27 November 2004
Een paar dagen terug belde ik verontwaardigd een vriendin nadat ik eerst mijn gal had gespuid bij Jan. Ik vertel mijn verhaal en ze begint ongelooflijk te lachen. Ze had al veel gekke dingen meegemaakt bij diverse gezinnen met adoptieproblematiek. Maar dat het zo gek kon worden had zelfs zij niet kunnen bedenken. Het lachen maakte bij mij ook wat los, mijn verbittering kon omslaan in verbazing en ongeloof. Dat er heftig wordt gemanipuleerd op dit moment is duidelijk, het maakt me boos en machteloos, maar zoals zovaak kunnen we nu ook wel weer zeggen dat als we later oud zijn en in een bejaardenhuis achter de geraniums zitten, we nog iets hebben om over te praten.
We kunnen ons niet meer bewijzen, willen dat misschien ook niet meer. Hoe moet je reageren als je krijgt te horen dat je wel meevalt, dat men had verwacht dat ik een harde, koude moeder zou zijn, waar je geen band mee kunt opbouwen omdat ze dat niet toe laat. Een moeder die de regie wil en die anderen geen ruimte laat. Als je dan met ze praat, 'val je mee!', als mensen dit wel willen geloven, prima. Men komt zichzelf wel weer tegen. Verbitterd maar niet verslagen, het lukt me steeds beter om afstand te nemen, dat moet ook wel. Op dit moment ben ik als een rode lap bij een stier en besef ik dat de rek eruit is, dat mijn lichaam vraagt om rust i.p.v. strijdt.
Gisteren de themadag van Loga weer gehad, Truus Bakker was er weer. Ze begon met een stukje te lezen uit het boek, 'echte vaders over adoptie'. Dit hoofdstuk had de titel: 'wiens probleem is het nu?' Een heel relaas over wat hij had meegemaakt met zijn adoptiedochter, zijn inzet en hoe hij er onderdoor ging totdat hij bij een therapeut kwam en de vraag kreeg: 'wiens probleem is het nu?' Denk dat ik het ook zo kan zien op dit moment. Ik heb geen probleem, sta prima in het leven. Oudste heeft haar problemen, wat voor naamkaartje er ook aanhangt, het is haar probleem waar wij haar in willen helpen als dat in ons vermogen ligt, maar het is haar probleem en zij moet er iets mee doen, als ze dat wil natuurlijk.
De lezing van mevr. Bakker zou gaan over het oudere kind, toch kwam ze weer terecht bij het jongere kind, dit omdat vooral in de eerste jaren het ontwikkelingspatroon van hoe je in contact staat met anderen ontwikkelt. Dit patroon zit onbewust in je geheugen, 90% van je herinneringen is onbewust. Wat anders is dan je verwachtingen, springt eruit en dat onthoudt je. Het eerste levensjaar is echt cruciaal.
Bij vroege ( zeer vroege) verwaarlozing verminderd de flexibiliteit van je verwachtingen, er zit een star beeld in je geheugen dat moeilijk is veranderen, maar het is niet onmogelijk. Als je bij vroeg verwaarloosde kinderen de juiste snaar weet te raken, is er een verandering in denken mogelijk. Door het niet flexibel zijn zitten ze gevangen in hun niet-activiteit en kunnen ze daardoor ook moeilijk vragen om bijv. hulp.
Herinneringen zijn interpretaties van gebeurtenissen zoals jij die hebt ervaren, met jou referentie kader wordt het jou herinnering, iemand die bij jou was bij dezelfde gebeurtenis, kan een hele andere herinneringen hebben. Je kunt weten of herinneringen echt of bedacht zijn omdat bij echte herinneringen ook een herinnering aan een geur of geluid zit.Bij therapie is het belangrijk om vanuit het positieve te werken, kijken wat je goed kan, wat fijne herinneringen en gebeurtenissen zijn en vandaar uit kun je de kracht vinden om naar de minder leuke kanten te kijken. Truus Bakker doet dit bijvoorbeeld met droomtherapie, waar degene die de therapie volgt later een tekening maakt. Ze had een serie tekeningen mee van een geadopteerde die op latere leeftijd toen haar leven eigenlijk lekker liep een depressie krijgt. Indrukwekkend om te zien, mede omdat deze vrouw zeer goed kan tekenen. De ontwikkeling van een kale/kleurloze boom in allerlei schakeringen, via een tak met een enkele bloem, een volle bos met bloemen naar een bloeiende kastanje boom die in volle glorie en kleur van het papier afspringt.

Vorig jaar heeft mevr. Bakker verteld over de bouwstenen van het groot worden, kinderen met gedragsstoornissen gaan vaak weer terug naar de eerste bouwsteen, verder komen lukt niet.
Jongeren met hechtingsstoornis hebben prikkels van buitenaf nodig om te voelen dat ze leven, hebben ze controle over het leven omdat ze zelf kiezen voor die prikkels. Vaak kunnen ze geen verdriet voelen over wat is misgegaan, omdat ze zelf niet inzien dat er iets misgaat en dat het ernstig is. Dat anderen wel verdriet en pijn voelen over wat hun doen, snappen ze dan ook niet.
Het plaatsen van jongeren in een jeugdgevangenis voor hulp is natuurlijk niet goed, toch kan het kinderen met hechtingsstoornis een soort veiligheid geven. Ze willen niet aangeraakt worden, ze kunnen vaak wel zelf andere aanraken omdat het dan hun keus is om aan te raken. Zitten ze gesloten, dan worden ze toch vastgehouden, zonder aangeraakt te worden. Het klinkt mooi, kan me er zelfs iets bij voorstellen maar toch is een jeugdgevangenis de slechtste vorm van hulpverlening in Nederland voor jongeren.
De ondertitel van de lezing was: Zonder risico geen kansen. Je moet bijvoorbeeld het risico nemen als je hulp gaat vragen dat je slechte hulp krijgt, maar door dit risico te nemen, neem je ook je kans op goede hulpverlening. Wie niet waagt, wie niet wint. Adopteren is een risico omdat het voor een kind niet goed hoeft te zijn, maar de kans dat het wel goed gaat (en gelukkig gaat het ook nog best vaak goed) geef je zo wel door het risico te nemen.
We moesten een oefening doen, eerst twijfel of ik me in een volle zaal wel in mijn emoties wou storten. Ik nam het risico en zo de kans op een mooie ervaring.
* Ontspannen gaan zitten
* Denk aan 1 van je kinderen
* Wat voor gevoel geeft dit jou, wat doet het bij je lichaam?
* Stel je een jong dier voor
* Hoe staat dit dier tegenover jou, uitstraling, houding, waar?
* Wat denk je dat het dier nodig heeft en hoe?
* Geef aan het dier wat het nodig heeft, zorg dat het tevreden is
* Geef ’t dier een plaats in je gedachtes en neem weer afscheid, laat het los.
Ik vond het frappant om mijn onderbewuste te zien terug te komen in een dier en zo mijn gevoelens op een rijtje te krijgen. De verhalen van andere waren ook goed om te horen.
Een gedachte aan een vrolijk, springend lammetje in de wei, maar wel met een hek er omheen. Moeder schaap stond in de andere wei en was te dik om onder het hek door te kruipen, ze kon niet bij haar lam. De boer moest er aan te pas komen om het lammetje te helpen, moeder schaap gaf dit veel verdriet omdat ze niet zelf kon zorgen. Of de gedachte aan een puppy, kwispelend als er nieuwe mensen komen, wegrennen en terugkomen omdat het puppy weet dat er altijd iemand zal zijn om naar toe te rennen.

S’middags kwam een directeur van de volkskredietbank. Via een mooie PowerPoint gaf hij eerst een algemeen beeld over het onderwerp Jeugd en de centen. Dat wij toch van een generatie zijn van eerst sparen en dan zien of we het kunnen kopen terwijl veel jongeren geen problemen hebben met schuld en eerst kopen en dan zien of ze het kunnen betalen. Dit wordt ook erg gestimuleerd om jongeren vanaf 16 al automatisch een krediet te geven op hun rekening, als ouders hoef je hier geen toestemming voor te geven en moet je veel moeite doen om dit krediet weer eraf te halen.
Bij jongeren boven de 18 jaar zijn ouders niet meer verantwoordelijk voor de schulden die ze maken, tot 21 jaar heb je de zorgplicht voor een kind. Dat betekent dat het een onderdak en voeding en zo moet verzorgen voor ze. Begint een kind echter voor zijn 21e jaar een studie dan is die zorgplicht er tot 28 jaar. De zorgplicht tot 28 jaar heb je niet als je kind pas bijv. met 23 jaar een studie begint.
Tot 23 jaar kan er naast een bijstandsuitkering een bijzondere bijstand worden verleend die op de ouders verhaald kan worden. Er waren veel vragen en wat mij duidelijk is geworden dat je als ouders heel alert moet zijn, zelf informeren omdat niemand zich verantwoordelijk zal voelen jou in te lichten maar jou wel weet te vinden als er betaalt moet worden.
Al met al was weer een fijne dag, stimulerend, vermoeiend maar veel te kort. Zoveel mensen en bekenden gezichten waar ik nieuwsgierig/belangstellend ben hoe het met ze gaat en dan blijkt de tijd om te zijn en je sommige niet meer dan een kort gedag hebt kunnen zeggen. Deze keer tijdens de lunch uit privé behoefte heel fijn aan tafel gezeten met een echtpaar die ik een tijd terug heb leren kennen. Door even een gesprek, iets meer van elkaar weten, gewoon het contact, geeft het heel veel begrip. Ik hoop wederzijds.

10 December 2004
Inmiddels hebben we het project van de peerraadpleging afgesloten en de resultaten gepresenteerd aan dhr.Augusteijn, de gedeputeerde van Brabant inzake de jeugd, verschillende statenleden, beleidsmedewerkers van de provincie en gemeente, instellingsdirecteuren en ouders. Een project voor en door ouders en jongeren. De ouders hadden de ondertitel 'Luister en huiver', het was duidelijk dat men huiverde van de resultaten. Een artikel is hier te lezen de presentatie in PDF staat er inmiddels
Met veel enthousiasme heb ik meegedaan aan het project, diverse ouders geïnterviewd, een interview training daar voor gevolgd en zelfs een certificaat hiervoor gekregen! Ook bleek opeens dat ik samen met een andere ouder de presentatie moest doen. Heel stoer zeg ik dan ja, maar hoe dichter bij het komt hoe enger ik het vind. Ik heb echter gemerkt dat als je ergens echt achter staat, dat je iets belangrijk vindt, de presentatie ook makkelijk gaat. Zoals in het artikel van de krant staat, je wordt gehoord. Wat ook nu weer bleek is dat de informele gesprekken tussendoor ook belangrijk zijn, nog even je mening ventileren, je motivatie toelichten waarom je je als ouder druk maakt over de zorg. De verbazing van een instellingsdirecteur over het feit dat heel veel ouders zeggen niet op de hoogte te zijn van hoe jeugdzorg werkt, klachtenprocedures e.d. terwijl iedereen bij aanmelding een dikke envelop met folders krijgt. Het antwoord van 1 van de jongere gaf deze directeur duidelijkheid en het besef dat het anders moet. De jongere vertelde dat zij niet de verwachting had dat haar moeder een stapel folders leest als het net crisis is, dochter uithuis geplaatst, verstikt in de wirwar van regels, instellingen en folders. Die folders stop je in een la om te vergeten dat je ze hebt en als je dan iets wilt weten is het besef er niet dat je die folders hebt. Het zal een taak van de instelling zijn om te proberen het zo te presenteren dat het wordt onthouden.
Dhr.Augusteijn heeft toegezegd dat de provincie nog meer moet investeren in zorg, nog beter toe zien op de uitvoering. Dit ook n.a.v. een berichtje waarover ik vertelde van de provincie Zeeland, daar zijn afspraken gemaakt door het provinciebestuur met jeugdzorg, prestatieafspraken waaraan in 2005 moet worden voldaan. Haalt de instelling het niet, dan heeft de provincie het recht om te kijken naar een andere zorgverlener voor de jeugd.
Ik ben erg benieuwd. Was in ieder geval verbaasd over de impact van het project. Zoveel mensen in de zaal, ook mensen die dus beslissingen moeten nemen. De krant die er was, omroep Brabant radio die een gesprek heeft opgenomen met mij en een aantal jongeren, de televisie tak van omroep Brabant. In het tv-journaal van Brabant werd het onderwerp goed weergegeven, vooral de rol van de jongeren in het onderzoek kwam naar voren. Omdat de jeugdzorg toch om deze jeugd draait vind ik het prima, en dat ik er lekker uitgeknipt ben ook, ik hoef niet zo nodig op die kijkbuis.
Met de nieuwe wet op jeugdzorg is dit een eerste stap in cliëntenparticipatie, het luisteren naar de cliënt. Nu zijn er 2 soorten cliënten in de jeugdzorg, de jongeren en de ouders, dus daar moet een balans in gevonden worden, maar erkend worden is al belangrijk.
Terwijl ik dit stuk schrijf, kijk ik bij toeval naar Deckers op donderdag, een interview met Frans van der Reijt, kinderrechter te s'Hertogenbosch
Alleen kinderen opvoeden als je dat kunt...
Een Brabantse kinderrechter luidt donderdag 9 december de noodklok over de toekomst van onze jeugd en de situatie in de jeugdzorg.
'Je mag kinderen opvoeden, mits je het behoorlijk doet'. Dit zijn de woorden van kinderrechter Frans van der Reijt. De Brabantse kinderrechter luidt de noodklok over de jeugdzorg in Nederland. Thijs van Son praat in Deckers op Donderdag met van der Reijt over wachtlijsten voor probleemkinderen en de soms afwachtende houding van hulpverleners. Volgens van der Reijt is het vijf voor twaalf en kennen we Nederland over tien jaar niet meer terug als we niet investeren in de toekomst van onze jeugd. Een indringend gesprek in Deckers op Donderdag.
Het was zeker de moeite waard om hier even in te vallen. Een uitspraak om over na te denken van dhr. van der Reijt:Een professional is iemand die zich niet als professional opstelt.

Inmiddels zitten wij zelf met onmacht, lopen we tegen regels op waarvan we het bestaan niet wisten, worden we als ouders niet serieus genomen. Wij moeten ons aan regels houden, de instelling mag die regels op hun eigen manier interpreteren en toepassen en snappen dan ook niet waarover wij ons druk maken. Wel dan een goed gesprek met groepsleidster, die ook zegt niet gewent te zijn aan ouders die er willen zijn. Ze kennen alleen maar ouders die het zat zijn en het wel goed vinden dat jeugdzorg en instelling alles regelen. Wederom weer niet de kennis van de problematiek, dat ze op deze manier de vrijheid geven tot manipulatie en dat we nog steeds ouders zijn met ouderlijke macht, ook al doen we een stapje terug. Ach en dan heb ik het nog niet over de verzekering gehad. Moest ze een paar jaar terug via jeugdzorg in de ziekenfonds verzekering en hadden we toen het drama van onze verzekering die niet uit wilde schrijven omdat er geen inschrijving was, en de ziekenfonds van jeugdzorg wou niet inschrijven omdat er geen uitschrijving was. Nu kregen we eind september te horen dat Oudste met terugwerkende kracht al vanaf half April uit de verzekering was. Ze liep dus onverzekerd rond, had een aantal medische behandelingen gehad, heeft op de intensive care gelegen en dat onverzekerd. Wij moesten haar weer verzekeren. Op zich niet erg, willen we ook, vooral omdat we haar dan ook als ze bij jeugdzorg weg is, verzekerd kunnen houden. Echter door onze eerlijkheid met de medische verklaring had Jan zijn verzekering er moeite mee, het kon niet inschatten wat hun verantwoordelijkheid zou zijn. Toen dus via de cliëntvertrouwenspersoon, internet, maatschap van zorgverzekeraars en nog wat meer, bij de ombudsman voor zorgverzekeraars terechtgekomen. Daar vond men ook dat er nooit zomaar een uitschrijving mag zijn, zonder de ouders in kennis te stellen, ze waren bereidt dit op te pakken en er iets mee te gaan doen. Ik nog 1 keer jeugdzorgadministratie gebeld, ze schrokken behoorlijk en met terugwerkende kracht hebben ze haar weer verzekerd en wij zouden ondertussen onze verzekering regelen. Nu was Jan zijn verzekering bereidt Oudste te accepteren omdat ze de verantwoording duidelijk hadden. Ze vragen dus ziekenfonds om een uitschrijving en krijgen dan te horen dat die niet wordt gegeven omdat ze niet zomaar iemand mogen uitschrijven. De patstelling is er weer. Onze zorg is in ieder geval dat Oudste voor haar 18e bij ons op de polis komt, we wachten het weer af, ze is gelukkig wel verzekerd en dat scheelt.

20 December 2004
Een paar weken terug, toen ik er even helemaal doorheen zat, kreeg ik van een vriendin een zeer herkenbaar gedicht.

23 December 2004