4 Men mag veronderstellen dat de verwaarlozing
onder punt 3 verantwoordelijk is voor het gestoorde gedrag, dat ook volgde op
die verwaarlozing.
Onder te verdelen in:
§ het
geremde type
§ het
ontremde type
(back)
Historische achtergrond
De DSM is een publikatie van de American Psychiatric Association.
De eerste versie verscheen in 1952;
de tweede in 1968 en
de derde versie in 1980.
Van de derde versie kwam in 1987 een herziene versie uit: de DSM-III-R.
Een vierde, huidige versie verscheen in 1994.
In 2000 verscheen een text revision de DSM-IV TR.
De doelstellingen van waaruit het handboek werd samen gesteld waren de volgende:
-een diagnostisch model dat niet gebaseerd is op een (etiologisch) verklaringsmodel
-eenduidige en betrouwbare diagnostische categorieën
Het diagnostisch systeem is inmiddels internationaal aanvaard, ondanks de (terechte)
kritiek die op een aantal punten mogelijk is. De werkwijze
De DSM-IV is een diagnostisch systeem waarbij
patiënt op vijf assen beoordeeld wordt en op grond van deze beoordeling
een code of een score op desbetreffende as krijgt.
As I: Klinische syndromen en/of andere aandoeningen
en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn
As II: Persoonlijkheidsstoornissen; Zwakzinnigheid; zwakbegaafdheid
As III: Lichaamlijke ziekten of aandoeningen
As IV: Psychosociale en omgevingsfactoren
As V: Algemene beoordeling van functioneren
Toelichtingen bij de assen.
As I - klinische syndromen en/of andere aandoeningen
en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn
Deze bevat de classificatie van psychi(atri)sche stoornissen
Het systeem werkt met:
-insluitingscriteria
-uitsluitingscriteria
-in een aantal gevallen duur en/of beloop van de verschijnselen
Tevens worden op As-I aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen
zijn gecodeerd, behoudens zwakegaafdheid(As-II).
As II - Zwakzinnigheid, zwakbegaafdheid en persoonlijkheidsstoornissen
Met persoonlijkheid bedoelen we een voor elke persoon kenmerkend ('karakter')patroon
van interactie met de wereld en zichzelf (een soort ' levensstijl'). Gezien
de uitgebreide variëteit aan persoonlijkheidstrekken en hun diverse accentueringen,
mede gekleurd door socioculturele factoren, is het moeilijk hier een beperkende
ordening aan te brengen en normaliteit van stoornis te scheiden. Vandaar dat
deze as het meest ter discussie staat.
Persoonlijkheidstrekken en afweermechanismen kunnen ook op deze as vermeld worden
(geen code)
As III - lichamelijke stoornissen en aandoeningen
Deze as biedt de mogelijkheid een lichamelijke stoornis (ziekte, aandoening,
handicap; gecodeerde volgens de ICD-9`CM indeling van somatische stoornissen)
te vermelden wanneer deze belangrijk wordt geacht voor het gestoord functioneren
en/of de behandeling van de patiënt. Het kan dan gaan om een aandoening
(b.v. een neurologische ziekte) die oorzakelijk samenhangt met de psychische
stoornis (b.v. dementie, vermeld op as I). In andere gevallen heeft de lichamelijke
aandoening geen etiologische betekenis, maar wel een therapeutisch belang (b.v.
suikerziekte bij een kind met een gedragsstoornis).
As IV -Psychosociale en omgevingsfactoren
Op de As-IV worden psychosociale en omgevingsfactoren vermeld, die van invloed
zijn op de behandeling van een as I of as II-stoornis.
Ook positieve gebeurtenissen (nieuwe baan, verhuizing e.d.),die een stress factor
vormen die van invloed zijn op de behandeling van AS-I en/of As-II kunnen hier
vermeld worden.
As V - globale beoordeling van het functioneren.
Men gebruikt hiervoor de GAF-schaal. Hier wordt het psychisch, maatschappelijk
en beroepsmatig functioneren globaal beoordeeld volgens een hypothetisch continuum,
gaande van geestelijke gezondheid (heeft men slechts alledaagse probleempjes,
dan krijgt men een cijfer tussen 81 en 90) tot ernstige stoornis (een suïcidepoging
met duidelijke bedoeling van zelfdoding wordt gecodeerd tussen 1 en 10).
Men kijkt enerzijds naar hoe patient sociaal functioneert anderzijds naar zijn
symptomatologie. De laagste score in een van beide is de GAF-score
Naast een niveau van functioneren op het tijdstip van beoordeling moet men ook
een schatting maken van het hoogste niveau in het afgelopen jaar. Ook hier kan
men kritiek uiten op het gebruik van een schaalcodering. Toch is (de basisgedachte
toe te juichen: het laat toe (samen met as IV) beoordeling in een ruimer kader
en tijdsperspectief te plaatsen en rekening te houden met 'gezonde' aspecten
in het psychosociaal functioneren. Zo krijgt een bepaalde stoornis op as I (b.v.
een depressie) meer genuanceerde betekenis of vorm, wanneer men deze 'figuur'
plaatst tegen de 'achtergrond' van het dagelijks leven in het afgelopen jaar
assen IV en V).
(back)