten, zijn twee bestaande panden op het terrein
verbouwd. De groepen worden begeleid door een multi-disciplinair team, waartoe
onder meer een recent aangetrokken psycholoog behoort. Dit omdat de jongeren
vaak kampen met bijkomende problemen als ADHD, psychiatrische stoornissen, autisme
en agressief gedrag.
„We werken in samenspraak met de ouders en school volgens de insteek ’één
jongere, één plan’“, vertelt manager Wilna Janse.
Elke jongere wordt gevolgd in zijn of haar ontwikkeling. Per individu wordt
uitgestippeld welke begeleiding er nodig is.
De woonruimte op het terrein van De Plaatse is niet bedoeld als permanent verblijf.
Het uiteindelijke doel dat De Plaatse nastreeft is om een jongere door speciale
hulp zo zelfstandig mogelijk te maken en perspectief te bieden. „Het is
belangrijk dat deze jongeren weer kunnen functioneren in de maatschappij, zelfstandig
of deels zelfstandig“, aldus Corler.
„Het gevoel normaal te zijn en geaccepteerd te willen worden is bij deze
jongeren heel groot“, vervolgt ze. „Dat is ook de reden waarom deze
jongeren niet passen binnen de reguliere jeugdzorg. Die jongeren zijn normaal
begaafd en maken veel sneller vorderingen, dat is heel frustrerend voor deze
groep jongeren.“ De komende twee jaar streeft de projectgroep naar uitbreiding
van de doelgroep.
Adoptie mogelijk houden tot 46 jaar
ANP - 4 november 2004.
DEN HAAG (ANP) - De uiterste leeftijdsgrens voor mensen die een kind uit het buitenland
mogen adopteren, moet 46 jaar blijven. Dat staat in de evaluatie van de Wet opneming
buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) onder leiding van het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Documentatiecentrum WODC.
Daarvoor bestaat een breed draagvlak. De beste kans op een geslaagde adoptie bestaat
als een kind niet ouder dan zes jaar is. Minister Donner van Justitie heeft de
evaluatie donderdag aan de Tweede Kamer gestuurd.
De onderzoekers constateren dat aspirant-adoptiefouders de leeftijdsgrens soms
omzeilen door een eenouderadoptie te regelen. Dat gebeurt bij paren van wie er
een ouder is dan 46. Om dit voorkomen, moet de leeftijdsgrens ook gaan gelden
voor de partners die een duurzame en gezamenlijke huishouding voeren met de kandidaat-adoptiefouder.
Betere controle
Ook is het nodig deelbemiddeling bij adoptie beter te controleren. Ouders regelen
hierbij grotendeels zelf de adoptie met hulp van tussenpersonen. Deze mogelijkheid
neemt de laatste jaren flink toe. Volgens de onderzoekers is nu niet goed te controleren
wat er precies in het buitenland gebeurt waardoor onregelmatigheden niet uitgesloten
zijn. Dat is niet wenselijk, want de belangen van het kind moeten altijd voorop
staan.
Verder adviseren de onderzoekers dat adoptiefouders zich rechtstreeks tot een
klachtencommissie moeten kunnen wenden. Nu moet dat nog via de organisatie die
de adoptie regelt.
Donner zal de evaluatie meewegen in een plan van aanpak dat hij binnenkort naar
de Tweede Kamer stuurt.
Bron: http://www.volkskrant.nl/binnenland/1094460051231.html
Jeugdzorg razend over bezuinigingen
Van onze verslaggever
AMSTERDAM - 'Onbegrijpelijk, onverantwoord en een slag in ons gezicht.' De Bureaus
Jeugdzorg reageren bij monde van Wiel Jansen, directeur van het Amsterdamse bureau,
woedend op een bezuinigingsmaatregel van minister Donner van Justitie. Jeugdzorg
moet tien miljoen euro inleveren.
Veel probleemkinderen dreigen door de maatregel in het criminele
milieu te verzeilen, aldus Jansen. 'Juist de zwakste groep wordt hierdoor geraakt.
Op korte termijn is het misschien een bezuiniging, maar op de lange termijn
kost het de maatschappij alleen maar geld.'
Het gaat om kinderen die op last van de kinderrechter
aan de zorgen van een gezinsvoogd worden toevertrouwd. Door de werkdruk moeten
de voogden zich nu al ontfermen over zo'n 25 gezinnen, terwijl twee jaar geleden
in een rapport juist is vastgesteld dat een op de vijftien de norm zou moeten
zijn. Overheid en jeugdzorg onderschreven beide die conclusie. Wordt het voorliggende
bezuinigingsplan doorgevoerd, dan wordt de verhouding volgens Jansen misschien
wel een op de dertig. 'Dat wordt rennen van gezin naar gezin, met alle risico's
van dien.'
>De bezuinigingsmaatregel komt bovendien op een moment dat bij
vier Bureaus Jeugdzorg wordt geexperimenteerd met de verhouding die door de
commissie-Hermans als wenselijk werd geformuleerd. Jansen: 'Met extra geld van
de overheid en andere aanpak op het bureau kan de helft van de werktijd echt
aan de gezinnen worden besteed. Alle partijen zijn er zeer tevreden over.'
Het bezuinigingsplan is daarom hard aangekomen onder gezinsvoogden,
en de frustratie is dan ook groot zegt Jansen.
Volgens de directeur van Bureau Jeugdzorg in Amsterdam is de
maatregel van Donner ook in strijd met het beleid van staatssecretaris Ross
van VWS. Zij is tevens coördinerend bewindspersoon voor jeugdzaken. 'Op
1 januari gaat de nieuwe Wet op de Jeudzorg in. Daarin is de Bureaus Jeugdzorg
juist een belangrijke rol toegedicht.'
Overigens heeft Jansen goede hoop dat de Tweede Kamer het tij
nog kan keren. 'Donner heeft al twee keer bakzeil moeten halen. Ik zie niet
in waarom de Kamer hiermee wel akkoord zou gaan.'
E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr 394,
23 juli 2004 (www.jeugdzorg.nl)
Opnieuw extra geld voor Brabantse jeugdzorg
21 juli 2004
De provincie Noord-Brabant trekt dit jaar 1,8 miljoen euro extra uit voor
het wegwerken van de wachtlijsten. Vorig jaar stelde het college van
Gedeputeerde Staten hiervoor al 620.000 euro beschikbaar. De wachtlijsten
zijn echter niet afgenomen. In Brabant wachten nog steeds een kleine
duizend jongeren op passende hulp. Gedeputeerde Augusteijn vindt dit
onaanvaardbaar. Daarom heeft hij opnieuw geld beschikbaar gesteld en met de
zorgaanbieders afgesproken hoe zij het gaan besteden.
Wachtlijst jeugdhulp
toch niet korter
door Stephan Jongerius
Gedeputeerde R. Augusteijn heeft een pijnlijke fout in de wachtlijsten bij jeugdzorgaanbieders
moeten rechtzetten. In tegenstelling tot een recent persbericht blijken die niet
fors geslonken, maar gelijk gebleven. Augusteijn, die zich baseerde op foutieve
cijfers van Bureau Jeugdzorg, heeft Provinciale Staten hierover gisteren ingelicht.
Het schrijven gaat vergezeld van een excuusbrief van interim-directeur J. Koster
van Bureau Jeugdzorg in Eindhoven over een ’foute computerberekening’.
Om herhaling te voorkomen, eisen Gedeputeerde Staten in het vervolg een accountantsverklaring
bij de wachtlijstcijfers. „We willen er streng op toezien dat produktie-afspraken
worden nagekomen en de cijfers moeten kloppen“, zegt Augusteijns woordvoerder.
Geen belofte
De provincie wil de wachtlijsten wegwerken voordat op 1 januari 2006 het recht
op jeugdzorg kan worden geclaimd. „Maar een harde belofte doet de gedeputeerde
daarover niet“, waarschuwt de woordvoerder. Gedeputeerde Staten besloten
gisteren opnieuw 1,8 miljoen gulden voor wachtlijstbestrijding uit te trekken.
Daarmee kunnen honderden Brabantse kinderen en jeugdigen de noodzakelijke hulp
krijgen.
Per april wachtten 953 jongeren met een indicatie - gemeld was 752 - op intensieve
hulp aan huis, in een tehuis, op daghulp of plaats in een pleeggezin. De zorgaanbieders
blijken eerdere verplichtingen om meer cliënten te helpen wel te zijn nagekomen.
Maar omdat Bureau Jeugdzorg, dat de indicatie verzorgt, in een inhaalslag veel
meer kinderen doorverwees, is het aantal wachtenden per saldo gelijk gebleven.
Bij Bureau Jeugdzorg zelf is de wachtrij wel gedaald, van 522 vorig jaar juli
tot 254 nu. De afspraak dat deze ’wachtlijst aan de voordeur’ per
oktober helemaal weg is, wordt nog steeds haalbaar geacht.
Ontslag
Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant wordt momenteel ingrijpend gereorganiseerd.
Veertig mensen kregen onlangs te horen dat hen ontslag boven het hoofd hangt.
Dat is het gevolg van kabinetsbezuinigingen op de jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Nog eens 200 anderen dreigen hun werkplek kwijt te raken doordat Bureau Jeugdzorg
volgens de nieuwe Wet op de Jeugdzorg taken moet afstoten. Dat gaat onder meer
over het schoolmaatschappelijk werk, sociale vaardigheidstrainingen en opvoedingsondersteuning.
Toch hoeft er niemand op straat te belanden, verwachten Bureau Jeugdzorg, de vakbonden
AbvaKabo FNV, CNV Publieke Zaak en de provincie. Zij hebben afgesproken dat er
een mobiliteitsbureau komt dat het werk, maar ook de medewerkers, overdraagt naar
lokale instellingen. De provincie zet hiervoor extra geld van het Rijk in. „Per
saldo komen er eerder banen bij dan er verdwijnen. Vervelend voor wie het betreft,
maar in principe verliezen ze alleen hun werkplek, niet hun werk“, zegt
B. van Dokkum van de AbvaKabo.
Bron: Brabants
Dagblad | 22-07-2004
’Opsluiting is straf
en straf is geen zorg’
Door ANNELIES VAN DER WOUDE
Onder het motto ’Tekeer tegen de isoleer, in cellen word je niet beter’, trekt
Jolijn Santegoeds (26) alles uit de kast om misbruik van de separeercel in de
jeugdpsychiatrie aan de kaak te stellen. Mede door personeelstekorten belandt
moeilijk te helpen jeugd maar al te vaak –in volledige afzondering– achter slot
en grendel, is haar ervaring. Met acties, zoals de streetrave gistermiddag in
het centrum van Eindhoven, wil Santegoeds de mensen laten weten wat er gebeurt
in de afgeschermde wereld van de jeugdpsychiatrie. Actievoerders tijdens de protestrave,
gistermiddag op de binnenring van Eindhoven,
bij de Witte Dame.
Een stoet van zo’n honderd demonstranten met muziekwagens voorop trok gistermiddag
tweemaal over de binnenring in het centrum van Eindhoven. Nieuwsgierige passanten
kregen meteen een flyer in de hand gedrukt met de vraag of ze hun handtekening
wilden zetten voor een isoleervrije psychiatrie. De handtekeningen gaan naar de
SP in Den Haag, die signalen als deze serieus neemt.
Veel ervaring
Initiatiefneemster is Jolijn Santegoeds, bijgestaan door onder anderen Wendy Bosch
(30) en Doortje Broekmeulen (18). Alledrie hebben ze veel ervaring met de jeugdhulpverlening
en jeugdpsychiatrie. Santegoeds was zestien toen ze met een borderline-persoonlijkheidsstoornis
werd opgenomen in de jeugdkliniek Herlaarhof. „Ik wilde eigenlijk helemaal niks
meer. Ik verwondde mezelf of deed een poging daartoe. Op mij was een separeerbeleid
van toepassing: iedere dag en nacht in de separeer, tenzij er geen sprake was
van een noodsituatie. Maar die was er altijd, waardoor ik in praktijk twee keer
elf maanden in de isoleercel heb doorgebracht, eerst in Herlaarhof en later in
Zilverlinden 5 Zuid, GGZ-jeugdinstellingen in ’s Hertogenbosch.“
„In plaats van contact met mij aan te gaan, sloten ze me op. Daar werd ik echt
niet beter van. Gevangen tussen vier muren, afgesloten van de buitenwereld: ik
raakte heel de zin van mijn leven kwijt, voorzover ik die nog niet kwijt was.“
Onmacht
Santegoeds schrijft het separeerbeleid toe aan de onmacht van verpleegkundigen
en het personeelstekort in de jeugdpsychiatrie. Naar eigen zeggen ging het pas
beter met haar toen ze opgenomen werd in de Kliniek voor Intensieve Behandeling,
„een soort intensive care voor de psychiatrie“, verduidelijkt Santegoeds, „waar
twee keer zoveel personeel rondloopt en waar ze tijd hebben om met je te praten.“
Nu het al lange tijd goed met haar gaat -ze is derdejaars HBO student en woont
op zichzelf- wil ze mensen duidelijk maken wat er gebeurt in de jeugdpsychiatrie.
In voorkomende gevallen belt ze meteen de Inspectie voor de Volksgezondheid, in
de hoop dat haar meldingen tot een onderzoek leiden en uiteindelijk tot een wetswijziging
die het gebruik van de isoleer verbiedt. Via haar eigen website (http://www.aniisosite.tk)
geeft ze informatie en zoekt ze aansluiting bij belangorganisaties. En samen met
haar advocaat doet ze een poging twee van haar eigen behandelaars voor het medisch
tuchtcollege te dagen.
Bron: Eindhovens Dagblad | 15-07-2004 | Binnenland (www.eindhovensdagblad.nl)
E-zine Jeugdzorg - e-mailservice,
nr 387, 29 Juni 2004, (www.jeugdzorg.nl)
Organisatie van jeugdzorginstellingen moet beter
De nieuwe Wet op de jeugdzorg is alleen waar te maken als de jeugdhulpverleningsinstellingen
perfect samenwerken. Dat is de conclusie van het onderzoeksrapport 'Op weg naar
een sluitende aanpak jeugdzorg/jeugdbeleid' van vijf studenten van de Vlissingse
Hogeschool Inholland. In opdracht van de gemeente Terneuzen onderzochten zij de
organisatie van de jeugdhulpverlening. De studenten inventariseerden het scala
aan instellingen en bureaus dat zich in de regio bezighoudt met jeugdhulpverlening
en brachten het hulpverleningsaanbod per instelling in kaart. Zij constateren
onder meer dat de verschillende instanties langs elkaar heen werken. Hierdoor
krijgen kinderen met een hulpvraag soms niet de juiste behandeling, twee keer
dezelfde behandeling of helemaal geen behandeling. De onderzoekers concluderen
eveneens dat er meer aandacht voor preventie moet komen bij het lokaal onderwijs-
en jeugdbeleid.
Crimineeltjes vaak psychisch in de knoop
De helft van de kinderen die voor hun twaalfde jaar met de politie
in aanraking komen, heeft forse psychische problemen. De crimineeltjes gaan na
hun misdrijf vaak zonder hulp of behandeling weer naar huis. Een groot deel belandt
binnen een jaar weer op het bureau. Dat zijn de voorlopige uitkomsten van een
onderzoek door de afdeling kinderpsychiatrie van het medisch centrum van de Vrije
Universiteit (VUMC) in Amsterdam. De onderzoekers bekijken op basis van politiebestanden
wie de crimineeltjes zijn en hoe het met hen gaat nadat ze voor het eerst met
de politie in aanraking zijn gekomen. Volgens Theo Doreleijers, hoogleraar kinder-
en jeugdpsychiatrie van het VUMC, is de helft van de tot nu toe onderzochte kinderen
'fors problematisch'. „Het gaat om kinderen met bijvoorbeeld antisociaal gedrag,
ADHD en andere stoornissen." Kinderen tot twaalf jaar worden niet strafrechtelijk
vervolgd. Ze kunnen samen met hun ouders deelnemen aan een Stop-reactie, een preventief
programma onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. Meedoen met
de Stop-reactie kan alleen als de ouders toestemming geven en actief mee willen
werken. Ruim de helft doet dat niet. „Met die kinderen gebeurt dus helemaal niéts",
zegt Doreleijers.
Bron: Eindhovens Dagblad | 29-06-2004 | Binnenland (www.eindhovensdagblad.nl)
PvdA: snel aanpak van probleemjeugd
Iedereen die ziet dat een kind problemen heeft, moet dat voortaan
melden. Om te voorkomen dat dit signaal verloren gaat in de bureaucratie dient
in elke stad of regio één centraal punt te zijn waar misstanden geregistreerd
worden. Dat bepleit de PvdA in een 'manifest' voor de jeugdhulpverlening. Op die
manier moet voorkomen worden dat jongeren niet op tijd hulp krijgen. Als het toch
misgaat, moet de Kinderbescherming sneller in kunnen grijpen. De PvdA denkt dat
een centraal meldpunt per stad of regio de beste methode is. Via dat meldpunt
wordt dan uitgezocht welke hulp de jongere nodig heeft. Het is de bedoeling dat
iedereen die misstanden in een gezin of bij kinderen constateert, dat voortaan
aangeeft. „Een monteur die de stroom afsluit bij een gezin en ziet dat er een
baby in huis is, moet beseffen dat dit bedreigend is voor het kind. Hij zal dit
moeten melden“, aldus PvdA-Kamerlid Ella Kalsbeek. Kinderen met psychiatrische
problemen verdwijnen nu soms in de gevangenis omdat er te weinig plaats is in
een kliniek of inrichting om ze te behandelen. Het aantal behandelplaatsen moet
daarom snel worden uitgebreid. Jongeren die het criminele pad opgaan moeten direct
worden gestraft en daarna intensief worden begeleid om te voorkomen dat ze opnieuw
de fout ingaan. Kalsbeek wil ook de macht van de Kinderbescherming uitbreiden.
Ouders die hun kinderen niet kunnen opvoeden moeten gedwongen worden hulp te aanvaarden.
Bron: Eindhovens Dagblad | 29-06-2004 | Binnenland (www.eindhovensdagblad.nl)
E-zine Jeugdzorg - e-mailservice, nr 386,
25 juni 2004 (www.jeugdzorg.nl)
Kinderen positief over Eigen-kracht conferentie
Kinderen en jongeren die een Eigen-kracht conferentie hebben meegemaakt
zijn daar positief over. Ze waarderen het vooral dat zij directe invloed hebben
op het hulpverleningsplan dat er voor hen gemaakt wordt. Dat blijkt uit een onderzoek
van bureau WESP naar de mening van kinderen over Eigen-kracht conferenties. Het
onderzoek wordt morgen in Zwolle gepresenteerd op de studiedag 'Wie beschikt over
Eigen Kracht'. Tijdens een Eigen-kracht conferentie bespreken het kind, de ouders
en familie de problemen in een gezin en maken een plan voor hulp. De ondervraagde
kinderen vinden het fijn dat zij bijeenkomen met familie en bekenden; het geeft
hen een gevoel van veiligheid. Zij vinden de conferentie wel zwaar en soms te
lang duren, maar zijn toch van mening dat ze er absoluut bij moeten zijn om mee
te kunnen praten over hun toekomst. Ook zijn er zaken die nog beter kunnen: de
kinderen vinden dat de volwassenen meer naar hen moeten luisteren en minder moeilijke
woorden moeten gebruiken. Het onderzoeksrapport 'Het gaat toch over mijn toekomst?
Onderzoek naar de mening van kinderen en jongere